Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 16/12/2025 - 20:30

Belasting op masten en pylonen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

Aanwezig: Lander De Backer, voorzitter
Walter De Donder, burgemeester
Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Schepenen
Denise De Paepe, voorzitter bijzonder comité voor de sociale dienst
Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Gemeenteraad
Frédéric Pipelers, algemeen directeur
Verontschuldigd: Rani Berlo, raadslid gemeenteraad
Aanleiding
  • Raadslid Rani Berlo verlaat de zitting voor dit agendapunt;
  • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025;
  • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
Feiten, context, motivering
  • Masten en pylonen worden aanzien als visuele vervuiling, belasten de vrije open ruimte en worden ervaren als landschapsverstorend en hinderlijk voor de omwonenden.
  • Masten en pylonen hebben een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van de nabije omgeving en bij uitbreiding van de gemeente. Ze beïnvloeden de beleving van het openbaar domein.
  • Het gemeentebestuur is van oordeel dat alle metalen constructies met een hoogte van minimaal 15 meter als landschapsverstorend beschouwd dienen te worden.
  • Het gemeentebestuur is van oordeel dat dit landschapsverstorend effect zich minder voordoet bij gebouwen van minstens 15 meter, gelet op de verschillende vormgeving en de verschillende impact op de open ruimte.
  • Masten en pylonen van minimaal 15 meter hoog enerzijds en gebouwen van minimaal 15 meter hoog anderzijds zijn bijgevolg niet-vergelijkbare zaken.
  • Gebouwen van minstens 15 meter hoog, zijnde hoofdzakelijk meergezinswoningen, worden bovendien belast via een ander specifiek belastingreglement.
  • Het landschapsverstorend effect stelt zich ook niet, of slechts in zeer beperkte mate, bij masten en pylonen die dienstig zijn voor sport- en recreatievoorzieningen, aangezien deze masten en pylonen ingebed zijn in de sportinfrastructuur.
  • Het is billijk om, met het oog op de financiering van de algemene dienstverlening, een specifieke bijdrageplicht ten laste van de eigenaars van masten en pylonen op te leggen.
  • De belasting op masten en pylonen heeft tot doel de bijkomende gemeentelijke kosten te dekken die voortvloeien uit toezicht, handhaving en het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke integriteit.
  • Door een belastingtarief vast te stellen dat in verhouding staat tot deze impact, wordt een verantwoorde en selectieve plaatsing gestimuleerd. Op die manier draagt de belasting bij tot het waarborgen van een ordelijk en duurzaam gebruik van ruimte.
  • Het belastingtarief dat de gemeente Affligem heft, is niet van die aard dat het elk effect ontneemt van de aanmoedigingsmaatregelen van de Europese Unie en het Gewest met betrekking tot windmolens.
  • De financiële toestand van de gemeente wordt gerechtvaardigd door de heffing van rendabele belastingen;
  • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
Juridisch kader
  • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
  • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
  • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
  • Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
  • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit waarin wordt gesteld dat belastingverminderingen of vrijstellingen voor constructies voor het produceren van groene stroom aangewezen zijn. Deze vermelding in de omzendbrief impliceert a contrario ook dat windmolens principieel belastbaar zijn, aangezien het anders niet nuttig is voor deze constructies een vrijstelling of vermindering te voorzien.
  • Het arrest 189/2011 van het Grondwettelijk Hof van 15 december 2011, waarin een uitspraak werd gedaan over de draagwijdte van de artikelen 97 en 98 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige overheidsbedrijven en waarin de rechters oordeelden dat de gsm-antennes en de masten en pylonen waarop deze antennes staan wel belast kunnen worden door de gemeenten.
  • Arresten van 23 november en 30 maart 2012 van het Hof van Cassatie waarin gesteld wordt dat een gemeentelijk reglement dat omwille van budgettaire redenen en omwille van het landschapsverstorend karakter een belasting heft op masten en pylonen, ongeacht of deze gesitueerd zijn op het openbaar domein, er niet toe strekt een vergoeding te krijgen in ruil voor het privatieve gebruik van het openbaar domein en bijgevolg niet valt onder het verbod bepaald in artikel 98 § 2 van de Wet van 21 maart 1991.
  • Arrest van 4 september 2014 van het Europees Hof van Justitie, waarin beslist werd dat een lokale belasting op gsm-masten toelaatbaar is;
  • Het arrest van de Raad van state van 30 oktober 2014 waarin wordt gesteld dat de omstandigheid dat een activiteit wordt aangemoedigd door bepaalde machtsniveaus - in casu de Europese Unie en het Gewest - andere machtsniveaus - in casu de gemeenten - niet verbiedt om er een belasting op te heffen, op voorwaarde dat deze van een dergelijk bedrag is dat ze niet als resultaat heeft dat ze door eerstgenoemde genomen aanmoedigingsmaatregelen elk effect ontneemt
  • Het arrest van de Raad van State van 31 maart 2011 waarin bevestigd werd dat gemeenten, binnen hun fiscale autonomie, een belasting op masten en pylonen mogen heffen, mits deze berust op redelijke en objectieve motieven zoals landschapsimpact en bijkomende gemeentelijke kosten.
  • Arrest van het Europees hof van Justitie van 4 september 2014 waarin geoordeeld wordt dat gemeentelijke belastingen op masten en pylonen toelaatbaar zijn, op voorwaarde dat zij niet discriminerend zijn en geen ongerechtvaardigde beperking vormen van het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie.
Financieel kader
  • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op masten en pylonen:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

GBB/0020-00/7360900

€ 73.500

€ 75.000

€ 76.500

€ 78.000

€ 80.000

€ 81.000

Besluit

Periode

Artikel 1.

Er wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen die zich in open lucht bevinden op het grondgebied van de gemeente Affligem, en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

 

Belastingplichtige

Artikel 2.

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de masten en pylonen.

 

Definities

Artikel 3.

Voor toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  • mast: een verticale structuur, ongeacht de hoogte, die op een dak of een andere bestaande constructie wordt geplaatst, met een gezamenlijke hoogte van minstens 15 meter;
  • pyloon: een individuele verticale constructie die opgericht wordt op niveau van het maaiveld met een hoogte van minstens 15 meter.


Tarifering en wijze van betaling

Artikel 4.

Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 3.675,00 per mast of pyloon die zich in open lucht bevindt op het grondgebied van de gemeente Affligem en zichtbaar is vanaf de openbare weg.

 

Artikel 5.

De jaarlijkse belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, ongeacht de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen. Voor deze jaarlijkse belasting wordt de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking genomen.

 

Artikel 6.

Masten en pylonen die dienstig zijn voor de verlichting van sport- en recreatievoorzieningen worden vrijgesteld van deze belasting.

 

Artikel 7.

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.


Artikel 8.

De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

 

Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

    • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
    • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
    • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

 

Administratieve bepaligen

Artikel 9.

  • De belastingplichtigen zijn verplicht aangifte te doen bij het gemeentebestuur door middel van een formulier, dat terug te vinden is op de gemeentelijke website.
  • Indien het gemeentebestuur, na een eerste correcte aangifte, geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de vorige aangifte van de belastingplichtige.
  • Belastingplichtigen die een wijziging van aangifte willen indienen, dienen eveneens het aangifteformulier van het gemeentebestuur te gebruiken.
  • Nieuwe aangiftes of wijzigingen moeten voor 30 april van het aanslagjaar ingediend worden.
  • Bij gebrek aan eerste of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege ingekohierd, met een verhoging van 20% van het belastingbedrag tot gevolg.

 

Artikel 10.

Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

 

Artikel 11.

Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.