|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7301000 |
€ 6.602.385,97 |
€ 6.772.608,57 |
€ 6.969.859,00 |
€ 7.182.751,20 |
€ 7.124.279,91 |
€ 7.281.470,34 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld op 7% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Administratieve bepalingen
Artikel 4.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 5.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.