Terug
Gepubliceerd op 22/01/2026

Notulen  Gemeenteraad

di 16/12/2025 - 20:30 Raadzaal
Aanwezig: Lander De Backer, voorzitter
Walter De Donder, burgemeester
Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Schepenen
Denise De Paepe, voorzitter bijzonder comité voor de sociale dienst
Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Gemeenteraad
Frédéric Pipelers, algemeen directeur
  • Financiele dienst

    • Amendement 1 (N-VA) bij agendapunt (1) GR/2025/244 - Meerjarenplan 2026-2031 - vaststelling gedeelte met betrekking tot gemeente en goedkeuring gedeelte met betrekking tot OCMW.

      Aanleiding
      • Amendement dat wordt aangebracht door raadslid Stijn Stassijns , fractie N-VA.
      Feiten, context, motivering
      • In het meerjarenplan is er voorzien voor het aanwerven van een gemeenschapswacht;
      • Voorstel van fractie N-VA om dit op te schalen naar 3 gemeenschapswachten.
      Juridisch kader
      • Decreet lokaal bestuur, artikel 40.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Tegenstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Resultaat: Met 7 stemmen voor, 16 stemmen tegen
      Besluit

      Met 7 stemmen voor (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans), 16 stemmen tegen (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback)

       

      Enig artikel.
      Het amendement werd verworpen.

    • Amendement 2 (N-VA) bij agendapunt (1) GR/2025/244 - Meerjarenplan 2026-2031 - vaststelling gedeelte met betrekking tot gemeente en goedkeuring gedeelte met betrekking tot OCMW.

      Aanleiding
      • Amendement dat wordt aangebracht door raadslid Stijn Stassijns , fractie N-VA.
      Feiten, context, motivering
      • In het meerjarenplan is er voorzien voor het aanleggen van een synthetisch voetbalplein op de Bellekoutersite;
      • Voorstel van fractie N-VA om er 2 aan te leggen:
        • 1 in Hekelgem op de Bellekoutersite
        • 1 in Essene op de voetbalterreinen voor EMI Essene
      • Het voorstel is om het budget voor voetbalclub Emi Essene van 200.000€ op te schalen naar 500.000€ waarvan 100.000€ subsidies zijn voor het aanleggen van een synthetisch voetbalplein;
      • Een deel van het extra budget zou gehaald worden door minder geld te voorzien in het meerjarenplan voor de scholen.
      Juridisch kader
      • Decreet lokaal bestuur, artikel 40.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Tegenstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Resultaat: Met 7 stemmen voor, 16 stemmen tegen
      Besluit

      Met 7 stemmen voor (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans), 16 stemmen tegen (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback)

       

      Enig artikel.
      Het amendement werd verworpen.

    • Meerjarenplan 2026-2031 - vaststelling gedeelte met betrekking tot gemeente en goedkeuring gedeelte met betrekking tot OCMW.

      Aanleiding
      • In het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen dient het lokaal bestuur een meerjarenplan op te maken voor de daaropvolgende 6 jaar.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om het gedeelte van de meerjarenplanaanpassing dat betrekking heeft op de gemeente vast te stellen en het gedeelte van de meerjarenplanaanpassing dat betrekking heeft op het OCMW goed te keuren.
      Feiten, context, motivering
      • Het ontwerp van de strategische nota, de financiële nota, de toelichting en de documentatie van het meerjarenplan 2026-2031 is als bijlage toegevoegd;
      • Het college van burgemeester en schepenen heeft zich in zitting van 25 november 2025 akkoord verklaard met dit ontwerp;
      • Op 25 november 2025 werd een gemeenschappelijk adviesradenoverleg georganiseerd waarbij de inhoudelijke aspecten van het meerjarenplan werden voorgelegd aan de verschillende adviesraden;
      • Alle adviesraden gaven positief advies voor het meerjarenplan. De adviezen van de verschillende adviesraden werden als bijlage toegevoegd aan het raadspunt.
      • Het managementteam heeft zich in zitting van 27 november 2025 akkoord verklaard met dit ontwerp;
      • Het ontwerp werd toegelicht in vergadering van de commissie financiën van 8 december 2025;
      Juridisch kader
      • Decreet lokaal bestuur, titel 4;
      • Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus;
      • Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
      • Omzendbrief KBBJ/ABB/2025/1 van 18 juli 2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Onthouders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 onthoudingen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 onthoudingen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Artikel 1.

      De raad legt de indeling van de beleidsvelden in de beleidsdomeinen als volgt vast:

      Beleidsdomein 00: Algemene financiering 

      BV0010 Algemene overdrachten tussen de verschillende bestuurlijke niveaus
      BV0020 Fiscale aangelegenheden
      BV0030 Financiële aangelegenheden
      BV0040 Transacties in verband met de openbare schuld
      BV0050 Patrimonium zonder maatschappelijk doel
      BV0090 Overige algemene financiering

       

      Beleidsdomein 01: Algemeen bestuur

      BV0100 Politieke organen
      BV0110 Secretariaat
      BV0111 Fiscale en financiële diensten
      BV0112 Personeelsdienst en vorming
      BV0119 Overige algemene diensten
      BV0130 Administratieve dienstverlening
      BV0190 Overig algemeen bestuur
      BV0350 Klimaat en energie

       

      Beleidsdomein 02: Vrije tijd

      BV0520 Toerisme - Onthaal en promotie
      BV0521 Toerisme - Sectorondersteuning
      BV0540 Visvangst
      BV0703 Openbare bibliotheken
      BV0705 Gemeenschapscentrum
      BV0709 Overige culturele instellingen
      BV0710 Feesten en plechtigheden
      BV0711 Openluchtrecreatie
      BV0720 Monumentenzorg
      BV0739 Overig kunst- en cultuurbeleid
      BV0740 Sportsector- en verenigingsondersteuning
      BV0741 Sportpromotie en -evenementen
      BV0742 Sportinfrastructuur
      BV0749 Overig sportbeleid
      BV0750 Jeugdsector- en verenigingsondersteuning
      BV0751 Gemeentelijke dienstverlening gericht op kinderen & jongeren
      BV0752 Infrastructuur en faciliteiten ten behoeve van kinderen en jongeren
      BV0759 Overige activiteiten met betrekking tot jeugd
      BV0820 Deeltijds kunstonderwijs

       

      Beleidsdomein 03: Burger, welzijn en veiligheid

      BV0160 Hulp aan het buitenland
      BV0400 Politiediensten
      BV0410 Brandweer
      BV0480 Bestuurlijke preventie (incl. GAS)
      BV0490 Overige elementen van openbare orde en veiligheid
      BV0550 Tewerkstelling en activering
      BV0790 Erediensten

      BV0800 Gewoon basisonderwijs
      BV0810 Gewoon secundair onderwijs
      BV0870 Sociale voordelen
      BV0900 Sociale bijstand
      BV0902 Integratie van personen met vreemde herkomst
      BV0903 Lokale opvanginitiatieven voor asielzoekers
      BV0905 Dienst voor juridische informatie en advies
      BV0909 Overige verrichtingen inzake sociaal beleid
      BV0911 Diensten en voorzieningen voor personen met een handicap
      BV0930 Sociale huisvesting
      BV0943 Gezinshulp
      BV0945 Kinderopvang
      BV0948 Poetsdienst
      BV0949 Overige gezinshulp
      BV0953 Woon- en zorgcentra
      BV0959 Overige verrichtingen betreffende ouderen
      BV0980 Sociale geneeskunde
      BV0986 Eerstelijnsgezondheidszorg

       

      Beleidsdomein 04: Grondgebied en gemeentelijke infrastructuur

      BV0200 Wegen
      BV0210 Openbaar vervoer
      BV0220 Parkeren
      BV0290 Overige mobiliteit en verkeer
      BV0300 Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval
      BV0309 Overig afval- en materialenbeheer
      BV0310 Beheer van regen- en afvalwater
      BV0319 Overig waterbeheer
      BV0320 Sanering van bodemverontreiniging
      BV0329 Overige vermindering van milieuverontreiniging
      BV0340 Aankoop, inrichting en beheer van natuur, groen en bos
      BV0341 Erosiebestrijding
      BV0349 Overige bescherming van biodiversiteit, landschappen en bodem
      BV0390 Overige milieubescherming
      BV0470 Dierenbescherming
      BV0500 Handel en middenstand
      BV0530 Land-, tuin- & bosbouw
      BV0600 Ruimtelijke planning
      BV0620 Grondbeleid voor wonen
      BV0629 Overig woonbeleid
      BV0630 Watervoorziening
      BV0640 Elektriciteitsvoorziening
      BV0670 Straatverlichting
      BV0680 Groene ruimte
      BV0690 Overige nutsvoorzieningen
      BV0990 Begraafplaatsen

       

      Artikel 2.
      De raad duidt volgende acties als prioritair aan:

      1.01.01.07 We voeren rioleringswerken uit in de Driesstraat samen met Liedekerke
      1.01.02.03 We realiseren een technische loods en politiegebouw op de Bellekoutersite.
      1.01.03.03 We ontwikkelen verder de GNOP-gebieden.
      1.02.02.01 We actualiseren het mobiliteitsplan en maken (deel)inrichtingsplannen op.
      1.02.02.02 We voeren de herinrichting van de dorpskern Hekelgem uit.
      1.02.02.03 We realiseren veilige en gezonde schoolomgevingen.
      1.03.01.01 We implementeren een datagedreven aanpak met tools zoals 3P, Eaglebe en Telraam.
      1.03.01.02 We actualiseren de GAS-regels en retributiereglementen.
      1.03.01.03 We werven 1 gemeenschapswacht aan in C1-C3-statuut.
      1.03.02.01 We werken intensief samen met de politie tegen overlast en voor bestuurlijke handhaving.
      1.03.03.01 We ontwikkelen samen met veiligheidspartners een visie en kader voor cameragebruik.
      2.01.01.01 We bouwen een multifunctioneel centrum op de Bellekoutersite voor breed gemeenschapsgebruik.
      2.01.01.02 We renoveren de sporthal voor een veilige, toegankelijke en kwaliteitsvolle sportbeleving.
      2.01.01.03 We leggen een synthetisch sportveld aan op de Bellekoutersite voor multifunctioneel gebruik.
      2.01.01.04 We verbeteren de paardenpiste met een paddock voor multifunctioneel gebruik en recreatie.
      2.01.02.01 We verbeteren in overleg met EMI Essene de toegankelijkheid van de site ifv. noden en haalbaarheid.
      2.02.01.01 We integreren vergroening, verkeersveiligheid en ontmoetingsplekken in alle plannen.
      2.02.02.01 We renoveren het jeugdhuis met als doel een multifunctioneler gebruik van het Gildenhuis.
      2.03.01.01 We begeleiden Affligemse verenigingen naar het digitaal verenigingsloket en digitaliseren subsidies.
      2.03.01.02 We stimuleren nieuwe socio culturele projecten door middel van projectsubsidies.
      2.04.02.02 We voorzien voor- en naschoolse opvang in alle scholen en vakantieopvang tijdens elke vakantie.
      2.04.02.07 We subsidiëren scholen en verenigingen die projecten voorzien die passen binnen het BOA-beleid.
      3.01.01.02 We kennen gezinstoelagen automatisch en efficiënt toe aan rechthebbenden.
      3.01.02.01 We integreren het digipunt in het Sociaal Huis met begeleiding door LIGO.
      3.01.02.02 We organiseren digitale workshops zoals Itsme, e-loket en online bankieren.
      3.02.01.01 We organiseren verbindende activiteiten voor meer buurtbetrokkenheid.
      3.02.02.01 We organiseren, samen met partners, trajecten voor wie nog niet klaar is voor werk.
      3.02.02.02 We begeleiden leeflooncliënten naar werk of opleiding met externe partners.
      3.04.01.02 We verduurzamen praatgroepen zoals kletsen@Bellekouter als oefenkansen en ontmoetingsmomenten.
      3.04.01.03 We bieden alle nieuwe inwoners een onthaaltas, -map en -gesprek aan.
      3.04.01.05 We organiseren minstens 2 screeningsmomenten per jaar.
      3.04.01.06 We versterken de buurtwerking om inburgering en participatie te starten in eigen omgeving.
      3.04.01.07 We tekenen in op de subsidieronde 'Sociaal cohesieplan' van de Vlaamse overheid.


      Artikel 3.
      Het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op de gemeente wordt vastgesteld.

       

      Artikel 4.

      Het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op het OCMW, wordt goedgekeurd.


      Artikel 5.

      Het geheel van het meerjarenplan 2026-2031 (zie afzonderlijke documenten als bijlage) wordt aangenomen.

       

      Artikel 6.

      De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 worden als volgt goedgekeurd:

        2026
        Uitgaven Ontvangsten
      Exploitatie  € 3.715.527  € 1.557.340
      Investeringen € 0,00 € 0,00

       

      Artikel 7.

      De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2026 worden als volgt vastgesteld:

        2026
        Uitgaven Ontvangsten
      Exploitatie  € 14.953.275 € 18.435.419
      Investeringen  € 5.638.894 € 395.768
      Financiering  € 953.767  € 4.601.463
      Leningen en leasings  € 953.767  € 4.575.000
      Toegestane leningen en betalingsuitstel  € 0  € 26.463


      Artikel 8.

      Aan de Vlaamse Overheid zal digitaal over het meerjarenplan worden gerapporteerd, conform de daartoe vastgestelde bepalingen.

    • Vaststellen van de lijst van nominatieve opdrachten waarvoor de gemeenteraad de bevoegdheid voor het vaststellen van de voorwaarden, de keuze voor de soort overheidsopdracht en voor het goedkeuren van het bestek delegeert aan het college van burgemeester en schepenen - dienstjaar 2026 en 2027 - goedkeuring.

      Aanleiding
      • Om tot een efficiënte en vlotte administratieve opstart van diverse overheidsopdrachten te komen, is het aangewezen de bevoegdheid voor het vaststellen van de voorwaarden en voor het goedkeuren van het bestek te delegeren naar het college van burgemeester en schepenen.
      Feiten, context, motivering
      • De lijst van nominatieve overheidsopdrachten waarvoor de gemeenteraad de bevoegdheid delegeert naar het college van burgemeester en schepenen, is geen verplicht onderdeel meer van het meerjarenplan;
      • Deze lijst dient bijgevolg via een afzonderlijke beslissing door de gemeenteraad vastgesteld te worden;
      • Voor de overheidsopdrachten, vermeld in bijgevoegde lijst, is het aangewezen deze bevoegdheid te delegeren naar het college van burgemeester en schepenen;
      • De lijst bevat de kredieten van boekjaar 2026 én boekjaar 2027 waarvoor het aangewezen is de betreffende bevoegdheid te delegeren naar het college van burgemeester en schepenen.
      Juridisch kader
      • Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, titel 4;
      • Besluit Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus;
      • Ministerieel besluit van 26 juni 2018 over de beleids- en beheerscyclus;
      • Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
      • Beslissing van de gemeenteraad en van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2025 houdende vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Tegenstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Artikel 1.
      De lijst van nominatieve overheidsopdrachten - dienstjaar 2026 en 2027, waarvan de gemeenteraad de bevoegdheid voor het vaststellen van de voorwaarden en voor het goedkeuren van het bestek delegeert aan het college van burgemeester en schepenen, wordt goedgekeurd.

       

      Artikel 2.

      De bijgevoegde lijst maakt integraal deel uit van dit besluit.

       

      Artikel 3.

      Afschrift van deze beslissing zal bezorgd worden aan de financiële dienst.

    • Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen.
      • Daartoe heft de gemeente ondermeer de aanvullende belasting op de personenbelasting.
      • Dit is de belangrijkste bron van inkomen van de gemeente.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      • Het tarief van de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 blijft onveranderd tegenover het aanslagjaar 2025 op 7%.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017 de artikelen 40, 41, 14°, 177, 286 en 288.
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170.
      • Het wetboek van de inkomstenbelasting 1992.
      • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de aanvullende belasting op de personenbelasting:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7301000

      € 6.602.385,97

      € 6.772.608,57

      € 6.969.859,00

      € 7.182.751,20

      € 7.124.279,91

      € 7.281.470,34

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 2.

      De belasting wordt vastgesteld op 7% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

       

      Artikel 3.

      De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 4.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 5.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de  heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen.
      • Daartoe heft de gemeente ondermeer opcentiemen op de onroerende voorheffing.
      • De opcentiemen op de onroerende voorheffing is één van de belangrijkste financieringsbronnen van de gemeentelijke uitgaven.
      • Het aantal opcentiemen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 blijft onveranderd tegenover het aanslagjaar 2025 op 785.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      Juridisch kader
      • Het Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, de artikelen 40, 41, 14°, 177, 286 en 288.
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170.
      • Het wetboek van de inkomstenbelasting 1992.
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2, 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit.
      • Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      • Het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de opcentiemen op de onroerende voorheffing

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7300000

      € 4.295.641 € 4.402.755 € 4.556.078 € 4.687.381 € 4.817.895 € 4.951.685
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 1.

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt het aantal opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op 785.

       

      Artikel 2.

      De vestiging en de inning van deze opcentiemen gebeurt door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 3.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 4.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Gemeentelijk reglement met betrekking tot het register en de belasting van leegstaande woningen en gebouwen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Op 16 september 2025 gaf de gemeenteraad haar goedkeuring aan de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst ILV Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland. De ILV zal de komende zes jaar verder uitvoering geven aan het lokaal woonbeleid van de gemeenten Ternat, Affligem, Roosdaal en Liedekerke. Eind september werd de aanvraag tot verlenging van het subsidiedossier ingediend bij Wonen in Vlaanderen.
      • De ILV wil verder inzetten op een actief en efficiënt pandenbeleid waarbij naast de inzet op woningkwaliteit ook de leegstand van woningen en gebouwen in de verschillende gemeenten maximaal wordt ingedijkt.
      • Om te kunnen streven naar een efficiëntere werking, worden de verschillende reglementen van de TARL-gemeenten met betrekking tot de registratie van en belasting op leegstand maximaal afgestemd. Op die manier kunnen alle woonconsulenten van de ILV over de verschillende gemeenten heen uitvoering geven aan het leegstandsbeheer. Verder streven we ook naar administratieve vereenvoudiging. Op die manier kunnen de woonconsulenten maximaal inzetten op het verhelpen van leegstand in de verschillende gemeenten.
      • Het gemeentebestuur wenst een actief en efficiënt pandenbeleid te voeren waarbij leegstand van woningen en gebouwen maximaal wordt ingedijkt;
      • In dat kader streeft de ILV Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland naar uniformisering en administratieve vereenvoudiging binnen de uitvoering van het leegstandsbeheer om zo maximale inzet te kunnen leveren op het verhelpen van leegstand in de verschillende TARL-gemeenten;
      • ILV Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland zal de komende zes jaar verder uitvoering geven aan het lokaal woonbeleid van de TARL-gemeenten, de ILV wil op een actieve en efficiënte manier inzetten op het pandenbeleid in de verschillende gemeenten, naast de inzet op woningkwaliteit zal ook de leegstand van woningen en gebouwen maximaal ingedijkt worden.
      • Om te kunnen streven naar een efficiëntere werking, worden de verschillende gemeentelijke reglementen met betrekking tot leegstand maximaal op elkaar afgestemd. Op die manier kunnen alle woonconsulenten van de ILV over de verschillende gemeenten heen uitvoering geven aan het leegstandsbeheer. Er blijft wel ruimte om lokaal eigen accenten te leggen, zo kunnen de belastingtarieven per gemeente gedifferentieerd worden;
      • Verder wordt gestreefd naar een administratieve vereenvoudiging, op die manier kunnen de woonconsulenten maximaal inzetten op het verhelpen van leegstand in de verschillende TARL gemeenten.
      • Uitvoering geven aan het pandenbeleid behelst immers veel procedures en richtlijnen, van de opname van een woning of gebouw in het leegstandsregister tot de schrapping dienen er heel wat administratieve stappen doorlopen te worden. Voor de betrokken eigenaars (houders van het zakelijk recht) is het moeilijk om het overzicht te houden in deze administratieve keten. In het belang van de betrokkenen en in hoofde van goed bestuur, stellen we voor om de administratieve keten te vereenvoudigen.
      • De Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen regelen de aanstelling van personeelsleden die belast worden met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen en hun bevoegdheden om onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten.
      • Het decreet lokaal bestuur anno 2017 bepaalt dat de beslissingen, de akten en de briefwisseling van personeelsleden aan wie bevoegdheden zijn toevertrouwd, door die personeelsleden ondertekend worden.
      • Deze decreten bieden de mogelijkheid om de opmaak en het beheer van het leegstandsregister toe te vertrouwen aan de administratie, het ‘bevoegd personeelslid’ geeft daarbij uitvoering aan het reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad.
      • Dit biedt het voordeel dat niet alle beslissingen tot registratie van een woning of gebouw in het register, (weigering) schrapping, (weigering) vrijstelling of overdracht van het zakelijk recht voorgelegd dienen te worden aan het schepencollege. Op die manier kan de administratie aanvragen tot schrapping en vrijstelling vlotter behandelen en kan er kort op de bal gespeeld worden naar de betrokken eigenaars. Ook overdrachten van het zakelijk recht kunnen beter opgevolgd worden waardoor nieuwe eigenaars sneller in kennis gesteld kunnen worden van de opname van hun woning of gebouw in het leegstandsregister, bovendien kunnen zij dan ook beter gestimuleerd worden om de leegstand te verhelpen;
      • Indien de aanvraag tot schrapping of vrijstelling geweigerd wordt door het bevoegd personeelslid, hebben de betrokken eigenaars de mogelijkheid om in beroep te gaan bij het schepencollege. Het schepencollege beslist in eerste instantie dan ook niet meer over de schrapping of vrijstelling, maar blijft wel bevoegd als beroepsinstantie.
      • De mogelijkheid wordt voorzien dat het bevoegd personeelslid ambtshalve schrappingen doorvoert of ambtshalve een vrijstelling van de belasting toekent indien het bevoegd personeelslid over afdoende bewijskrachtige gegevens beschikt. Op die manier hoeven de betrokken eigenaars de bewijsstukken niet aan te leveren indien de administratie zelf hierover kan beschikken.
      • Om het leegstandsbeleid meer slagkracht te geven, wordt het voorstel gedaan om het belastingtarief te verhogen. Voorstel is om een progressiviteit in te bouwen waarbij de eerste belasting € 2.500,00 bedraagt, vervolgens wordt dit bedrag jaarlijks verhoogd met € 1.000,00 tot maximaal € 6.500,00.
      • Op die manier wordt het belastingtarief significant, maar toch billijk verhoogd rekening houdende met belastingtarieven die van toepassing zijn in andere gemeenten;
      • Renovaties van sociale woningen hebben een grote complexiteit. Het blijft een bewuste keuze om langdurige leegstand van sociale woningen in te dijken. Sociale woningen zijn daarmee op zich niet vrijgesteld van de belasting op leegstand. De uitdagingen om grote delen van het bestaande sociaal huurpatrimonium te renoveren zijn complex omwille van de schaal (vaak hele wijken of delen ervan) en het regelgevend kader (i.c. traject om financiering te bekomen, de verplichting tot tijdelijke of definitieve herhuisvesting). Deze uitdagingen gelden niet in deze mate voor projecten van particulieren of private ontwikkelaars. Bovendien heeft de gemeente ook een formele regierol in sociale woonprojecten op basis van Boek 4, deel 1, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 1 'Programmatie van projecten' van het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen. Ook een dergelijke ingrijpende regierol is niet aanwezig in private projecten. Tenslotte is de woonmaatschappij ook een partner in de beleidsdoelstelling om kwaliteitsvolle en betaalbare sociale woningen te verhuren. Deze maatschappelijke opdracht is niet per se in private projecten aanwezig. Om deze reden wordt een bijkomende vrijstelling voorzien voor sociale huurwoningen, maar enkel op voorwaarde dat ze zijn opgenomen in een renovatieplanning die werd besproken op het Lokaal Woonoverleg en goedgekeurd door het schepencollege. Net zoals bij de andere vrijstellingen, wordt deze vrijstelling echter beperkt in de tijd.
      • Het is aangewezen bovenstaande argumenten en voorstellen te verwerken bij de vernieuwing van het belastingreglement.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Artikel 41,162, 170, 170§4 van de Grondwet.
      • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse regering van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
      • Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en artikel 41 §1.
      • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018.
      • De gemeenteraadsbeslissing van 16 september 2025  houdende goedkeuring van de verlenging van de Interlokale vereniging "Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland".
      • Vlaamse Codex Wonen van 2021, boek 2, Deel 2, Titel 3 ‘Leegstandsregister’.
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belasting op leegstaande gebouwen:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7374000 € 185.000 € 188.000 € 192.000 € 196.000 € 200.000 € 204.000
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      HOOFDSTUK 1 - DEFINITIES EN MACHTIGING

      Artikel 1. Begripsomschrijvingen 

      • Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van Boek 1, art.1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
      • Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

      1° Bevoegd personeelslid: het gemeentelijk personeelslid dat wordt belast met de uitvoering van dit reglement;

      2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;

      3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

      • een aangetekend schrijven;
      • een afgifte tegen ontvangstbewijs;
      • een mail aan de betrokken gemeentelijke dienst, onder voorwaarde van de bevestiging van de ontvangst van de mail binnen de 14 kalenderdagen;
      • het digitaal invulformulier op de gemeentelijke webtoepassing;

      4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

      Registratiedatum: de datum waarop de woning of het gebouw in het leegstandsregister wordt opgenomen. Deze datum wordt opgenomen in de administratieve akte tot vaststelling van leegstand;

      Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw;

      • De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
      • Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;

      7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;

      • hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
      • hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt;

      8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in Boek 2, art. 2.9 - art. 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

      9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

      10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste registratie in het leegstandsregister, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het register is geschrapt;

      11° Woning: een goed vermeld in Boek 1, art. 1.3 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande);

      12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

      • de volle eigendom;
      • de mede-eigendom;
      • het recht van opstal of van erfpacht;
      • het vruchtgebruik;
      13° Renovatienota: een nota die toegevoegd wordt aan de aanvraag tot vrijstelling op basis van renovatiewerken die niet vergunningplichtig zijn. Deze nota bevat:
      • een gedetailleerd overzicht van welke niet-vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
      • een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
      • eventuele offertes of facturen van de werken;

      14° Sociale huurwoning: woning die bestemd is om verhuurd te worden als sociale huurwoning zoals gedefinieerd in art 1.3, § 1, eerste lid, 49° van de Vlaamse Codex wonen van 2021;

      15° renovatieplanning sociale woningen: renovatieplanning van sociale huurwoningen, opgemaakt in overleg met de woonmaatschappij, besproken op het Lokaal Woonoverleg en bekrachtigd door het schepencollege.

       

      Artikel 2. Bevoegde personeelsleden

      Het college van burgemeester en schepenen duidt gemeentelijke personeelsleden aan die belast worden met de uitvoering van dit reglement;

      Deze personeelsleden hebben de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden voor de opmaak en het beheer van het leegstandsregister. Daarnaast hebben zij ook de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

       

      HOOFDSTUK 2 - REGISTRATIE VAN LEEGSTAND

      Artikel 3. Leegstandsregister

      §1 Het bevoegd personeelslid houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

      1° een register “leegstaande gebouwen”;

      2° een register “leegstaande woningen”;

      Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het leegstandsregister;
       
      §2 In elk register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
      1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
      2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
      3° de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht;
      4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
      5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de registratie.
       

      Artikel 4. Registratie van leegstand

      §1 Een leegstaande woning of leegstaand gebouw wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte tot vaststelling van leegstand. In deze akte worden de indicaties vermeld die de leegstand staven. Er wordt tevens een fotodossier bijgehouden, dit maakt geen deel uit van de administratieve akte. In de administratieve akte wordt tevens de registratiedatum vermeld;
       
      §2 De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende (niet-limitatieve) lijst:
      1° het ontbreken, sinds meer dan één jaar, van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
      2° het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
      3° de onmogelijkheid om het gebouw te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
      4° het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als "te huur" of "te koop";
      5° het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
      6° een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw uitgesloten worden kan;
      7° dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd);
      8° verwaarloosd buitenschrijnwerk;
      9° verwaarloosde gevels;
      10° de woning is niet bemeubeld;
      11° een verwaarloosde of slecht onderhouden tuin of omgeving;
      12° rolluiken die langdurig neergelaten zijn;
      13° een volle brievenbus gedurende lange tijd;
      14° getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;
      §3 Er kan beroep worden ingesteld tegen de registratie van een woning of gebouw in het leegstandsregister volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.

       

      Artikel 5. Kennisgeving van de registratie

      De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot registratie in het gemeentelijk register. Bij de kennisgeving wordt de administratieve akte tot vaststelling van leegstand meegestuurd, deze bevat:

      1° de beslissing tot registratie van de woning of het gebouw in het leegstandsregister;

      2° de indicaties die de leegstand staven;

      3° informatie over de gevolgen van de registratie in het leegstandsregister;

      4° informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de registratie in het leegstandsregister.

       

      Artikel 6. Schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister

      §1 Een woning wordt geschrapt uit het leegstandsregister als ze meer dan 6 maanden ononderbroken wordt aangewend in overeenstemming met de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na onderzoek ter plaatse;

      Een gebouw wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, na de periode van leegstand, meer dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt overeenkomstig de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie;

      §2 Overige schrappingsgronden:

      1° Een woning of gebouw, waarvoor een functiewijziging werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag ter controle van de functiewijziging, dat de wijziging bevestigt, op voorwaarde dat het gebruik in overeenstemming is met de nieuwe functie. De functiewijziging moet door de belastingplichtige gemeld worden aan het bevoegd personeelslid en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot functiewijziging;

      2° Een woning of gebouw, waarvoor een sloop werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag dat bevestigt dat de sloop voltooid is en het terrein volledig van puin geruimd is. De sloop moet door de belastingplichtige gemeld worden aan het bevoegd personeelslid en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot sloop indien deze vereist is;

      3° Een woning of gebouw, waarin een wijziging van het aantal woongelegenheden werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag dat de voltooiing van de werkzaamheden en de wijziging van het aantal woongelegenheden bevestigt;

      §3 Het controle-onderzoek gebeurt op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige aan het bevoegd personeelslid. De al dan niet inwilliging van een verzoek tot schrapping kan worden voorafgegaan door een controle van ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. Het verzoek tot schrapping wordt niet ingewilligd als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;

      §4 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan het bevoegd personeelslid, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

      1° de identiteit en het adres van de indiener;

      2° de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

      3° de bewijsstukken overeenkomstig die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

      4° de datum van indienen van het verzoek;

      §5 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de schrapping geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending;

      §6 Onverminderd §1 tot en met §5, kan het bevoegd personeelslid overgaan tot ambtshalve schrapping, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens;

      §7 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag schrapping volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.

       

      HOOFDSTUK 3 - BELASTING OP LEEGSTAND

      Artikel 7. Belastbaar feit en termijn

      Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister;

      De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister;

      Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op de verjaardag van de registratiedatum.

       

      Artikel 8. Belastingplichtige

      §1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de registratiedatum;

      §2 In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders, zoals omschreven in artikel 1 lid 13, zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld;.

      §3 In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister;

      De instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de akte van verkoop in kennis van de overdracht. Volgende gegevens worden daarbij bezorgd:

      1° naam en adres van de verkrijger(s) van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;

      2° datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

      3° nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw. 

      Het ondertekenen van een verkoopovereenkomst houdt geen overdracht in van een zakelijk recht. Het verlijden van de notariële akte van verkoop zal bepalend zijn om te bekijken wie er op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt, belastingplichtige is.

       

      Artikel 9. Tarief van de belasting

      Als de leegstaande woning of het leegstaand gebouw gedurende een eerste termijn van twaalf maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, bedraagt de belasting € 2.500,00;

      De belasting wordt vermeerderd met € 1.000,00 per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de leegstaande woning of het gebouw op het register staat met een maximum van € 6.500,00;

      Een vrijstelling, zoals voorzien in artikel 10, schorst de optelling van het aantal termijnen gedurende de looptijd van de vrijstelling;

      Na de overdracht van het volledige zakelijk recht vervalt het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning of een gebouw opgenomen is in het leegstandsregister. In dat geval zal de eerste aanslag aan de nieuwe zakelijk gerechtigde € 2.500,00 bedragen.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

      1° Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;

      2° Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,5 wordt € 6);

      3° Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,4 wordt € 5).

       

      Artikel 10. Vrijstellingen

      §1 Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij het bevoegd personeelslid via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting moet worden ingediend via beveiligde zending voor de verjaardag van de toepasselijke registratiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hieronder beschreven, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan het bevoegd personeelslid;

      §2 Het al dan niet toekennen van een vrijstelling kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. De vrijstelling wordt geacht geweigerd te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;

      §3 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot het toekennen van een vrijstelling binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de aanvraag tot vrijstelling geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending;

      §4 Onverminderd §1, §2 en §3 kan het bevoegd personeelslid vrijstellingen ambtshalve verlenen, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens;

      §5 Persoonsgebonden vrijstellingen:

      Van de belasting op leegstand zijn vrijgesteld:

      1°De belastingplichtige die nieuwe houder geworden is van het volledige zakelijk recht op de woning of het gebouw, komt in aanmerking voor een vrijstelling. Deze vrijstelling geldt gedurende één jaar vanaf de registratiedatum, indien de overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden in het jaar vóór de opname van de woning of het gebouw in het leegstandsregister. Indien de overdracht heeft plaatsgevonden na de opname in het leegstandsregister, geldt de vrijstelling gedurende één jaar vanaf de eerstvolgende verjaardag van de registratiedatum. De datum van de overdracht is de datum waarop de notariële akte van verkoop verleden werd. In geval van erfopvolging is de datum van de overdracht de datum van het attest of de akte van erfopvolging;

      2° De belastingplichtige die permanent in een erkende ouderenvoorziening verblijft, indien de belastingplichtige de laatste bewoner was van de leegstaande woning die de belastingplichtige als hoofdverblijfplaats gebruikte. Het verblijf wordt geattesteerd en gedateerd door de voorziening of instelling in kwestie. De vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar vanaf de registratiedatum;

      3° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de gerechtelijke beslissing. Indien de handelingsbekwaamheid beperkt werd in het jaar vóór de registratie van de woning of het gebouw in het leegstandsregister, geldt deze vrijstelling gedurende een termijn van twee jaar vanaf de registratiedatum;

      §6 Gebouwgebonden vrijstellingen:

       

      Een vrijstelling wordt verleend als de woning of het gebouw:

      1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning aangeduid werd als te onteigenen goed. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum;

      2° Krachtens het decreet van 12 juli 2013 betreffende het Onroerend Erfgoed zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremiedossier is ingediend of waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum;

      3° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum;

      4° Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum;

      5° a. Gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken en eventueel sloopwerkzaamheden. In het geval dat de omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken afgeleverd werd door het college van burgemeester en schepenen vóór de registratie van het gebouw of de woning in het leegstandsregister, bedraagt de termijn van de vrijstelling 3 jaar vanaf de registratiedatum. In de andere gevallen start de periode van vrijstellingen vanaf de verjaardag van de registratiedatum;

      b. Gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning mits de betrokkene door middel van een renovatienota, zoals omschreven in artikel 1 lid 13, aantoont dat het een totale verbouwing betreft waarbij de woning of het gebouw wordt aangepast aan de huidige kwaliteitsnormen. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum volgend op de aanvraag van de vrijstelling met toevoeging van de volledige renovatienota;

      6° een sociale woning die opgenomen is in een goedgekeurd renovatieplan. De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting indien de woning een sociale huurwoning is, en dit op dat de woning is opgenomen in een renovatieplanning voor sociale woningen zoals bedoeld in artikel 1 lid 16. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal 4 vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de goedkeuring van het renovatieplan;

      §7 De persoons- en gebouwgebonden vrijstellingen kunnen gecumuleerd worden. De maximale gecumuleerde termijn van de vrijstellingen wordt echter beperkt tot vier jaar;

      §8 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag vrijstelling volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.

       

      Artikel 11. Inkohiering

      De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

       

      HOOFDSTUK 4 - INHOUDELIJKE BEROEPEN, FISCAAL BEZWAAR EN SLOTBEPALINGEN

      Artikel 12. Beroep tegen de registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting

      §1 Er kan beroep worden ingesteld tegen de beslissing tot registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting. Dit beroep kan ingesteld worden bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van de beslissing waartegen men beroep wil instellen;

      §2 Een beroep wordt per beveiligde zending overgemaakt en bevat minimaal de volgende gegevens:

      1° de identiteit en het adres van de indiener;

      2° de aanwijzing van de administratieve akte en van de woning of het gebouw waarop het beroep betrekking heeft;

      3° een of meer bewijsstukken die de grond van het beroep staven;

      §3 Als het beroep ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair;

      §4 De indiener voegt bij het beroep de overtuigingsstukken die hij nodig acht;

      §5 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroep ingediend worden, waarbij het eerdere beroep als ingetrokken wordt beschouwd;

      §6 Het college van burgemeester en schepenen registreert elk inkomend beroep in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroep. Het college van burgemeester en schepenen heeft 90 dagen tijd om het beroep te behandelen. Het college van burgemeester en schepenen toetst de ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep is enkel onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

      1° het beroep is te laat ingediend;

      2° het beroep gaat niet uit van de zakelijk gerechtigde of van een persoon zoals vermeld in artikel 12§3 van dit reglement;

      3° het beroep is niet ondertekend;

      4° het beroep is niet per beveiligde zending ingediend;

      §7 Als het college van burgemeester en schepenen vaststelt dat het beroep onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt;

      §8 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;

      §9 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

       

      Artikel 13. Fiscaal bezwaar tegen de belasting op leegstand

      Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen is van toepassing op dit reglement.


      Artikel 14. Slotbepalingen

      §1 Het gemeentelijk reglement houdende opmaak leegstandsregister en gemeentebelasting op leegstand van woningen en gebouwen - aanslagjaren 2024 tot en met 2025", goedgekeurd door de gemeenteraad op 19 december 2023 wordt opgeheven;

      §2 Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van dit reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste registratie in het leegstandsregister;

      §3 Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

      §4 Overeenkomstig artikel 285 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt dit belastingreglement bekendgemaakt via de gemeentelijke website en wordt een afschrift van deze beslissing overgemaakt aan de provinciegouverneur.
    • Gemeentebelasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem investeert heel wat geld in netheid. Dagelijks worden hieromtrent door het gemeentebestuur inspanningen geleverd.
      • De klemtoon in het beleid rond netheid ligt bij sensibiliseren en stimuleren. 
      • De insteek voor deze nieuwe belastingheffing bestaat er tevens in het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium optimaal te benutten.
      • De Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeenten aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;
      • De volledige materie aangaande verwaarlozing van woningen en gebouwen is sedert 1 januari 2017 overgeheveld naar de steden en gemeenten.
      • De gemeente heeft een belangrijke regisseursrol inzake lokaal woonbeleid.
      • De verwaarlozing van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan;
      • Om de strijd aan te gaan tegen verloedering van het straatbeeld, is het wenselijk om een reglement 'verwaarloosde woningen en gebouwen' op te stellen. Zo kunnen eigenaars aangespoord worden om snel actie te ondernemen en dus het risico op schade aan aanpalende panden en de omgeving te beperken.
      • Uiterlijke kenmerken van verval die verwaarloosde woningen en gebouwen vertonen, hebben een negatieve invloed op de hele buurt, ontsieren het algemeen zicht van de gemeente en werken verloedering van het straatbeeld in de hand. Het maakt de gemeente ook minder aantrekkelijk voor nieuwe inwoners.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, de artikelen 40, 41, 14°, 177, 286 en 288.
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170.
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018 
      • Het decreet van 27 maart 2009 houdende het grond- en pandenbeleid, hierna decreet grond- en pandenbeleid genoemd.
      • Het decreet van 30 mei 2008 houdende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het decreet van 1 januari 2017 waarin de decreetgever het bestrijden van verwaarlozing volledig toevertrouwt aan de gemeenten en de gemeenten volledige beleidsvrijheid geeft inzake het registreren en belasten van verwaarloosde panden.
      • De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
      • Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van de Vlaamse Regering.
      • Gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017 houdende het nieuw gemeentelijk reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.
      Financieel kader
      • Afgaand op de huidige inventarisatie in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, is er op heden geen financiële impact, aangezien er geen gebouwen langdurig op het register van verwaarloosde woningen en gebouwen geregistreerd staan.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

       

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er een belasting geheven op verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

      Begripsomschrijvingen

      Artikel 2.

      Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

      1.Administratieve akte: de officiële, genummerde en gedateerde akte die de verwaarlozing vaststelt en de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen bevat;

      2. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

      a) een aangetekend schrijven;

      b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

      c)een elektronisch bericht met ontvangst- en/of leesbevestiging;

      3. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

      4. Gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: de inventarislijst, tot 31 december 2016 vermeld in artikel 28, 51, eerste lid, 1' van het Heffingsdecreet;

      5. Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, sinds 1 januari 2017 vermeld in artikel 26van het Heffingsdecreet;

      6. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, $1 van dit reglement;

      7. Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;

      8. Registerbeheerder: de (inter)gemeentelijke administratieve dienst die belast is met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

      9. Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;

      10. Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

      11. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

      a) de volle eigendom;

      b) het recht van opstal of van erfpacht;

      c) het vruchtgebruik.

      12. Gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017: de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017 houdende vaststelling het nieuw gemeentelijk reglement inzake registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

      Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen - vaststelling van de verwaarlozing

      Artikel 3.

      1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de administratieve dienst en de personeelsleden van de gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband aan die verwaarlozing van woningen en gebouwen vaststellen. De aangestelde personeelsleden stellen de verwaarlozing vast op basis van de voorwaarden opgenomen in artikel 2 van de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.

      2. De personen of diensten die aangesteld worden door het college van burgemeester en schepenen voor de vaststelling van verwaarlozing van woningen en gebouwen maken met betrekking tot de woning of het gebouw een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de vaststellingen van verwaarlozing en een controle ter plaatse. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een technisch verslag waarin de indicaties en puntenscore is opgenomen.

       

      Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      Artikel 4.

      De registerbeheerder houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij conform de voorwaarden opgenomen in artikel 3 van het gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2017.

       

      Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

      Artikel 5.

      De registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen gebeurt conform de voorwaarden opgenomen in artikel 4 van het gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2017.

       

      Kennisgeving van de voorgenomen registratie

      Artikel 6.

      De kennisgeving van de voorgenomen registratie gebeurt conform de voorwaarden opgenomen in artikel 5 van het gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2017. Het is aan de betrokkene die de verwaarlozing betwist, om aan te tonen dat er geen sprake van verwaarlozing is.

       

      Bezwaar tegen de voorgenomen registratie

      Artikel 7.

      Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan elke zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie. Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift voldoen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 6 van het gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.

       

      Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      Artikel 8.

      Een woning of gebouw komt in aanmerking voor schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen indien voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 7 van de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.

       

      Beroep tegen weigering tot schrapping uit het register

      Artikel 9.

      Tegen de weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan elke zakelijk gerechtigde beroep aantekenen conform de voorwaarden vermeld in artikel 8 van de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.

       

      Belastbaar voorwerp

      Artikel 10.

      Er wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

      Berekeningswijze en aanslagvoet

      Artikel 11.

      1. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      2. Zolang een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw niet uit het register van verwaarloosde woningen of gebouwen is geschrapt, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

      3. Het tarief voor de eerste belastbare periode bedraagt € 2.000,00 voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw.

      4. De belasting wordt vermeerderd met € 2.000,00 per bijkomende termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw onafgebroken in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen staat, met een maximum van € 10.000,00.

      5. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of een gebouw onafgebroken in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot één, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijke gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;

      6. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt;

      7. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

      8. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

      9. Ingeval er meerdere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

      10. Het ondertekenen van een compromis houdt geen overdracht in van een zakelijk recht. Het verlijden van de notariële akte zal bepalend zijn om te bekijken wie er op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt, belastingplichtige is;

      11. Ingeval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

      12.De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Vrijstelling van heffing

      Artikel 12.

      1. Men kan vrijstellingen aanvragen vanaf de opname in het register tot het einde van de termijn waarbinnen men een bezwaar tegen de belasting kan indienen.

      2. Indien de belastingplichtige meent in aanmerking te komen voor een vrijstelling, bezorgt hij een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling. De belastingplichtige dient zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de gemeente met betrekking tot de vrijstelling van belasting waarop hij zich beroept. De bewijzen moeten betrekking hebben op de periode waarvoor de belastingplichtige de vrijstelling wenst te bekomen. De aanvraag geldt voor de desbetreffende belastbare periode en moet, zelfs wanneer zij voor langere tijd kan gelden, jaarlijks worden herhaald;

      3. Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:

      a) De woning of het gebouw woning waarvan minimum 1 van de belastingplichtigen, zakelijk gerechtigden in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, een ziekenhuis of een revalidatiecentrum. Het verblijf of de opname worden geattesteerd en gedateerd door de voorziening of instelling in kwestie. De vrijstelling geldt voor een periode van een jaar en kan twee maal met één jaar kan verlengd worden;

      b) De woning of het gebouw waarvan minimum 1 belastingplichtige, zakelijk gerechtigden in zijn handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. De vrijstelling geldt enkel voor de periode van beperkte handelingsbekwaamheid;

      c) De woningen of gebouwen die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of onmogelijk daadwerkelijk kunnen gebruikt worden omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingverbod of de gerechtelijke expertise;

      d) De woning of het gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

      e) De woning of het gebouw dat krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument.

      f) De woning of het gebouw dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp (brand, overstroming,...). De vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of de beschadiging. De vrijstelling kan jaarlijks worden verlengd, wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er na afloop van deze termijn nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt. In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals brand, ontploffing, verzakking, overstroming, storm, ...;

      g) De woning of het gebouw dat gerenoveerd of gesloopt wordt:

      i. de belastingplichtige vraagt, indien nodig overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, een omgevingsvergunning aan;

      ¡i. de belastingplichtige vraagt, indien geen vergunningsplicht, een attest aan het college van burgemeester en schepenen aan om de effectieve aanvang der werken te attesteren;

             iii. De belastingplichtige dient een ondertekende en gedagtekende renovatienota voor te leggen waarin volgende informatie wordt vermeld:

      • een overzicht van welke niet - vergunningsplichtige werken er worden uitgevoerd;
      • een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd. Na een periode van maximaal 2 jaar moet de woning opnieuw bewoond worden;
      • een raming van de kosten vergezeld van offertes, facturen en/of bestekken waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zullen worden;
      • een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;

              iv. Deze vrijstelling kan twee maal met 1 jaar worden verlengd op voorwaarde dat:

      • één of meer facturen worden ingediend waaruit blijkt dat het afgelopen jaar een bedrag van minimum 2.500,00 euro (inclusief btw) aan de betreffende renovatiewerken werd besteed;
      • en een actuele renovatienota wordt voorgelegd (voor de werken verricht zonder vergunning);
      • en na controle ter plaatse kan worden vastgesteld dat de werken redelijkerwijze nog niet beëindigd konden zijn;

              v. De vrijstelling gaat in de dag na de aanvraag van de werken uit de omgevingsvergunning of het attest en geldt tot 3 jaar na definitieve  vergunning en kan niet worden verlengd. Indien de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt geweigerd, wordt de vrijstelling evenwel beperkt tot 12 maanden ingaand de dag nadat deze weigering werd betekend;

      h) De woning of het gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 2 jaar volgend op de aanvraag van de onmogelijkheid van daadwerkelijk gebruik;

      ¡) De belastingplichtige die nieuwe houder is van het zakelijk recht van het gebouw of de woning. De vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar volgende op het verkrijgen van het zakelijk recht. De vrijstelling geldt eveneens indien er een verkoopcompromis is getekend en dit onder de opschortende voorwaarde dat deze binnen de 4 maanden door een authentieke akte wordt bekrachtigd. Indien deze authentieke akte binnen de vooropgestelde periode niet verleden wordt, zal de heffing alsnog verschuldigd zijn.

       

      Wijze van inning

      Artikel 13.

      1. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

      2. De aanslag kan worden gevestigd vanaf het ogenblik dat het gebouw of de woning gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

       

      Administratieve bepalingen

       Artikel 14.

      1. Bij wijziging van persoons- en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de houder van het zakelijk recht. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk 2 maanden na wijziging aan de beheerder van het register - de administratieve dienst - te worden bezorgd. De overdrager bezorgt de administratieve dienst binnen een termijn van 2 maanden na de overdracht een kopie of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen en dit per beveiligde zending.

      De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:

         i. de identiteit en het adres van de overdrager;

         ii. het nummer van de administratieve akte;

         iii. de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;

         iv. het adres van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;

         v. de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;

      2. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de beheerder van het register op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de beheerder van het register binnen de 2 maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht, gestaafd met de nodige bewijsstukken.

      3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

       

       

      Artikel 15.

      Dit besluit wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

       

      Artikel 16.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

    • Aanvullende belasting op de ongeschikte en onbewoonbare woningen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De Vlaamse overheid heft een belasting op ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen of gebouwen.
      • Deze gebouwen komen terecht in een inventaris die opgemaakt en beheerd wordt door Wonen in Vlaanderen.
      • De heffing moet betaald worden aan de Vlaamse Belastingdienst.
      • De gemeentebesturen hebben de mogelijkheid hierop een aanvullende belasting te heffen.
      • Met deze heffing wil de gemeente de verloedering van de leefomgeving tegengaan.
      • Daarnaast wil de gemeente ook inzetten op het verhogen van de woningkwaliteit.
      • De financiële toestand van de gemeente vereist dat er een aanvullende belasting wordt geheven.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, de artikelen 40, 41, 14°, 177, 286 en 288.
      • De gecoördineerde grondwet, de artikelen 41, 162, artikel 170, §4, artikel 172 en artikel 173.
      • De Wet van 29 juli 1991, de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
      • Het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992.
      • Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      Financieel kader
      • Afgaand op de huidige inventarisatie in het register van ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen of gebouwen van de Vlaamse overheid, is er op heden geen financiële impact,
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er een aanvullende belasting op de heffing van het Vlaamse Gewest met betrekking tot ongeschikte en/of onbewoonbare woningen gelegen op het grondgebied van de gemeente geheven.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 2. Aanslagvoet

      De belasting wordt vastgesteld op dertig opcentiemen.

       

      Artikel 3. Invordering

      De Vlaamse Belastingdienst vestigt en int deze belasting onder de voorwaarden en volgens de regelen hiervoor bepaald.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 4.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 5.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd en uiterlijk 31 maart meegedeeld aan de Vlaamse Belastingdienst.

    • Aanvullende belasting op de heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen.
      • Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen hebben een negatieve impact op de omgeving.
      • Ze trekken vandalisme en zwerfvuil aan.
      • De gemeente wil verloedering voorkomen.
      • Door een belasting in te voeren, wil de gemeente eigenaars stimuleren om hun panden in gebruik te nemen (of te houden) of ze te renoveren.
      • De financiële toestand van de gemeente vereist dat er een aanvullende belasting wordt geheven.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 2, §2 en artikel 40, §3.
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162, 170, 172 en 173.
      • Het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992.
      • Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      Financieel kader
      • Afgaand op de huidige inventarisatie in het register van de leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen van de Vlaamse overheid, is er op heden slechts een zeer beperkte financiële impact. Er is op heden één bedrijfsgebouw geïnventariseerd. De ontvangsten zullen geregistreerd worden op budgetsleutel GBB/0020-00/7300000. 
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting op de heffing van het Vlaamse Gewest op de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, gelegen op het grondgebied van de gemeente, geheven. 

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 2.

      De belasting wordt vastgesteld op 30 opcentiemen.

       

      Artikel 3.

      De Vlaamse Belastingdienst vestigt en int deze belasting onder de voorwaarden en volgens de regelen hiervoor bepaald.


      Administratieve bepalingen

      Artikel 4.

      Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

       

      Artikel 5.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 6.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd en uiterlijk 31 maart zal het aantal opcentiemen meegedeeld worden aan de Vlaamse Belastingdienst.

    • Bedrijfsbelasting op detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels, waarbij voedings - en genotmiddelen overheersen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • In grote mate maken bedrijven door hun aanwezigheid en de ontplooiing van hun activiteit gebruik van de faciliteiten van en bekostigd door de gemeente;
      • Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van wie, al dan niet gevraagd, een beroep doet op de dienstverlening van de gemeente;
      • Deze belasting is gebaseerd op een objectieve en meetbare grondslag, namelijk de oppervlakte van een bouwlaag die de economische actoren gebruiken of ter beschikking hebben;  
      • Ook de onbebouwde oppervlakte, gebruikt of noodzakelijk voor de uitoefening van de economische bedrijvigheid, zorgt voor een inname van het gemeentelijk grondgebied. Dit geldt echter niet voor de bovenliggende bouwlagen van een gebouw;
      • In onze provincie mag er maximum tot twee bouwlagen gebouwd worden;
      • De gemeente zal zich, net als in het verleden, steeds ontradend blijven opstellen tegenover bouwprojecten met een oppervlakte groter dan 600m² om haar landelijk karakter te behouden;
      • De stedenbouwkundige aanvragen voor bedrijfsgebouwen groter dan 600m² zullen daarom, net als in het verleden, steeds negatief worden geadviseerd;
      • Op consumptie gerichte bedrijven met parkeervoorziening zorgen voor het aantrekken van meer wagens;
      • Op consumptie gerichte bedrijven trekken ook meer vrachtvervoer aan dan op productie gerichte bedrijven;
      • Dit geldt zeker voor detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels waarbij voedings- (en genot-) middelen overheersen;
      • Deze specifieke handelszaken bieden doorgaans een substantieel aandeel aan verse voedingsmiddelen aan, waardoor ze de facto op meer frequente basis dan andere handelszaken verkoopgoederen aangeleverd krijgen via vrachtwagens;
      • Deze handelszaken krijgen omwille van het aanbod aan dagverse voedingsmiddelen ook meer dagelijks cliënteel over de vloer;
      • Deze specifieke handelszaken berokkenen hierdoor meer overlast, i.c. verkeersoverlast, dan andere handelszaken;
      • Deze specifieke handelszaken zullen bijgevolg, meer dan andere handelszaken, bijdragen aan het mobiliteitsprobleem in de gemeente;
      • Het gemeentebestuur streeft ernaar de handelskernen in de deelgemeenten te versterken;
      • De handelszaken uit de kernen van de deelgemeenten, vallen buiten de scoop van dit belastingreglement, mits toepassing van de voorgestelde belastingtarieven - waaronder ook het nultarief voor bedrijven met een oppervlakte tot 600m²;
      • Bepalingen uit het naslagwerk "Jaarboek lokale en regionale belastingen 2005-2006" van uitgeverij Die Keure met betrekking tot de belasting op economische entiteiten (blz. 197 tot en met 204);
      • Omwille van het gelijkheidsbeginsel dient de vrijstelling tot 600m² eveneens toegepast worden op bedrijven met een oppervlakte groter dan 600m²;
      • Bijgevolg mogen deze grotere bedrijven pas belast worden vanaf de 601ste m²;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170.
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • wijziging van het invorderingsdecreet met ingang van 1 januari 2020 ingevolge inwerkingtreding van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invorderingen van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
      • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
      • De omzendbrief van 19 juni 1991 houdende toelichting bij de toepassing van de bijzondere voorschriften gevoegd bij het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, meer bepaald bij artikel 8 van de aanvullende stedenbouwkundige voorschriften;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de bedrijfsbelasting op detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels, waarbij voedings - en genotmiddelen overheersen

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7340000

      €54.000

      € 55.000

      € 56.000

      € 57.500

      € 58.500

      € 59.000

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een bedrijfsbelasting gevestigd op detailhandelszaken in niet-gespecialiseerde winkels waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen. 

       

      Belastingplichtige

      Artikel 2.

      De bedrijfsbelasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen, de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en de feitelijke verenigingen of vennootschappen die op 1 januari van het belastingjaar op het grondgebied van de gemeente Affligem een economische bedrijvigheid uitoefenen, die gecatalogeerd wordt onder de NACE-code 47.11.

       

      Artikel 3.

      Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige bestaan. De hoedanigheid van belastingplichtige gaat slechts verloren wanneer de in artikel 2 genoemde economische bedrijvigheid met inbegrip van eventuele vereffeningsactiviteiten zijn stopgezet.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 4.

      Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:

      • Vestiging:
        • Elke plaats op Affligems grondgebied waar een economische bedrijvigheid wordt uitgeoefend of waar de maatschappelijke zetel of zetel van bestuur, beheer of administratie van een bedrijf, ongeacht de rechtspersoonlijkheidsvorm, is gevestigd;
      • Economische bedrijvigheid:
        • Elke activiteit die enkel kan uitgeoefend worden als de betrokken individuele persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden:
          • ingeschreven zijn in het handelsregister;
          • ingeschreven zijn in het register van de burgerlijke vennootschappen;
          • beschikken over een BTW-nummer;
          • het uitoefenen van een vrij beroep, ongeacht de rechtsvorm waarin dit gebeurt;
      • NACE:
        • Europese economische activiteitennomenclatuur, die het universum van de economische activiteiten onderverdeelt, zodanig dat men een NACE-code kan associëren met een statistische eenheid en dit op grond van de activiteit die deze eenheid uitoefent;
      • NACE-code:
        • Code die door de Europese Unie en haar lidstaten wordt toegekend aan een bepaalde klasse van commerciële of niet-commerciële activiteiten;
      • NACE-klasse 47.11:
        • De klasse die volgende economische activiteiten omvat: detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen;
      • Oppervlakte die gebruikt wordt voor het uitoefenen van de economische activiteit:
        • De totale bebouwde en onbebouwde oppervlakte gebruikt of noodzakelijk voor de uitoefening van de economische bedrijvigheid, met inbegrip van de aangrenzende terreinen, aanhorigheden (inclusief parkings) en bijgebouwen die een functionele band hebben met het uitoefenen van de economische activiteit, maar met uitzondering van het woongedeelte, de groenzone, de braakliggende grond, de hofplaatsen en het waterzuiveringsstation;
      • De bebouwde oppervlakte:
        • De vloeroppervlakte van het gelijkvloers of, wanneer er verschillende verdiepingen zijn, de grootste vloeroppervlakte op enig niveau, gebruikt of noodzakelijk voor de uitoefening van de economische bedrijvigheid;
      • Bijgebouw:
        • Iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is;
      • Groenzone:
        • (een deel van) een perceel waar bij de aanleg, de inrichting en het beheer landschappelijke, ecologische of milieubeschermende overwegingen overheersen, waarbij het uitzicht, de structuur of de aard van de vegetatie het resultaat is van menselijke beïnvloeding en dat een esthetisch element in het landschap vormt. Een groene zone kan bestaan uit grasvelden, bloemperken, waterpartijen, bosgedeelten of gedeelten die begroeid zijn met bomen, kruiden en kruidachtige gewassen;
      • Parking:
        • Een grond, gewoonlijk gebruikt, aangelegd of ingericht voor het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens, die eveneens als dusdanig stedenbouwkundig vergund is.
       
      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 5.

      Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt voor alle belastingplichtigen als volgt vastgesteld:

      • een belasting op oppervlakte, afzonderlijk per vestiging, hoe dan ook genaamd, zoals hierna bepaald:
       
      Oppervlakte Bedrag
      van 0m² tot en met 600m² € 0,00/m²
      van 601m² tot en met 2.500m² € 4,80/m²
      groter van 2.500m² € 4,20/m²
      • Voor bedrijven groter dan 600m², wordt het nultarief eveneens toegepast voor de eerste 600m². De tarieven van € 4,80 en € 4,20 worden bijgevolg pas toegepast vanaf respectievelijk de 601ste m² en de 2501ste m². Een fractie van 1m² wordt als een eenheid beschouwd.
      • Indien de vestiging zich uitstrekt op het grondgebied van verschillende gemeenten dan treft de belasting enkel het gedeelte gelegen op het grondgebied van de gemeente Affligem.
       

      Artikel 6.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

      Artikel 7.

      Indien een oppervlakte van een vestiging of een deel van een vestiging door meer dan één belastingplichtige wordt gebruikt of tot hun gebruik wordt voorbehouden, is de belasting verschuldigd ofwel door iedere belastingplichtige waarbij de oppervlakte berekend wordt door de totale gemeenschappelijke oppervlakte te delen door het aantal belastingplichtigen, ofwel - indien de belastingplichtigen dit wensen - door één van de belastingplichtigen voor de totale oppervlakte. In het laatste geval dienen de andere belastingplichtigen die gemeenschappelijke oppervlakte niet aan te geven.

       

      Artikel 8.

      Voor vestiging van de belasting wordt de situatie op 1 januari van het belastingjaar beoordeeld. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. De stopzetting of vermindering van de werkzaamheden in de loop van het dienstjaar, of de vermindering van de belastbare oppervlakte in dit jaar, geven geen aanleiding tot belastingvermindering.


      Artikel 9.

      De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

       

      Aangifteplicht

      Artikel 10.

      • De belastingplichtigen zijn verplicht aangifte te doen bij het gemeentebestuur door middel van een formulier, dat terug te vinden is op de gemeentelijke website;
      • Indien het gemeentebestuur, na een eerste correcte aangifte, geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de vorige aangifte van de belastingplichtige.
      • Belastingplichtigen die een wijziging van aangifte willen indienen, dienen eveneens een aangifteformulier aan te vragen bij het gemeentebesuur.
      • Nieuwe aangiftes of wijzigingen moeten voor 30 april van het aanslagjaar ingediend worden.
      • Elke belastingplichtige die in de loop van het aanslagjaar:
      op het grondgebied van de gemeente Affligem een bedrijfs-, handels- of andere economische activiteit die onder de NACE-klasse 47.11 valt, aanvangt of stopzet, of een vestiging, in gebruik neemt of sluit
      of
      zijn naam, rechtsvorm, briefwisselings- of vestigingsadres wijzigt;

      moet uit eigen beweging binnen de maand het gemeentebestuur van Affligem hiervan in kennis stellen.
       
      • Bij gebrek aan eerste of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege gekohierd, met een verhoging van 20% van het belastingbedrag tot gevolg.

      Administratieve bepalingen
      Artikel 11.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 12.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Vaststelling van het belastingreglement voor begravingen - aanslagjaren 2026-2031.

      Aanleiding
      • De huidige reglementen met betrekking tot de begraafplaatsen lopen af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen wordt op systematische basis uitgevoerd door de gemeentewerklieden.
      • De aankoop, levering en plaatsing van betonnen grafkelders betekent een kost voor de gemeente.
      • De opmaak van overlijdens- en concessiedossiers vergen middelen en personeelsinzet. 
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies.
      • Uit administratieve overwegingen is het aangewezen de afzonderlijke belasting- en retributiereglementen te bundelen in één globaal belastingreglement voor begravingen.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op begraven:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0990-00/7006400

      €47.750

      € 48.705

      € 50.000

      € 51.000

      € 51.500

      € 53.000

      GBB/0990-00/7002100

      € 300

      € 300

      € 300

      € 300

      € 300

      € 300

      GBB/0990-00/7002130

      € 2.000

      € 2.000

      € 2.000

      € 2.000

      € 2.000

      € 2.000

      GBB/0990-00/7009000

      € 55

      € 55

      € 55

      € 55

      € 55

      € 55

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 is onderhavig belastingreglement voor begravingen van toepassing.

       

      Belastingplichtige
      Artikel 2.

      De belasting is verschuldigd door de persoon die de concessie of de begraving aanvraagt.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      • De belastingen voor de begravingen worden als volgt gevestigd:
      Begravingen van personen overleden vanaf 1 januari 2026 inwoner niet-inwoner
      • nieuwe concessie voor begraving in een grafkelder (50 jaar)
      • grafkelder (2 vakken)
      • nieuwe concessie voor begraving kist (25 jaar)
      • nieuwe concessie voor begraving kist (50 jaar)
      • nieuwe concessie bijzetting urne op urnenveld (25 jaar)
      • nieuwe concessie bijzetting urne op urnenveld (50 jaar)
      • nieuwe concessie bijzetting in columbariumnis (25 jaar)
      • nieuwe concessie bijzetting in columbariumnis (50 jaar)
      • nieuwe concessie kist of urne kind tot 7 jaar (25 jaar)
      • nieuwe concessie kist of urne kind tot 7 jaar (50 jaar)
      • asverstrooiing
      • bijzetting kist of urne zonder concessie (15 jaar)
      • naamplaatje bij asverstrooiing
      • ontgraving bij burgemeesterbesluit (enkel administratie + toezicht op de begraafplaats)
      • opstart overlijdensdossier
      • € 1.000,00
      • € 800,00
      • € 500,00
      • € 1.000,00
      • € 500,00
      • € 1.000,00
      • € 500,00
      • € 1.000,00
      • € 125,00
      • € 250,00
      • € 50,00
      • gratis
      • € 10,00
      • € 150,00
      • € 50,00
      • € 2.000,00
      • € 800,00
      • € 1.000,00
      • € 2.000,00
      • € 1.000,00
      • € 2.000,00
      • € 1.000,00
      • € 2.000,00
      • € 250,00
      • € 500,00
      • € 200,00
      • € 1.000,00
      • € 20,00
      • € 150,00
      • € 100,00
      • Worden gelijkgesteld met inwoners:
      • Personen die op het grondgebied van de gemeente Affligem overleden zijn;
      • Personen die op datum van overlijden ingeschreven zijn in het bevolkings-, het vreemdelingen- of het wachtregister van Affligem;
      • Personen die de gemeente effectief bewonen, doch ingevolge wettelijke bepalingen of overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in het gemeentelijke bevolkingsregister of het vreemdelingenregister (o.a. EU ambtenaren, diplomaten);
      • Personen die begunstigd zijn met een recht van begraving of bijzetting door middel van een concessie;
      • Personen die in totaliteit ten minste 10 jaar ingeschreven geweest zijn in het bevolkings-, het vreemdelingen- of het wachtregister van Affligem of in de vroegere deelgemeenten;
      • Personen die hoofdzakelijk in de gemeente Affligem hebben gewoond, maar de laatste levensjaren in een andere gemeente ingeschreven werden, alwaar ze in een rusthuis, een verzorgingsinstelling of bij familieleden verbleven.


      Artikel 4.

      • De belasting voor de hernieuwing met bijzetting wordt proportioneel berekend op het aantal jaren dat de vervaldatum van de vorige concessie overschrijdt:
      • € 10,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn startte vóór 1 januari 2026.
      • € 20,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn start na 1 januari 2026.
      • Voor niet-inwoners bedraagt het tarief het dubbele van de vastgestelde bedragen.
      • De retributie voor de verlenging van een concessie bedraagt:
      • € 10,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn startte vóór 1 januari 2026
      • € 20,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn start na 1 januari 2026
      • Voor niet-inwoners bedraagt het tarief het dubbele van de vastgestelde bedragen.

       

      Artikel 5.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Artikel 6.

      • Deze belasting dient bij aanvraag betaald te worden, hetzij contant, hetzij via een overschrijving op rekening van de gemeente na ontvangst van een factuur. De factuur geldt als schuldvordering en vermeldt het verschuldigde bedrag, de omschrijving van het belastbaar feit en de vervaldatum. De belastingplichtige dient het bedrag van de factuur te voldoen binnen 30 kalenderdagen na factuurdatum, tenzij anders vermeld op de factuur.

      Artikel 7.
      Bij niet-betaling binnen de vervaltermijn wordt de belasting ingevorderd volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, met inbegrip van aanmaning en dwangbevel.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 8.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 9.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belastingreglement Burgerzaken - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • De huidige reglementen met betrekking tot de belastingen op burgerzaken lopen af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente staat in voor de organisatie van burgerzaken en de uitvoering van wettelijke verplichtingen inzake identiteitsdocumenten.
      • De afgifte van dergelijke administratieve stukken en de opmaak van allerhande dossiers met betrekking tot burgerzaken vergen middelen en personeelsinzet van het lokaal bestuur.
      • Deze dienstverlening maakt deel uit van de algemene werking van de gemeente en brengt aanzienlijke kosten met zich mee.
      • Het heffen van deze belastingen is gerechtvaardigd om een efficiënte dienstverlening te waarborgen.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      • In dit reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijgt of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Decreet lokaal bestuur, de artikelen 40, 41, 14°, 177, 286 en 288.
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
      • Het decreet 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;;
      Financieel kader

      In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutels een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op burgerzaken:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7318000

      € 237.000 € 216.000 € 220.000 € 225.000 € 229.000 € 234.000
      GBB/0130-00/7315000 € 30.000 € 30.500 € 31.000 € 32.000 € 32.500

      € 33.000

      GBB/0130-00/7000400 € 6.250 6.250 6.250 6.250 6.250

      6.250

      GBB/0130-00/7000500 € 24.000 € 24.500 € 25.000 € 25.500 € 26.000 € 26.500
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 is onderhavig belastingreglement op burgerzaken van toepassing.

       

      Belastingplichtige

      Artikel 2.

      De belasting valt ten laste van de personen aan wie deze stukken door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De belastingtarieven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 voor de dienst burgerzaken worden vastgesteld zoals hieronder.

      Elektronische identiteitskaart voor Belgen   
      • gewone procedure
      • gewone procedure na verlies
      • spoedprocedure met levering in de gemeente
      • spoedprocedure met levering bij de FOD Binnenlandse Zaken in Brussel
      • € 30,00
      • € 40,00
      • € 130,00
      • € 165,00
      Elektronisch identiteitsdocument voor kinderen onder de 12 jaar met de Belgische nationaliteit (kids-ID)  
      • gewone procedure
      • gewone procedure na verlies 
      • spoedprocedure met levering in de gemeente
      • spoedprocedure met levering bij de FOD Binnenlandse Zaken in Brussel 
      • € 10,00
      • € 15,00
      • € 115,00
      • € 155,00

      Elektronische verblijfskaart voor vreemdelingen ouder dan 12 jaar

       
      • gewone procedure voor B, EU, EU+, F, F+, K, L, M, N-kaart
      • gewone procedure voor A-kaart
      • spoedprocedure met levering in de gemeente 
      • spoedprocedure met levering in Brussel 
      • duplicaat van een elektronische verblijfskaart (B, EU, E U+, F, F+, K, L, M, N-kaart) bij verlies 
      • duplicaat van een elektronische verblijfskaart (A-kaart) bij verlies
      • € 30,00
      • € 50,00
      • € 130,00
      • € 165,00
      • € 40,00
      • € 60,00
      Elektronisch verblijfsdocument voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar  
      • gewone procedure EU, EU+, F, F+, M en N
      • gewone procedure A, B, K of L
      • spoedprocedure met levering in de gemeente - kaarten A, B, EU, EU+, F, F+, K, L, M, N 
      • spoedprocedure met levering in Brussel - kaarten A, B, EU, EU+, F, F+, K, L, M, N 
      • duplicaat van een elektronische verblijfskaart bij verlies (alle kaarten)
      • € 10,00
      • € 13,00
      • € 115,00
      • € 155,00
      • € 15,00
      Aflevering van documenten aan een vreemdeling in de kader van de opstart van een verblijfsprocedure  
      • bijlage 19 (aanvraag verklaring van inschrijving) per persoon ouder dan 18 jaar
      • bijlage 19ter (aanvraag verblijfskaart van een familielid van de EU-burger) per persoon ouder dan 18 jaar
      • bijlage 3 (attest van inontvangstname) per dossier
      • bijlage 3ter (aankomstverklaring) per persoon
      • bijlage 4 (attest van immatriculatie) per attest
      • bijlage 16 en 16 bis (aanvraag machtiging tot vestiging of tot het bekomen status langdurig ingezetene) per persoon 
      • bijlage 22 (aanvraag duurzaam verblijf) per persoon
      • bijlage 3bis (verbintenis tot tenlasteneming) per verbintenis
      • bijlage 35 (bijzonder verblijfsdocument) per document 
      • € 50,00
      • € 50,00
      • € 20,00
      • € 20,00
      • € 20,00
      • € 20,00
      • € 20,00
      • € 20,00
      • € 20,00
      Reispas  
      • gewone procedure voor Belgen vanaf 18 jaar 
      • spoedprocedure voor Belgen vanaf 18 jaar (levering in de gemeente)
      • superspoedprocedure voor Belgen vanaf 18 jaar (levering in Brussel) 
      • gewone procedure voor Belgen jonger dan 18 jaar 
      • spoedprocedure voor Belgen jonger dan 18 jaar (levering in de gemeente)
      • superspoedprocedure voor Belgen jonger dan 18 jaar (levering in Brussel)
      • gewone procedure voor erkende vluchtelingen en staatlozen
      •  € 90,00
      • € 270,00
      • € 330,00
      • € 45,00
      • € 230,00
      • € 280,00
      • € 75,00
       Rijbewijzen  
      • voorlopig rijbewijs
      • hernieuwing na diefstal van een voorlopig rijbewijs
      • hernieuwing na verlies van een voorlopig rijbewijs
      • aanvraag of hernieuwing van een rijbewijs
      • aanvraag van een rijbewijs na diefstal
      • aanvraag van een rijbewijs na verlies 
      • internationaal rijbewijs
      • omwisseling van een buitenlands rijbewijs (nieuw rijbewijs inbegrepen)
      • € 25,00
      • € 25,00
      • € 30,00
      • € 30,00
      • € 30,00
      • € 35,00
      • € 30,00
      • € 40,00
       Huwelijksplechtigheden  
      • huwelijk tijdens de kantooruren
      • huwelijk buiten de vastgestelde kantooruren, behalve op zaterdag
      • huwelijk op een zaterdag of een brugdag
      • Duplicaat trouwboekje
      • € 25,00
      • € 125,00
      • € 260,00
      • € 30,00
       Opmaak dossiers Burgerlijke Stand  
      • voornaamswijziging (met uitzondering van voornaamswijziging in het kader van aanpassing van de geslachtsregistratie) 
      • Belgische nationaliteit
      • huwelijk waarbij minstens één van de partners niet ingeschreven is in het bevolkingsregister
      • wettelijk samenwonen waarbij minstens één van de partners niet ingeschreven is in het bevolkingsregister
      • (prenatale) erkenning waarbij minstens één van de ouders niet ingeschreven is in het bevolkingsregister
      • € 100,00
      • € 150,00
      • € 50,00
      • € 50,00
      • € 50,00
       Eenzijdige beëindiging wettelijk samenwonen  
      •  voorschot voor de kosten van de gerechtsdeurwaarder
      • € 250,00
      Genealogische opzoekingen en opzoekingen in de registers  
      • per begonnen uur
      • € 30,00

      Artikel 4.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be/bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier. Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma:

      • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
      • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar de lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

         

      Artikel 5.

      De belasting wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van het belastbare stuk. Het bewijs van de betaling van de belasting blijkt uit het kasticket. De aan de belasting onderworpen personen of instellingen die een verzoek tot het bekomen van een of ander stuk indienen, moeten op het ogenblik van hun aanvraag dat bedrag van de belasting in bewaring geven indien dit document niet onmiddellijk bij de aanvraag kan afgegeven worden.

      Bij verzending of verzoek tot verzending van de stukken zullen alle verzendingskosten teruggevorderd worden, zelf als de afgifte kosteloos is.

      Bij gebrek aan contante betaling, wordt de belasting gevorderd via een factuur. De factuur geldt als schuldvordering en vermeldt het verschuldigde bedrag, de omschrijving van het belastbaar feit en de vervaldatum. De belastingplichtige dient het bedrag van de factuur te voldoen binnen 30 kalenderdagen na factuurdatum, tenzij anders vermeld op de factuur.

       

      Artikel 6.

      Bij niet-betaling binnen de vervaltermijn wordt de belasting ingevorderd volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, met inbegrip van aanmaning en dwangbevel.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 7.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 8.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten - aanslagjaar 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Huis-aan-huis bedeling van reclamebladen brengt veel papierafval met zich mee;
      • Papier van reclamebladen komt bovendien regelmatig op de openbare wegen terecht;
      • Wekelijkse of tweewekelijkse bedelingen brengen meer papieroverlast met zich mee dan sporadische bedelingen;
      • Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen bedelingen met een algemeen informatief karakter (zoals o.a. politieke pamfletten) en de bedelingen met een louter handelskarakter, omdat de bedelingen met een algemeen informatief karakter geacht worden voor een groter deel van de ontvangers van nut te zijn;
      • Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen niet-geadresseerd drukwerk (zoals reclamefolders) en geadresseerd drukwerk (zoals kranten, tijdschriften en geadresseerde reclamefolders), omdat dergelijk geadresseerd drukwerk verstuurd wordt op uitdrukkelijke vraag van de ontvanger. Daarentegen, inwoners die geen niet-geadresseerd drukwerk wensen te ontvangen, dienen hiervoor zelf actie te ondernemen, wat met zich meebrengt dat er automatisch veel meer onnodig niet-geadresseerd drukwerk wordt verspreid;
      • De belasting heeft onder meer tot doel te zorgen voor minder en gerichtere reclame;
      • Het opnemen van de in het reglement voorziene vrijstellingen is, gelet op bovenstaande argumenten, verzoenbaar met de aard en het doel van de belasting;
      • Conform het huidig reglement is de belasting verschuldigd door de fysieke persoon of de rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te produceren. Bij gebrek aan aangifte, is de belasting verschuldigd door de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld. Wanneer de uitgever in het buitenland is gevestigd, kan dit leiden tot buitensporig hoge betekeningskosten ten opzichte van de in te vorderen sommen. Om deze bijkomende kosten voor de eindbetaler te beperken en de efficiënte invordering te faciliteren, dient de aanduiding van de belastingplichtigen in het belastingreglement aangepast te worden;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op begraven:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7342400

      €106.000

      € 108.000

      € 110.000

      € 112.000

      € 115.000

      € 117.000

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor aanslagjaar 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten. 

       

      Definities

      Artikel 2.

      Reclamedrukwerk: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen en die er op gericht is potentiële klanten te bewegen gebruik te maken van de aangeboden diensten en/of producten.

      Huis-aan-huis verspreiding: het systematisch achterlaten van het niet-geadresseerd drukwerk in de brievenbussen van woningen en/of gebouwen, zonder enig initiatief van de bestemmeling.

      Gelijkgestelde producten: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.

      Niet-geadresseerd drukwerk: ieder drukwerk dat niet in een omslag met onuitwisbare vermelding van de naam en het adres van de bestemmeling wordt besteld.

      Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.

      Indien verscheidene reclamedrukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder reclamedrukwerk als apart exemplaar beschouwd.

      Eén geheel: de reclamedrukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen ofwel aaneen geniet of geplakt zijn waardoor de reclamedrukwerken niet losbladig zijn of waarbij het geheel een eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont.

      Indien verscheidene reclamedrukwerken die qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene reclamedrukwerken elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in het vorige lid vermelde wijze zijn samengebracht en waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke reclamedrukwerken als een apart exemplaar beschouwd.

      Regionale pers: bladen waarvan de oppervlakte voor 30% of meer wordt ingenomen door een vast redactioneel gedeelte dat lokaal informatief nieuws zonder handelskarakter bevat inzake cultuur, sport en politiek over de gemeente Affligem en haar buurgemeenten.

      Bladgrootte:

      Eén blad = maximum één A4 (21 cm x 29,7 cm). Als de bladgrootte kleiner is dan één A4 wordt elk blad beschouwd als één blad.

      Van zodra de bladgrootte de afmetingen van een A4 overschrijdt en niet groter is dan een A3, wordt elk blad beoordeeld als twee bladen.

      Van zodra de bladgrootte de afmetingen van een A3 (29,7 cm x 42 cm) overschrijdt, wordt elk blad beoordeeld als drie bladen.

       

      Belastingplichtige

      Artikel 3.

      De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Wanneer de verantwoordelijke uitgever geen aangifte gedaan heeft of niet gekend is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.

      Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.

      De genieter wiens naam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt is steeds hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 4.

      De belasting wordt als volgt vastgesteld:

      • 0,030 per verspreid exemplaar beperkt tot tweebladig drukwerk.
      • € 0,070 per verspreid exemplaar vanaf driebladig drukwerk.

       

      Artikel 5.

      Het te betalen bedrag is verschuldigd telkens er een huis-aan-huisverspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt. Het wordt bekomen door het in artikel 4 vermelde belastingtarief te vermenigvuldigen met het aantal brievenbussen waarover het drukwerk verdeeld wordt. Indien er slechts in een bepaald deel van de gemeente wordt verspreid, dan worden alleen de brievenbussen in dit deel in rekening gebracht. Het aantal brievenbussen wordt opgevraagd bij Bpost en wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen in het eerste kwartaal van elk dienstjaar.

       

      Artikel 6.

      Zijn van de belasting vrijgesteld:

      • publicaties zonder commerciële doeleinden van socio-culturele verenigingen, levensbeschouwelijke verenigingen, sport- en jeugdverenigingen en adviesraden erkend door het gemeentebestuur, wanneer de publicatie uitsluitend gaat over de eigen activiteiten;
      • publicaties van politieke partijen;
      • publiciteit gevoerd door vormingsinstellingen en plaatselijke onderwijsinstellingen;
      • drukwerk van eenzelfde handelszaak/merknaam met een maximum van 12 bladen dat niet meer dan 4 maal per kalenderjaar wordt uitgegeven. De vrijstelling vervalt integraal van zodra:
        • het drukwerk meer dan 4 maal per kalenderjaar wordt bedeeld;
        • het drukwerk één maal het maximum van 12 bladen overschrijdt;
      • regionale pers waarvan maximum 15 edities per jaar bedeeld worden.


      Artikel 7.

      De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Het bedrag van de belasting mag vanaf de dag van de verspreiding worden ingekohierd.


      Artikel 8.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het derde getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,005 wordt € 6);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,004 wordt € 5).

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 9.

      • De belastingplichtige moet binnen de 15 dagen na elk verstreken kwartaal bij het gemeentebestuur aangifte doen van de in het kwartaal verspreide drukwerken, d.i. uiterlijk op 15 april, 15 juli en 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag. Het aangifteformulier is beschikbaar op de gemeentelijke website https://affligem.be/bestuur-en-diensten/reglementen/belastingen-en-retributies of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
      • Als aangiftedatum geldt de datum van verzending of - bij afgifte - de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste aangiftedatum op een zaterdag of een zondag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
      • Hierbij dient de belastingplichtige alle noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen, meer bepaald een specimen van het te verspreiden drukwerk, een verklaring van het aantal exemplaren en een overzicht van de straten waar het drukwerk zal verspreid worden.
      • Voor de periodieke verspreiding mag de aangifte bij voorbaat gedaan worden voor een volledig aanslagjaar (= een periode van hoogstens twaalf maanden).
      • Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
      • Vooraleer over te gaan tot ambtshalve vaststelling van de belasting zal het college van burgemeester en schepenen per aangetekende brief aan de belastingplichtige de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop deze procedure wordt gebaseerd en de wijze van bepalen van de elementen, alsook het bedrag van de belasting meedelen.
      • De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen, volgend op de datum van de verzending van de betekening, om de bewijzen van tegendeel schriftelijk mee te delen. Zo niet wordt de belasting vastgesteld op basis van het aantal brievenbussen bij de vastgestelde bedeling per deelgemeente.
      • De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting, onverminderd de verschuldigde belasting en de verwijlintresten. Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.


      Artikel 10.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 11.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op de wegwijzers van een nijverheids- of handelsbedrijf - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De uniformiteit van de wegwijzers op het grondgebied Affligem kan enkel gegarandeerd worden als de gemeentelijke diensten deze zelf aanleveren.
      • Enkel de wegwijzers F34a, zoals beschreven in de Wegcode, komen in aanmerking om geplaatst te worden.
      • Het is passend om de kosten voor aanmaak en belettering van de wegwijzers te recupereren van de aanvrager.
      • Het is eveneens passend om hier bovenop per geplaatste wegwijzer een belasting te innen.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op budgetsleutel GBB/0020-00/7342600 een jaarlijks ontvangstkrediet van € 1.705,00 voorzien voor de ontvangst van de belastingen op wegwijzers.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt ten behoeve van de gemeente voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op de wegwijzers van nijverheids- of handelsbedrijven gevestigd. 

       

      Belastingplichtige

      Artikel 2.

      De belasting is verschuldigd door de exploitant van het bedrijf voor elk begonnen jaar, onder die voorwaarde dat de op 1 januari bestaande toestand alleen in aanmerking wordt genomen.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De belasting wordt vastgesteld op € 55,00 per jaar en per wegwijzer.

       

      Artikel 4.

      De aankoopprijs van nieuwe wegwijzers, inclusief een forfaitair bedrag van € 100,00 voor belettering en plaatsing van de borden, wordt van de aanvrager teruggevorderd.

       

      Artikel 5.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,5 wordt € 6);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,4 wordt € 5).

       

      Artikel 6.

      De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

       

      Administratieve en praktische bepalingen

      Artikel 7.

      Enkel de wegwijzers F34a, zoals beschreven en afgebeeld in de Wegcode, komen in aanmerking om geplaatst te worden.

       

      Artikel 8.

      Alleen de gemeentediensten mogen de wegwijzers plaatsen, nadat het college van burgemeester en schepenen hiertoe toelating heeft verleend. Alle andere wegwijzers zullen onherroepelijk verwijderd worden.

       

      Artikel 9.

      Om de uniformiteit van de wegwijzers te garanderen, staat het gemeentebestuur zelf in voor het aanleveren van nieuwe wegwijzers.

       

      Artikel 10.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 11.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op nachtwinkels en phoneshops - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, een beroep doet op de dienstverlening van de gemeente.
      • De uitbating van nachtwinkels en phoneshops verschilt fundamenteel van de uitbating van gewone kleinhandelszaken en deze uitbating kan tot overlast leiden voor de omwonenden.
      • De openingsuren situeren zicht grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden, wat grotere inspanningen vraagt van de lokale politie voor de handhaving van de openbare rust en de verkeersveiligheid en van de gemeentediensten voor de openbare reinheid.
      • Een belasting op nachtwinkels kadert in het gemeentelijk beleid om bijkomende kosten voor toezicht en handhaving, veroorzaakt door nachtwinkels, evenredig te verdelen.
      • De vrijheid van handel mag geen reden zijn voor het uitbaten van een handelszaak op een wijze die in strijd is met de vereisten van de openbare veiligheid, rust en gezondheid of met de vereiste van afwezigheid van openbare overlast.
      • Het is billijk dat betrokken handelszaken als tegenprestatie een bijzondere financiële inspanning doen.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op budgetsleutel GBB/0020-00/7340800 jaarlijks een ontvangstkrediet van € 4.500,00 voorzien voor de ontvangst van de belastingen op nachtwinkels en phoneshops.
      Besluit

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt ten behoeve van de gemeente voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting geheven op nachtwinkels en phoneshops gelegen op het grondgebied van de gemeente.


      Belastingplichtige

      Artikel 2.
      De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel of de phoneshop. De houder van het handelsfonds en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden zijn solidair verantwoordelijk voor de betaling van de belasting. 


      Artikel 3.
      Onder nachtwinkels wordt verstaan:

      Elke winkel die in algemene voedingswaren en huis-houdartikelen handelt en tussen 18 uur en 7 uur open is, zoals bedoeld in artikel 2, 9° en artikel 6 c van de wet van 10.11.2006 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening.

      Onder phoneshop moet men voor de toepassing van onderhavig reglement verstaan:

      Bedrijven die meer dan één telecommunicatieapparaat ter beschikking stellen van het publiek tegen vergoeding, ongeacht de openingsuren.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 4.
      De belasting wordt vastgesteld op:

      • een openingstaks van € 6.000,00 voor nachtwinkels en phoneshops die nieuw openen na inwerkingtreding van dit belastingreglement;
      • een jaarlijkse belasting van € 2.000,00 voor bestaande nachtwinkels en phonshops.


      Artikel 5.

      • De belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, ongeacht de stopzetting van economische activiteit of de wijziging van uitbating in de loop van het jaar.
      • Voor het vestigen van de belasting op de bestaande nachtwinkels en phoneshops wordt elk jaar de toestand op 1 juli in aanmerking genomen.
      • Voor nachtwinkels of phoneshops die hun handelsactiviteit opstarten na 1 juli, is de belasting volledig verschuldigd bij de opening van de nieuwe handelsactiviteit van de nachtwinkel of de phoneshop.
      • Elke wijziging van uitbating wordt gezien als nieuwe handelsactiviteit.


      Artikel 6.

      De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

       

      Artikel 7.

      De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.


      Artikel 8.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,5 euro wordt € 6);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,4 wordt € 5).



      Administratieve bepalingen

      Artikel 9.
      De eigenaar van de handelszaak en de uitbater ervan zijn er elk afzonderlijk toe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur.


      Artikel 10.

      • De belastingplichtigen zijn verplicht aangifte te doen bij middel van een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier dat door de belastingplichtige behoorlijk ingevuld en ondertekend wordt ingediend. Belastingplichtigen die een wijziging van aangifte willen indienen, dienen hiervoor eveneens het gemeentelijk aangifteformulier te gebruiken.
      • Elke belastingplichtige die in de loop van het aanslagjaar een nachtwinkel of een phoneshop op het grondgebied van de gemeente Affligem aanvangt of stopzet, of een vestiging in gebruik neemt of sluit of zijn naam, rechtsvorm, briefwisselings- of vestigingsadres wijzigt, moet uit eigen beweging binnen de maand het gemeentebestuur van Affligem hiervan in kennis stellen.
      • Indien het gemeentebestuur, na een eerste correcte aangifte, geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de eerdere aangifte van de belastingplichtige. De initiële aangifte blijft bijgevolg geldig tot bericht van wijziging vanwege de belastingplichtige.
      • Nieuwe aangiftes of wijzigingen moeten, voor 30 april van het aanslagjaar, ingediend worden.
      • Bij gebrek aan eerste of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege ingekohierd, met een verhoging van 20% van het belastingbedrag tot gevolg.


      Artikel 11.

      De beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.


      Artikel 12.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op aanplakborden en overige vaststaande reclameconstructies op de openbare weg - aanslagjaar 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De belasting op aanplakborden en overige vaststaande reclameconstructies zichtbaar vanaf de openbare weg, heeft tot doel de bijkomende gemeentelijk kosten te dekken die voortvloeien uit toezicht, handhaving en het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en de verkeersveiligheid. Door het vaststellen van een belastingtarief dat in verhouding staat tot de impact van dergelijke constructies op het straatbeeld en de openbare orde, wordt een evenwichtige en verantwoorde plaatsing gestimuleerd.
      • Deze belasting draagt op die manier bij tot het voorkomen van een overmatige concentratie van reclame-inrichtingen en waarborgt een ordelijk en veilig gebruik van het openbaar domein.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke belastingen.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op aanplakborden en overige vaststaande reclameconstructies zichtbaar vanaf de openbare weg:

         

        2026

        2027

        2028

        2029

        2030

        2031

        GBB/0020-00/7342200

        € 29.000

        € 29.500

        € 30.000

        € 31.000

        € 31.500

        € 32.000

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt met ingang van aanslagjaar 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting op aanplakborden en overige vaststaande reclameconstructies geheven.


      Definities

      Artikel 2.

      Onder aanplakborden en overige vaststaande reclameconstructies wordt verstaan alle vaststaande panelen, reclamedoeken of soortgelijke constructies op muren of andere plaatsten die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en die een minimum oppervlakte hebben van 1m². Worden niet belast, de aanplakborden aangebracht op sportterreinen alsook alle reclame die in de zetel van zijn activiteit door een zelfstandige wordt gevoerd.

      Ook tijdelijke constructies, die niet voor een volledig jaar opgesteld worden, komen in aanmerking voor deze belastingheffing.


      Belastingplichtige

      Artikel 3.

      De belasting is hoofdzakelijk verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die over het recht beschikt om gebruik te maken van het aanplakbord, paneel of reclamedoek en in bijkomende orde, als de gebruiker onbekend is, door de eigenaar van de grond of van de muur waarop zich het bord of het doek bevindt.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 4.

      Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 60,00 per vierkante meter of gedeelte van een vierkante meter. Desgevallend wordt, op basis van de belastingaangifte, een verrekening doorgevoerd a rato van de termijn dat de constructie opgesteld werd.


      Artikel 5.

      Voor de belasting wordt de nuttige oppervlakte van het bord, het doek of de constructie in aanmerking genomen d.w.z. de oppervlakte die voor aanplakking kan gebruikt worden met uitzondering van de omlijsting. Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt.


      Artikel 6.

      De belasting is niet verschuldigd voor de borden en doeken opgericht door openbare besturen, instellingen van openbaar nut en sportverenigingen.


      Artikel 7.

      De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen de twee maanden na het versturen van het aanslagbiljet.


      Artikel 8.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).


      Administratieve bepalingen

      Artikel 9.

      • De belastingplichtigen moeten uiterlijk 31 januari van het aanslagjaar, bij het gemeentebestuur aangifte doen van de aanplakborden waarover zij beschikking hebben, met opgave van het aantal, evenals van de oppervlakte per bord. De belastingplichtigen zijn verplicht aangifte te doen bij het gemeentebestuur door middel van een formulier, dat terug te vinden is op de gemeentelijke website https://affligem.be/bestuur-en-diensten/reglementen/belastingen-en-retributies.
      • De aangifte moet de toestand aangeven op 1 januari van het aanslagjaar.
      • Indien het gemeentebestuur, na een eerste correcte aangifte, geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de vorige aangifte van de belastingplichtige.
      • Belastingplichtigen die, na een eerste correcte aangifte cfr. de toestand op 1 januari van het aanslagjaar, een wijziging van aangifte willen doen, moeten dit uiterlijk de 15e van de maand volgend op de gewijzigde toestand indienen, eveneens via het aangifteformulier van het gemeentebestuur.
      • Als aangiftedatum geldt de datum van verzending of, bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste aangiftedatum op een zaterdag of een zondag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.


      Artikel 10.

      • Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
      • De ambtshalve in te kohieren belasting bestaat uit een bedrag gelijk aan het dubbel van de verschuldigde belasting. De ambtshalve inkohiering gebeurt op basis van bewijsstukken verzameld bij een rondgang door de gemeente in het laatste trimester van het aanslagjaar.
      • Bij de ambtshalve inkohiering wordt geen rekening gehouden met het mogelijke tijdelijke karakter van een constructie.

       


      Artikel 11.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.


      Artikel 12.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op masten en pylonen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Raadslid Rani Berlo verlaat de zitting voor dit agendapunt;
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025;
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Masten en pylonen worden aanzien als visuele vervuiling, belasten de vrije open ruimte en worden ervaren als landschapsverstorend en hinderlijk voor de omwonenden.
      • Masten en pylonen hebben een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van de nabije omgeving en bij uitbreiding van de gemeente. Ze beïnvloeden de beleving van het openbaar domein.
      • Het gemeentebestuur is van oordeel dat alle metalen constructies met een hoogte van minimaal 15 meter als landschapsverstorend beschouwd dienen te worden.
      • Het gemeentebestuur is van oordeel dat dit landschapsverstorend effect zich minder voordoet bij gebouwen van minstens 15 meter, gelet op de verschillende vormgeving en de verschillende impact op de open ruimte.
      • Masten en pylonen van minimaal 15 meter hoog enerzijds en gebouwen van minimaal 15 meter hoog anderzijds zijn bijgevolg niet-vergelijkbare zaken.
      • Gebouwen van minstens 15 meter hoog, zijnde hoofdzakelijk meergezinswoningen, worden bovendien belast via een ander specifiek belastingreglement.
      • Het landschapsverstorend effect stelt zich ook niet, of slechts in zeer beperkte mate, bij masten en pylonen die dienstig zijn voor sport- en recreatievoorzieningen, aangezien deze masten en pylonen ingebed zijn in de sportinfrastructuur.
      • Het is billijk om, met het oog op de financiering van de algemene dienstverlening, een specifieke bijdrageplicht ten laste van de eigenaars van masten en pylonen op te leggen.
      • De belasting op masten en pylonen heeft tot doel de bijkomende gemeentelijke kosten te dekken die voortvloeien uit toezicht, handhaving en het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke integriteit.
      • Door een belastingtarief vast te stellen dat in verhouding staat tot deze impact, wordt een verantwoorde en selectieve plaatsing gestimuleerd. Op die manier draagt de belasting bij tot het waarborgen van een ordelijk en duurzaam gebruik van ruimte.
      • Het belastingtarief dat de gemeente Affligem heft, is niet van die aard dat het elk effect ontneemt van de aanmoedigingsmaatregelen van de Europese Unie en het Gewest met betrekking tot windmolens.
      • De financiële toestand van de gemeente wordt gerechtvaardigd door de heffing van rendabele belastingen;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
      • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit waarin wordt gesteld dat belastingverminderingen of vrijstellingen voor constructies voor het produceren van groene stroom aangewezen zijn. Deze vermelding in de omzendbrief impliceert a contrario ook dat windmolens principieel belastbaar zijn, aangezien het anders niet nuttig is voor deze constructies een vrijstelling of vermindering te voorzien.
      • Het arrest 189/2011 van het Grondwettelijk Hof van 15 december 2011, waarin een uitspraak werd gedaan over de draagwijdte van de artikelen 97 en 98 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige overheidsbedrijven en waarin de rechters oordeelden dat de gsm-antennes en de masten en pylonen waarop deze antennes staan wel belast kunnen worden door de gemeenten.
      • Arresten van 23 november en 30 maart 2012 van het Hof van Cassatie waarin gesteld wordt dat een gemeentelijk reglement dat omwille van budgettaire redenen en omwille van het landschapsverstorend karakter een belasting heft op masten en pylonen, ongeacht of deze gesitueerd zijn op het openbaar domein, er niet toe strekt een vergoeding te krijgen in ruil voor het privatieve gebruik van het openbaar domein en bijgevolg niet valt onder het verbod bepaald in artikel 98 § 2 van de Wet van 21 maart 1991.
      • Arrest van 4 september 2014 van het Europees Hof van Justitie, waarin beslist werd dat een lokale belasting op gsm-masten toelaatbaar is;
      • Het arrest van de Raad van state van 30 oktober 2014 waarin wordt gesteld dat de omstandigheid dat een activiteit wordt aangemoedigd door bepaalde machtsniveaus - in casu de Europese Unie en het Gewest - andere machtsniveaus - in casu de gemeenten - niet verbiedt om er een belasting op te heffen, op voorwaarde dat deze van een dergelijk bedrag is dat ze niet als resultaat heeft dat ze door eerstgenoemde genomen aanmoedigingsmaatregelen elk effect ontneemt
      • Het arrest van de Raad van State van 31 maart 2011 waarin bevestigd werd dat gemeenten, binnen hun fiscale autonomie, een belasting op masten en pylonen mogen heffen, mits deze berust op redelijke en objectieve motieven zoals landschapsimpact en bijkomende gemeentelijke kosten.
      • Arrest van het Europees hof van Justitie van 4 september 2014 waarin geoordeeld wordt dat gemeentelijke belastingen op masten en pylonen toelaatbaar zijn, op voorwaarde dat zij niet discriminerend zijn en geen ongerechtvaardigde beperking vormen van het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op masten en pylonen:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7360900

      € 73.500

      € 75.000

      € 76.500

      € 78.000

      € 80.000

      € 81.000

      Besluit

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen die zich in open lucht bevinden op het grondgebied van de gemeente Affligem, en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

       

      Belastingplichtige

      Artikel 2.

      De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de masten en pylonen.

       

      Definities

      Artikel 3.

      Voor toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

      • mast: een verticale structuur, ongeacht de hoogte, die op een dak of een andere bestaande constructie wordt geplaatst, met een gezamenlijke hoogte van minstens 15 meter;
      • pyloon: een individuele verticale constructie die opgericht wordt op niveau van het maaiveld met een hoogte van minstens 15 meter.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 4.

      Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 3.675,00 per mast of pyloon die zich in open lucht bevindt op het grondgebied van de gemeente Affligem en zichtbaar is vanaf de openbare weg.

       

      Artikel 5.

      De jaarlijkse belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, ongeacht de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen. Voor deze jaarlijkse belasting wordt de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking genomen.

       

      Artikel 6.

      Masten en pylonen die dienstig zijn voor de verlichting van sport- en recreatievoorzieningen worden vrijgesteld van deze belasting.

       

      Artikel 7.

      De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.


      Artikel 8.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Administratieve bepaligen

      Artikel 9.

      • De belastingplichtigen zijn verplicht aangifte te doen bij het gemeentebestuur door middel van een formulier, dat terug te vinden is op de gemeentelijke website.
      • Indien het gemeentebestuur, na een eerste correcte aangifte, geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de vorige aangifte van de belastingplichtige.
      • Belastingplichtigen die een wijziging van aangifte willen indienen, dienen eveneens het aangifteformulier van het gemeentebestuur te gebruiken.
      • Nieuwe aangiftes of wijzigingen moeten voor 30 april van het aanslagjaar ingediend worden.
      • Bij gebrek aan eerste of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege ingekohierd, met een verhoging van 20% van het belastingbedrag tot gevolg.

       

      Artikel 10.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 11.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op de aanvragen inzake stedenbouw en milieuvergunningen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Bij inwerkingtreding van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werden de omgevingsvergunning, de stedenbouwkundige handelingen, verkavelingen en de exploitatie van ingedeelde inrichtingen en activiteiten onderworpen aan één procedure.
      • De aanvragen die voortvloeien uit dit decreet, brengen een administratieve last met zich mee.
      • Het heffen van een belasting op deze aanvragen, zorgt voor een eerlijke verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven die een aanvraag indienen enerzijds en de gemeenschap die de gevolgen van de vergunde activiteit draagt anderzijds. 
      • De belastingen helpen om de administratieve en beleidsmatige inspanningen die gepaard gaan met complexe aanvragen niet uitsluitend door algemene middelen te laten dragen, maar ook (deels) door de initiatiefnemer.
      • Door het heffen van deze belastingen wordt een ordentelijke en duurzame ontwikkeling van het grondgebied bevorderd, conform de doelstellingen van de gemeente.
      • De belastingtarieven ondersteunen bijgevolg het gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke ordening en milieubescherming, door een financiële prikkel te creëren die zorgvuldig plannen stimuleert.
      • De belastingheffing draagt bij aan de gezonde financiële toestand van de gemeente.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170; 
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
      • Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014, de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
      • Het decreet algemene bepalingen milieubeleid van 5 april 1995
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      • De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 15 mei 2009.
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutels een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op de aanvragen inzake stedenbouw en milieu:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7316001

      € 1.600 € 1.600 € 1.600 € € 1.600 € 1.600

      € 1.600

      GBB/0020-00/7318000

      € 237.000 € 216.000 € 220.000 € 225.000 € 229.000

      € 234.000

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op: 

      • het aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting;
      • het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden;
      • het aanvragen tot bijstelling van de verkaveling;
      • het melden van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteiten;
      • het indienen van een verzoek tot bestelling of afwijking van de milieuvoorwaarden;
      • het opvragen van omgevingsvergunningen, stedenbouwkundige vergunningen, ARAB vergunningen, milieuvergunningen en milieu(technisch) attesten/documenten;
      • aanvraag stedenbouwkundig attest;
      • woonconformiteitsattest;
      • het aanvragen van natuurvergunningen;
      • het aanvragen van sociaal economische vergunningen;
      • het aanvragen van een planologisch attest.
      • het aanvragen tot opname in het vergunningenregister 'vergunning geacht';
      • het aanvragen van een kwaliteitskamer;
      • het behandelen van aanvragen met project-mer plicht;
      • het behandelen van aanvragen met ruimtelijk veiligheidsrapport.
       
      Belastingplichtige
      Artikel 2.
      De belasting is verschuldigd door de aanvrager of de melder, die gehouden is tot het indienen van de aanvraag of het doen van de melding.
       

      Tarifering en wijze van betaling
      Artikel 3.
      Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:
       
      a) aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundig aspect:
      • gewone procedure: € 250,00 (ook bij weigering);
      • vereenvoudigde procedure: € 100,00 (ook bij weigering);

      b) aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting:

      • klasse 1 (IIOA *klasse 1) - al dan niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling: € 250,00. In dit tarief zijn alle werkzaamheden begrepen die dienen uitgevoerd te worden door het gemeentebestuur, zoals o.a. het instellen van een openbaar onderzoek;
      • klasse 2 (IIOA *klasse 2) - al dan niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling - gewone of vereenvoudigde procedure: € 250,00 (ook bij weigering);
      • regularisatie voor stedenbouwkundige handelingen of exploitatie van ingedeelde inrichting (klasse 2 of 3) - gewone procedure: € 350,00
      • regularisatie voor stedenbouwkundige handelingen of exploitatie van ingedeelde inrichting (klasse 2 of 3) - vereenvoudigde procedure: € 200,00
      • melding voor exploitatie ingedeelde inrichting of activiteit: € 75,00
       * IIOA staat voor "ingedeelde inrichting of activiteit", zoals omschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.

      c) omgevingsproject met enkel meldingsplicht (IIOA * klasse 3): € 75,00;

      * IIOA staat voor "ingedeelde inrichting of activiteit", zoals omschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.

      d) omgevingsproject met meldingsplicht enkel stedenbouw: € 50,00;

      e) aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden:

      • met wegenis: € 400,00, vermeerderd met € 75,00 per lot;
      • zonder wegenis: € 250,00 vermeerderd met € 75,00 per lot;
      • weigering: € 250,00

      f) aanvraag tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden op verzoek van de exploitant: € 75,00;

      g) aanvraag tot bijstelling van de verkaveling op verzoek van de exploitant: € 250,00 (ook bij weigering);

      h) opvragen van omgevingsvergunningen, stedenbouwkundige vergunningen, ARAB vergunningen, milieuvergunningen en milieu (technisch) attesten/documenten: € 25,00;

      i) stedenbouwkundig attest: € 100,00;

      j) woonconformiteitsattest:

      • nieuw: € 200,00;
      • hercontrole: € 150,00;

      k) aanvraag natuurvergunning: € 50,00;

      l) aanvraag sociaal economische vergunning: € 500,00;

      m) aanvraag planologisch attest: € 2.500,00;

      In dit tarief zijn volgende handelingen begrepen:

      • informele voorbesprekingen van de aanvrager;
      • onderzoek van het dossier op zijn volledigheid;
      • aanvragen diverse adviezen bij overige overheden;
      • instellen van het openbaar onderzoek;
      • bespreking van het dossier op de gecoro;
      • opmaak en afleveren van het planologisch attest;

      n) inbrengen van analoog ingediende aanvragen omgevingsvergunningen, zoals bedoeld onder de artikelen 3a tot en met 3c: € 100,00.

      De mogelijkheid tot indienen van analoge aanvragen is enkel voorbehouden voor particulieren die een aanvraag indienen zonder bijstand van een architect;

      o) inbrengen van overige analoog ingediende dossier: € 25,00:

      p) het op individueel verzoek aanleveren van documenten en plannen:

      • plannen digitaal mailen vanaf formaat A2: € 15,00/plan;
      • kopiëren of plotten plannen vanaf formaat A2 analoog per post verzenden of afhalen: € 25,00/plan;
      • documenten A4 digitaal mailen: € 0,25/kopie, met een minimum van € 5,00;
      • documenten A3 digitaal mailen: € 0,50/kopie, met een minimum van € 5,00;
      • documenten kopiëren A4 analoog per post verzenden of afhalen: € 0,25/kopie, met een minimum van € 15,00;
      • documenten kopiëren A3 analoog per post verzenden of afhalen: € 0,50/kopie, met een minimum van € 15,00.

      q) indien publicatie in week- of dagblad vereist is: de effectieve kostprijs wordt doorgerekend;

      r) aanvraag kwaliteitskamer: de effectieve kostprijs van de uitbesteding van de samenroeping van de kwaliteitskamer wordt doorgerekend;

      s) aanvraag met project-mer plicht: de effectieve kostprijs wordt supplementair doorgerekend bovenop de bovenvermelde forfaitaire bedragen;

      t) aanvraag met ruimtelijk veiligheidsrapport: de effectieve kostprijs wordt supplementair doorgerekend bovenop de bovenvermelde forfaitaire bedragen;

      u) De belasting op het verstrekken van stedenbouwkundige inlichtingen aan notarissen en andere aanvragers van vastgoedinformatie bedraagt € 150,00 per kadastraal artikelnummer. Een aanvrager dient evenwel slechts éénmaal de belasting van € 150,00 te betalen voor een aanvraag van een groep van maximaal 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat de percelen aangrenzend zijn, de percelen binnen éénzelfde gemeentelijke grens liggen en er maximaal op één perceel (een) gebouweenhe(i)d(en) geregistreerd is (zijn).

      Stedenbouwkundige inlichtingen die worden opgevraagd in kader van een gratis grondafstand aan gemeente of OCMW Affligem, zijn vrijgesteld van deze belasting.


      Artikel 4.

      De belasting wordt contant betaald op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, tegen afgifte van een kwitantie. Bij gebrek aan contante betaling, wordt de belasting van ambtswege ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.


      Artikel 5.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 6.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 7.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op het in gebruik nemen van het openbaar domein voor private doeleinden - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Het openbaar domein is in principe vrij toegankelijk voor iedereen. Privaat gebruik vormt een uitzondering die het algemeen belang aantast.
      • Dit brengt bijkomende lasten met zich mee, zoals beheer, toezicht, herstel van infrastructuur en plaatsen van verkeerssignalisatie.
      • Het is billijk dat wie het openbaar domein voor eigen voordeel gebruikt, bijdraagt aan deze kosten.
      • De opbrengst van deze belasting vloeit naar de algemene middelen van de gemeente en dient om het openbaar domein in stand te houden.
      • De belasting heeft een regulerend effect: ze ontmoedigt langdurige of hinderlijke innames en bevordert een ordentelijk gebruik van het openbaar domein.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288;
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op inname van het openbaar domein:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7361000

      €31.000

      € 31.500

      € 32.000

      € 33.000

      € 33.500

      € 34.000

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contante belasting gevestigd op het in gebruik nemen van het openbaar domein voor private doeleinden. 

       

      Belastingplichtige

      Artikel 2.

      De contante belasting is verschuldigd door de aanvrager die het openbaar domein in gebruik neemt.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De belasting op het tijdelijk in gebruik nemen van het openbaar domein wordt als volgt vastgesteld:

      • € 25,00 per kalenderdag voor de inname van het openbaar domein;
      • € 100,00 per eerste kalenderdag voor het afsluiten van de openbare weg;
      • € 25,00 voor alle volgende kalenderdagen voor het afsluiten van de openbare weg.

      Deze bedragen zijn cumuleerbaar.

       

      Artikel 4.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Artikel 5.

      • De belasting dient te worden betaald op het moment van de aanvraag via een online-betaling op het elektronisch platform Eaglebe.
      • Bij gebrek aan contante betaling, wordt de belasting van ambtswege ingekohierd.

       

       

      Artikel 6.

      Een verzoek tot aanpassing van het te betalen belastingbedrag voor inname van het openbaar domein, kan enkel doorgevoerd worden wanneer deze aanvraag gebeurt voor of tijdens de looptijd van de inname. Met aanpassingsverzoeken die ingediend worden na afloop van de innameperiode, kan geen rekening gehouden worden.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 7.

      • De aanvraag tot het in gebruik nemen van het openbaar domein dient tenminste 7 kalenderdagen op voorhand ingediend te worden via het elektronisch platform Eaglebe, dat beschikbaar is op de gemeentelijke website.
      • Bij gebrek aan internettoegang, kan men zich wenden tot de gemeentelijke onthaaldienst tijdens de openingsuren van het gemeentehuis.

       

      Artikel 8.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 9.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Belasting op tweede verblijven - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig belastingreglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem streeft naar een gelijkmatige verdeling van de lasten over zijn burgers en de gebruikers van zijn patrimonium.
      • Eigenaars van tweede verblijven genieten van de gemeentelijke voorzieningen, maar zijn doorgaans niet ingeschreven in de gemeente en dragen daardoor niet bij via de personenbelasting.
      • Via een belasting op tweede verblijven kan een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van de fiscale lasten gerealiseerd worden.
      • De opbrengst van de belasting vloeit naar de algemene middelen van de gemeente en ondersteunt het algemeen belang, zoals het behoud van infrastructuur, leefbaarheid en lokale voorzieningen.
      • Deze belasting heeft eveneens een regulerend effect: ze voorkomt een onevenwichtige toename van tweede verblijven, die de lokale woonmarkt en de sociale cohesie zouden kunnen verstoren.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van rendabele belastingen.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de fiscale inkomsten te behouden en de stijgende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule wordt vermeden dat de belastingdruk artificieel stijft of daalt, en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid en biedt rechtszekerheid aan de belastingplichtige.
      Juridisch kader
      • Het decreet Lokaal Bestuur, de artikelen 40, 41,14°, 177, 286 en 288.
      • De gecoördineerde grondwet, artikelen 41, 162 en 170.
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
      • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019, de gemeentefiscaliteit.
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op tweede verblijven:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      GBB/0020-00/7377000

      €51.000

      € 52.000

      € 53.000

      € 54.000

      € 55.000

      € 56.000

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op de tweede verblijven geheven. 

       

      Belastingplichtige

      Artikel 2.


      De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het tweede verblijf op 1 januari van het belastingjaar.

       

      Definities

      Artikel 3.

      • Elke private woongelegenheid die voor de eigenaar of voor de huurder ervan niet tot hoofdverblijf dient maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning kan gebruikt worden, wordt als een tweede verblijf beschouwd.
      • Het kan hierbij gaan om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, daarbij inbegrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.
      • De inschrijving in de kadastrale legger is van geen belang voor de vaststelling van de belastbare materie.
      • Worden niet beschouwd als tweede verblijf:
        • het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit.
        • de tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij zij minstens 6 maanden opgesteld blijven om als woongelegenheid te kunnen dienen.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 4.

      Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 2.500,00 per tweede verblijf.


      Artikel 5.

      Voor deze belasting wordt de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking genomen. De jaarlijkse belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, ongeacht wijzigingen in eigendom of gebruik tijdens dat jaar.

       

      Artikel 6.

      De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven. Zijn belastingplichtigheid geldt ook wanneer het tweede verblijf tijdelijk niet gebruikt wordt.

       

      Artikel 7.

      De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

       

      Artikel 8.

      De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 9.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 10.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Retributie voor de innings- en aanmaningskost van openstaande gemeentelijke administratieve boetes - aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De aangestelde sanctionerende ambtenaren rekenen per behandeld dossier een administratiekost door aan het gemeentebestuur;
      • Eén van de mogelijke sancties bestaat in het opleggen van een administratieve geldboete;
      • De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van één maand vanaf haar kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend;
      • De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor de invordering van gemeentelijke administratieve geldboetes;
      • Bij laattijdige betaling van de gemeentelijke administratieve geldboetes worden herinneringen gestuurd en dit brengt kosten met zich mee;
      • De intern bepaalde aanmaningsprocedure verloopt aanvankelijk in twee fases: het verzenden van een eerste herinnering (niet-aangetekend) en het verzenden van een tweede aangetekende herinnering;
      • De financieel directeur kan in een derde fase een bevel tot betaling uitvaardigen dat betekend wordt door een gerechtsdeurwaarder;
      • Gelet op de beginselen van een behoorlijk bestuur, dient aan debiteuren van gemeentelijke administratieve geldboetes gemeld te worden dat de kosten die hieraan verbonden zijn volledig ten laste zijn van de in gebreke blijvende schuldenaar;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Wet van 13 mei 1999 tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen;
      • Omzendbrief OOP 30bis aangaande de uitvoering van de wet van 13 mei 1999 tot invoering van de gemeentelijke administratieve sancties;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is jaarlijks een ontvangstkrediet van € 4.000,00 voorzien voor terugvordering van vervolgings- en procedurekosten op budgetsleutel GBB/0111-00/7450200.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande gemeentelijke administratieve geldboetes.

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      Deze retributie is verschuldigd door de burger aan wie de gemeentelijke administratieve sanctie werd opgelegd.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

      • eerste herinnering (niet aangetekend): zonder kosten;
      • tweede herinnering (niet aangetekend): zonder kosten;
      • laatste waarschuwing (aangetekend): € 10,00 kosten;
      • betekening van een bevel tot betaling: kosten van de gerechtsdeurwaarder.

      Alvorens een bevel tot betaling wordt opgemaakt, wordt het overzicht van de openstaande, gemeentelijke administratieve sancties voorgelegd aan de maatschappelijk werkers van het OCMW. De maatschappelijk werkers maken voor elk dossier van de gekende OCMW-cliënten een inschatting aangaande de vermogendheid tot terugbetaling. Indien een terugbetaling volgens hun inschatting niet haalbaar is, wordt geen bevel tot betaling betekend. Dergelijke attestering van de sociale dienst van het OCMW leidt tot oninbaarstelling van de openstaande niet-fiscale schuldvordering.

       

      Artikel 4.

      Bij betaling zullen eerst de volgens onderhavig retributiereglement aangerekende administratiekosten aangezuiverd worden en vervolgens de openstaande gemeentelijke administratieve geldboete (hoofdsom);


      Artikel 5.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Artikel 6.

      De invordering van de retributie zal gebeuren, samen met de hoofdsom, bij bevel tot betaling voor de niet-betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.

       

      Administratieve bepalingen

       

      Artikel 7.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 8.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor de invordering van de niet-fiscale ontvangsten;
      • Bij laattijdige betaling van de niet-fiscale ontvangsten worden herinneringen gestuurd en dit brengt kosten met zich mee;
      • Een schuldenaar moet aangemaand worden met een aangetekende brief alvorens een niet-fiscale vordering ingevorderd kan worden door het uitvaardigen van een bevel tot betaling;
      • Het is aangewezen dat de kosten van deze aangetekende brief teruggevorderd worden van de schuldenaar;
      • De betaling van betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen, vermeerderd met de innings- en administratiekosten, zal worden afgedwongen middels burgerlijke rechtspleging en het college van burgemeester en schepenen zal hiertoe ad hoc een raadsman aanstellen ter verdediging en vrijwaring van de financiële belangen van de gemeente;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is jaarlijks een ontvangstkrediet van € 4.000,00 voorzien voor terugvordering van vervolgings- en procedurekosten op budgetsleutel GBB/0111-00/7450200.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor innings- en aanmaningskosten van openstaande, niet-fiscale schuldvorderingen.


      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributie is verschuldigd door de schuldenaar van de onderliggende niet-fiscale schuldvordering.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

      • eerste herinnering (niet aangetekend): zonder kosten;
      • tweede herinnering (niet aangetekend): zonder kosten;
      • laatste waarschuwing (aangetekend): € 10,00 kosten;
      • betekening van een bevel tot betaling: kosten van de gerechtsdeurwaarder.

      Alvorens een bevel tot betaling wordt opgemaakt, wordt het overzicht van de openstaande, niet-fiscale schuldvorderingen voorgelegd aan de maatschappelijk werkers van het OCMW. De maatschappelijk werkers maken voor elk dossier van de gekende OCMW-cliënten een inschatting aangaande de vermogendheid tot terugbetaling. Indien een terugbetaling volgens hun inschatting niet haalbaar is, wordt geen bevel tot betaling betekend. Dergelijke attestering van de sociale dienst van het OCMW leidt tot oninbaarstelling van de openstaande niet-fiscale schuldvordering.


      Artikel 4.

      Bij betaling zullen eerst de volgens onderhavig retributiereglement aangerekende administratiekosten aangezuiverd worden en vervolgens de openstaande, niet-fiscale schuldvordering (hoofdsom).


      Artikel 5.

      De invordering van de retributie zal gebeuren, samen met de hoofdsom, bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.


      Artikel 6.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 7.

      Dit reglement wordt op de gemeentelijke website bekend gemaakt.


      Artikel 8.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Retributie voor het afleveren van fotokopieën - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Regelmatig worden er fotokopieën aan socio-culturele verenigingen en particulieren afgeleverd;
      • Het is billijk om hiervoor een vergoeding te vragen;  
      • Het is aangewezen om aan verenigingen een voordeeltarief toe te kennen, gelet op hun sociale rol in de gemeente;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van een retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op budgetsleutel GBB/0130-00/7000500 een ontvangstkrediet voorzien voor retributies van administratieve prestaties, waaronder het afleveren van fotokopieën:
      2026 2027 2028 2029 2030 2031
      € 24.000 € 24.500 € 25.000 € 25.500 € 26.000 € 26.500
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor het afleveren van fotokopieën aan particulieren en verenigingen van privaat recht. 

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.
      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de fotokopieën.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:

      a) Voor verenigingen:

      • € 0,05 per kopie A4;
      • € 0,10 per kopie A3;

      b) Voor particulieren:

      • € 0,25 per kopie A4;
      • € 0,50 per kopie A3;

      Kleurenkopieën worden niet afgeleverd.


      Artikel 4.

      De retributie is betaalbaar bij de aflevering van de gevraagde fotokopieën, door de aanvrager van de fotokopieën.

      Bij gebrek aan contante betaling wordt een factuur opgemaakt, die betaalbaar is binnen de 30 dagen na toezending.

       

      Artikel 5.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het derde getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,005 wordt € 5,01);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,004 euro wordt € 5,00).

       

      Artikel 6.

      Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 7.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 8.

      Afschrift van deze beslissing wordt via digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Retributie betreffende het ter beschikking stellen en/of verkopen van materialen en betreffende de diensten door gemeentewerklieden bewezen aan particulieren, alsook aan privé- en openbare organismen - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeentewerklieden worden regelmatig opgedragen om diensten en werken uit te voeren op vraag van particulieren, alsook privé- en openbare organismen.
      • De gemeente biedt regelmatig producten te koop aan, die als nuttig beschouwd worden voor de Affligemse bevolking.
      • Het gemeentebestuur krijgt regelmatig het verzoek van de Affligemse voetbalploegen om onderhoudswerken uit te voeren op voetbalvelden, gelegen op privéterrein.
      • Wanneer het uitvoeren van deze onderhoudswerken kadert in het algemeen belang, is het aanvaardbaar in te gaan op deze verzoeken. Het is evenwel even logisch dat hier een vergoeding tegenover staat. 
      • Het is bijgevolg passend de kosten van deze diensten te recupereren door middel van een retributie.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 41, 162, 170 en 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van een retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan is op budgetsleutel GBB/0705-00/7001201 jaarlijks een ontvangstkrediet van € 2.000,00 voorzien voor het inzetten van werklieden.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor het ter beschikking stellen en/of verkopen van materialen enerzijds en voor de prestaties geleverd door de gemeentewerklieden anderzijds. 

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      Deze retributie is verschuldigd door de persoon, het gezin of door het privé of openbaar organisme, die de dienst of de aankoop bij het bestuur aanvraagt. Ook voor dienstverleningen die via de lokale politie door een derde bij de gemeentelijke diensten worden aangevraagd, geldt dit retributiereglement. Elke aanvraag voor het inzetten van gemeentewerklieden, of voor het gebruik van materiaal dient schriftelijk (per brief, per mail of via de gemeentelijke webshop) gericht te worden aan het college van burgemeester en schepenen.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De retributie voor het inzetten van gemeentewerklieden wordt bepaald als volgt:

      • per aanvraag voor het inzetten van gemeentewerklieden, wordt een administratieve opstartkost van € 25,00 gevorderd;
      • kostprijs voor het inzetten van personeelsleden:
        • € 45,00 per begonnen uur en per personeelslid tijdens de diensturen;
        • € 65,00 per begonnen uur en per personeelslid buiten de diensturen;
      • de kosten voor het ingezette rollend materieel: € 35,00 per begonnen uur en per voertuig;
      • kosten voor de gebruikte materialen en/of andere verbruiksproducten tijdens de werkzaamheden van de gemeentewerklieden: de werkelijke kostprijs;
      • de kostprijs voor het inzetten van derden: de factuur van deze dienstverstrekker wordt doorgefactureerd;
      • Onderhoudswerken aan de Affligemse voetbalvelden, gelegen op privéterrein:
        • wekelijks maaien van sportvelden: € 100,00 per kalenderjaar. De dienstverlening wordt enkel verleend in de maanden waarin de erkende vereniging effectief en minstens op wekelijkse basis gebruik maakt van het sportveld.
        • éénmalig maaien van sportvelden: € 10,00 per beurt.
        • bollen: € 8,00 per beurt.
        • slepen: € 8,00 per beurt
        • vetten: € 8,00 per beurt (met vetstoffen aangeleverd door de voetbalclubs)

            Deze dienstverlening kan enkel aangevraagd worden door verenigingen erkend door de Affligemse sportraad.

            Het is verboden voetbalterreinen te sproeien met eender welke onkruidverdelger. Dergelijke verzoeken worden niet ingewilligd, noch mogen de voetbalclubs zelf deze werkzaamheden uitvoeren.


      Artikel 4.

      In afwijking van bovenvermelde tarieven, wordt voor de inzet van de werklieden voor het reinigen van de vloer in nat van de evenementenhal een forfaitair bedrag aangerekend zoals vermeld in het betreffende verhuurreglement.

       

      Artikel 5.

      In afwijking van bovenvermelde tarieven wordt er voor het ter beschikking stellen van materialen voor erkende en niet-erkende verenigingen een bedrag aangerekend, als volgt bepaald:

      Materiaal Prijs/ stuk voor erkende vereniging Prijs/stuk voor niet-erkende vereniging

      Podiumelementen

      € 2,00 € 4,00
      Nadarhek € 2,00 € 4,00
      Aanhangwagen € 20,00 € 40,00
      Kiosk € 150,00 € 300,00
      Verhuur stoelen € 0,50 € 1,00
      Verhuur pakket tafels en stoelen € 200,00 € 400,00
      Waarborg € 200,00 per soort ontleend materiaal

       

      Gemeentelijke adviesraden, Affligemse scholen en wijkfeesten kunnen ook van deze dienstverlening gebruik maken aan de tarieven van de erkende verenigingen.

      Jeugdverenigingen erkend door de gemeentelijke jeugdraad en verenigingen erkend door de gemeentelijke cultuurraad onder categorie III, zoals bepaald in het subsidie-reglement van de cultuurraad Affligem d.d. 18 november 2008, kunnen jaarlijks voor één activiteit (maximum vier enkele ritten) gratis gebruik maken van vervoer.

      Voor evenementen op het grondgebied waarbij, in het kader van de veiligheid, meer dan 40 nadars worden aangevraagd (bijvoorbeeld voor wielerwedstrijden op de openbare weg), wordt het ter beschikking stellen van deze nadarhekken een plafond van € 80,00 ingesteld.


      Artikel 6.

      Van bovenvermelde tarieven zijn vrijgesteld de verenigingen die instaan voor de organisatie van historisch gegroeide kermissen, zoals bepaald in categorie II van het subsidiereglement van de cultuurraad d.d. 18.11.2018. Deze vrijstelling geldt enkel voor de verleende dienst in het kader van de georganiseerde kermissen.

       

      Artikel 7.

      Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd de tarieven vast te stellen voor producten van allerlei aard, die voor de Affligemse bevolking als nuttig worden beschouwd en waarbij het niet mogelijk of aangewezen is de werkelijke kostprijs aan te rekenen.


      Artikel 8.

      De retributie moet betaald worden hetzij binnen de 30 dagen na de toezending van de afrekening, hetzij contant bij aflevering van de producten. 

       

      Artikel 9.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het derde getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,005 wordt € 5,01);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,004 euro wordt € 5,00).


       Artikel 10.

      Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.


      Administratieve bepalingen

      Artikel 11.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 12.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Retributie met betrekking tot werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - 2026 tot en met 2028.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of het onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied; 
      • Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben dus een impact op het openbaar domein;
      • De gemeente heeft de code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen goedgekeurd. Die code heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, ten einde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;
      • Deze code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten, de Vlaamse Administratie van Wegen en Verkeer van Binnenlandse Aangelegenheden
      • Op vlak van het onderhoud en de herstellingen zullen er ook geregeld dringende werken moeten uitgevoerd worden die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast moeten er een aantal werken uitgevoerd worden zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;
      • De code werd geactualiseerd met meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD; KLIP,...
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van een retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is een jaarlijks ontvangstenkrediet van €75.000,00 voorzien op budgetsleutel GBB/0200-00/7001200 voor retributies voor andere werken voor derden, waaronder werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven met betrekking tot werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein.

        

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributie wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur - en Nutswerken langs gemeentewegen.

      Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

      • alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, ...), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen masten, toezichts-, verbindings- e.a. putten...) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
      • alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
       
      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in:

      • rijwegen € 10,24;
      • voetpaden € 7,88;
      • aardewegen € 4,73.

      Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

      Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

       

      Artikel 4.

      Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van € 1,00 per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.

      Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributiebeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van € 0,50 per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.

      Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.


      Artikel 5.

      De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
       

      Artikel 6.

      Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributiebeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributiebeheerder of de werkmaatschappij.

       

      Artikel 7.

      Deze retributie is verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

       

      Artikel 8.

      De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 9.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 10.

      Afschrift van de beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Retributie op parkeren in een blauwe zone - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente stelt op verschillende plaatsen een aantal parkeerplaatsen ter beschikking van de burgers.
      • Ter vergoeding van deze dienstverlening legt de gemeente in deze blauwe zones een parkeervergoeding op in de vorm van een retributie.
      • Het gehanteerde retributiebeleid moet zorgen voor een betere doorstroming van de parkeerplaatsen.  
      • Omwille van de parkeerdruk in de betreffende zones, is het billijk aan de aangrenzende bewoners van de blauwe zones extra parkeerfaciliteiten toe te staan.
      • Het voorzien, het aanleggen en het onderhouden van deze parkeermogelijkheden, brengt aanzienlijke personeelsinzet en financiële kosten met zich mee voor de gemeente.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet lokaal bestuur; 
      • De Grondwet, artikel 170 § 4 en artikel 173.
      • Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg (de wegcode).
      • Het koninklijk besluit van 22 december 2003 houdende aanwijzing van de zware overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen in uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer.
      • Het koninklijk besluit van 9 januari 2007 houdende de gemeentelijke parkeerkaart.
      • Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap;
      • Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart;
      • De Vlaamse Codex Fiscaliteit.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op budgetsleutel GBB/0220-00/7005800 een jaarlijks ontvangstkrediet van € 7.000,00 voorzien voor retributie-ontvangsten uit de controle van de blauwe zones.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het parkeren van een motorvoertuig in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone) en het parkeren van een motorvoertuig op een openbare weg met blauwe zone reglementering, zoals bedoeld in respectievelijk artikels 27.1 en 27.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het geparkeerde voertuig.

      De retributie is verschuldigd van zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de vergunde parkeerduur.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:

      • gratis voor de vergunde parkeerduur;
      • gratis voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap;
      • gratis voor de bewoners die een door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart, overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 januari 2007 zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig. De modaliteiten voor het afleveren van een bewonerskaart worden bepaald in artikel 6 van onderhavig besluit;
      • gratis voor de zaakvoerders van een uitbating die gelegen is in een parkeerzone, mits het zichtbaar aanbrengen van een door de gemeente uitgereikte officiële parkeerkaart achter de voorruit van het voertuig. De modaliteiten voor het afleveren van een parkeerkaart wordt bepaald in artikel 7 van onderhavig besluit;
      • een forfaitair bedrag van € 30,00 per dag voor elke periode die langer is dan de vergunde parkeerduur.

       

      Artikel 4.

      De gebruiker wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 2 bedoelde forfaitaire tarief wanneer:

      • de parkeerschijf (gebruikt in overeenstemming met art. 27.1.1. van het algemeen politiereglement op het wegverkeer - K.B. van 01/12/1975 - en het M.B. van 14/05/2002), de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart of de parkeerkaart voor mensen met een handicap niet zichtbaar achter de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig is aangebracht;
      • de gebruiker de pijl van de parkeerschijf niet plaatst op het streepje dat volgt op het tijdstip van aankomst;
      • de gebruiker de aanduidingen op de parkeerschijf wijzigt zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten.

      De in dienst zijnde prioritaire voertuigen en voertuigen met logo van het gemeentebestuur parkeren gratis.

       

      Artikel 5.

      De vergoeding is niet verschuldigd op zon- en feestdagen.

       

      Artikel 6.

      • De modaliteiten voor het bekomen van een bewonerskaart worden als volgt vastgelegd:
      • per wooneenheid gelegen in de blauwe zon van de gemeente Affligem wordt op aanvraag een bewonerskaart ter beschikking gesteld;
      • de retributie voor het uitreiken van een bewonerskaart bedraagt  € 25,00 per jaar;
      • de aanvrager bewijst zijn inschrijving via de bevolkingsregisters, of via de betaling van de belasting op tweede verblijven. De aanvrager kan een kaart verkrijgen middels het op zijn naam of op de naam van een rechtspersoon ingeschreven voertuig. In het laatste geval bewijst de aanvrager met alle rechtsmiddelen dat hij er het exclusieve genot van heeft (bedrijfswagen, beroepsleasing, ...). Het aantal bewonerskaarten wordt beperkt tot 1 kaart per gezin.
      • Onder het gezin wordt verstaan: alle personen die samen onder hetzelfde dak wonen.
      • De bewonerskaart is geldig gedurende de periode van één jaar en is hernieuwbaar voor zover de genieter de inschrijving of het tweede verblijf houdt op het grondgebied van de gemeente en zolang het voertuig op zijn naam is ingeschreven of zolang hij er het exclusief genot van heeft.
      • De houder van de kaart deelt elke wijziging, hetzij van adres, hetzij van voertuig of kentekenplaat mee aan het gemeentebestuur van Affligem. Zodra hij verhuist of het tweede verblijf stopzet, bezorgt hij de kaart terug aan het gemeentebestuur van Affligem. In geval van verlies of vernietiging van de kaart dient de inwoner een nieuwe bewonerskaart aan te vragen. Voor de uitreiking van deze nieuwe kaart, die opnieuw één jaar geldig is, wordt een retributie van € 30,00 gevraagd.
      • De bewonerskaart maakt het mogelijk zonder tijdbegrenzing gratis te parkeren in de blauwe zone. De bewonerskaart moet zodanig aangebracht worden dat de gegevens ervan leesbaar zijn voor een waarnemer die voor de wagen staat.

       

      Artikel 7.

      De modaliteiten voor het bekomen van een parkeerkaart voor zaakvoerders worden als volgt vastgelegd:

      • aan de hoofdzaakvoerder van een uitbating, gelegen in de blauwe zone van de gemeente Affligem, wordt op aanvraag een parkeerkaart ter beschikking gesteld;
      • de retributie voor het uitreiken van een parkeerkaart voor zaakvoerders bedraagt € 25,00 per jaar;
      • de aanvrager dient bij zijn aanvraag een document voor te leggen waaruit het zaakvoerderschap, van een in de blauwe zone gelegen uitbating, blijkt. De aanvrager kan een kaart verkrijgen middels het op zijn naam of op naam van een rechtspersoon ingeschreven voertuig. In het laatste geval bewijst de aanvrager met alle rechtsmiddelen dat hij er het exclusieve genot van heeft (bedrijfswagen, beroepsleasing, ...). Het aantal parkeerkaarten wordt beperkt tot 1 kaart per adres;
      • de bewonerskaart is geldig gedurende de periode van één jaar en is hernieuwbaar voor zover de genieter zaakvoerder is van de uitbating gelegen in de blauwe zone en zolang het voertuig op zijn naam is ingeschreven of zolang hij er het exclusief genot van heeft;
      • de houder van de kaart deelt elke wijziging, hetzij van het zaakvoerderschap, hetzij van voertuig of kentekenplaat mee aan het gemeentebestuur van Affligem. Zodra hij de uitbating van de zaak stopzet, bezorgt hij de kaart terug aan het gemeentebestuur van Affligem. In geval van verlies of vernietiging van de kaart dient de zaakvoerder een nieuwe parkeerkaart aan te vragen. Voor uitreiking van deze nieuwe kaart, die opnieuw één jaar geldig is, wordt een retributie van € 30,00 gevraagd;
      • de parkeerkaart voor zaakvoerders maakt het mogelijk zonder tijdbegrenzing gratis te parkeren in de blauwe zone. De parkeerkaart moet zodanig aangebracht worden dat de gegevens ervan leesbaar zijn voor een waarnemer die voor de wagen staat.

       

      Artikel 8.

      Bij toepassing van artikel 4 ontvangt de gebruiker een vordering tot betaling van de forfaitaire retributie binnen de voorgeschreven termijn.

       

      Artikel 9.

      Ingeval van niet-betaling van de retributie "tarief blauwe zone", en van de retributie "parkeerbiljet zonder parkeertijdbeperking", binnen de vooropgestelde acht dagen, wordt een aanmaningsprocedure opgestart.

       

      De kosten voor administratie en het verzenden van aanmaningen vallen ten laste van de schuldenaar van de retributie. De kosten worden als volgt vastgesteld, per aangemaande retributie (alle tarieven/bedragen te indexeren):

      verzending van een eerste aanmaning             0,00 EUR                                    
      verzending van een tweede aanmaning 20,00 EUR*

      verzending van een derde aanmaning door

      Gerechtsdeurwaarder in geval van

      wanbetaling door onderneming /

      buitenlandse nummerplaathouder

      tarief voor het verzenden van een

      schuldvordering cfr. de gekozen procedure

      (advocaat/deurwaarder **)

      Dagvaarding voor bevoegde rechtbank  

       

      *In geval van wanbetaling door een consument is deze aanmaning in toepassing van de wetgeving schulden van de consument (Boek XIX – Wetboek Economisch Recht ( W.E.R.)), waarbij, per retributie, na de eerste (gratis) betaalherinnering en wachttermijn, een tweede ingebrekestelling wordt verstuurd met een bedrag voor aanmanings- en invorderingskosten volgens de maximale forfaitaire vergoeding in relatie tot het verschuldigd bedrag van de vordering, uitdrukkelijk bepaald in toepassing van het wettelijk plafond voorzien in ART XIX.4, 2° W.E.R. (m.n. schulden onder de 150,00 EUR: 20,00 EUR forfaitaire verhoging).

      **In geval van laatste minnelijke aanmaning door Gerechtsdeurwaarder wordt het tarief gehanteerd burgerlijke en handelszaken K.B. 30-11-1976 (aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel –dossierkost - kwijtings-en inningsrecht ) én voor de gerechtelijke fase.


      Artikel 10.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,5 wordt € 6,00);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,4 wordt € 5,00).

       

       Administratieve bepalingen

      Artikel 11.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 12.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Retributie houdende vaststelling tarieven specifieke dienstverlening jeugdwerking - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De dienstverlening ten aanzien van activiteiten voor de jeugd, brengen kosten en personeelsinzet met zich mee.
      • Het is bijgevolg billijk en logisch dat hier een vergoeding tegenover staat. 
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur. 
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 41, artikel 162, 170 en 173.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
      • De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van de retributietarieven voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutels een ontvangstkrediet voorzien voor retributies met betrekking tot de jeugd:
        2026 2027 2028 2029 2030 2031
      ACT2.04.02.04/0751-00/7007002 € 28.000 € 28.500 € 29.000 € 29.500 € 30.000 € 30.500
      GBB/0751-00/7007003 € 500 € 500 € 500 € 500 € 500 € 500
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de deelname aan het speelplein, diverse uitstappen, taalplein, workshops en voor verkoop van drankjes en ijsjes in het kader van de jeugdwerking. 

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributie is verschuldigd door de ouders of de persoon die het hoederecht over de kinderen hebben.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De tarieven voor het speelplein worden als volgt vastgesteld:

       a) voor kinderen die gedomicilieerd zijn in Affligem en voor kinderen van personeelsleden van gemeente en OCMW Affligem:

      • 1 kind van hetzelfde gezin: € 6,00 per dag;
      • 2 kinderen van hetzelfde gezin: € 11,00 per dag;
      • 3 kinderen van hetzelfde gezin: € 15,00 per dag;
      • 4 kinderen van hetzelfde gezin: € 18,00 per dag;
      • bij een hoger aantal ingeschreven kinderen van hetzelfde gezin wordt het tarief van 4 kinderen vermeerderd met € 3,00 per dag telkens per bijkomend ingeschreven kind.

       

      b) voor kinderen die niet gedomicilieerd zijn in Affligem:

      • 1 kind van hetzelfde gezin: € 15,00 per dag;
      • 2 kinderen van hetzelfde gezin: € 27,00 per dag;
      • 3 kinderen van hetzelfde gezin: € 37,00 per dag;
      • 4 kinderen van hetzelfde gezin: € 45,00 per dag;
      • bij een hoger aantal ingeschreven kinderen van hetzelfde gezin wordt het tarief van 4 kinderen vermeerderd met € 8,00 per dag telkens per bijkomend ingeschreven kind.

       

      c) voor kinderen van ouders met het statuut van verhoogde tegemoetkoming - sociaal tarief:

      • 1 kind van hetzelfde gezin: € 3,00 per dag;
      • 2 kinderen van hetzelfde gezin: € 6,00 per dag;
      • 3 kinderen van hetzelfde gezin: € 9,00 per dag;
      • 4 kinderen van hetzelfde gezin: € 12,00 per dag;
      • bij een hoger aantal ingeschreven kinderen van hetzelfde gezin wordt het tarief van 4 kinderen vermeerderd met € 3,00 per dag telkens per bijkomend ingeschreven kind.

       

      Artikel 4.

      Het tarief voor deelname aan diverse uitstappen bedraagt € 15,00 per uitstap.

       

      Artikel 5.

      De tarieven voor het taalplein worden als volgt vastgesteld:

       Voor kinderen die in Affligem school lopen:

      • 1 kind van hetzelfde gezin: € 41,00 per week;
      • 2 kinderen van hetzelfde gezin: € 73,00 per week;
      • 3 kinderen van hetzelfde gezin: € 100,00 per week;
      • 4 kinderen van hetzelfde gezin: € 120,00 per week;
      • bij een hoger aantal ingeschreven kinderen van hetzelfde gezin wordt het tarief van 4 kinderen vermeerderd met € 10,00 per week telkens per bijkomend ingeschreven kind.

       

      Artikel 6.

      Het tarief van de workshops is afhankelijk van de kostprijs van de organisatie en bedraagt minimum € 5,00 en maximum € 10,00. Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om binnen deze grenzen het specifieke tarief van de georganiseerde workshop te bepalen.

       

      Artikel 7.

      De tarieven voor de verkoop van drankjes en ijsjes worden als volgt vastgesteld:

      • € 0,50 per drankje;
      • € 1,00 per ijsje.

       

      Artikel 8.

      De retributie dient voorafgaandelijk (voor aanvang van de activiteit) betaald te worden, hetzij via een online betaling op de gemeentelijke webshop, hetzij via een overschrijving op rekening van de gemeente na ontvangst van een factuur, hetzij contant.

       

      Artikel 9.

      Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.

       

      Artikel 10.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,5 wordt € 6,00);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,4 euro wordt € 5,00).

      De indexering is niet van toepassing op de tarieven vermeld in artikel 7.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 11.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 12.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Gemeentelijk reglement kippenactie - vaststellen retributiereglement 2026-2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente organiseert tweejaarlijks een kippenactie;
      • De brochure van VLACO "Kippen houden in de kringlooptuin", is digitaal of op papier verkrijgbaar via het gemeentebestuur;
      • Er dient een tarief vastgelegd te worden voor de verkoop van kippen;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 betreffende de retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - aanslagjaren 2026 tot en met 2031;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is in de jaren 2027, 2029 en 2031 een ontvangstkrediet van € 5.500,00 voorzien op budgetsleutel GBB/0309-00/7010008.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt de Affligemse gezinnen in de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 de mogelijkheid geboden om bij het gemeentebestuur eenmaal om de 2 jaar, tegen een verlaagde prijs, kippen aan te kopen teneinde de fractie keukenafval te verminderen. Ook de scholen en rusthuizen in Affligem kunnen gebruik maken van dit aanbod.

       

      Doelpubliek - schuldenaar

      Artikel 2.

      Als Affligems gezin wordt beschouwd: hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft (alleenstaande), hetzij twee of meer personen die, al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er samenleven.

      Het gezin moet op het ogenblik van de aankoop en van de aanvraag in Affligem zijn hoofdverblijfplaats hebben.

       

      Artikel 3.

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de kippen.

       

      Verplichtingen van de aanvrager

      Artikel 4.

      De kippen dienen te verblijven nabij de woonst van de aanvrager, op grondgebied van de gemeente.

       

      Artikel 5.

      De aanvrager verbindt er zich toe:

      • de kippen minimaal 1 jaar te houden, maar liefst 3 jaar en langer;
      • de kippen een degelijke huisvesting te geven en een uitloop van minimum 6m² per 3 kippen te geven;
      • de kippen naast granen en water ook organisch keukenafval en tuinafval te geven;
      • de richtlijnen uit de brochure van Vlaco: "Kippen houden in de kringlooptuin", te volgen.

       

      Praktische afspraken

      Artikel 6.

      Er kunnen minimum 2 en maximum 3 kippen per gezin besteld en afgehaald worden. De Affligemse scholen en rusthuizen kunnen minimum 2 en maximum 9 kippen reserveren.


      Artikel 7.

      De kippen kunnen afgehaald worden op één welbepaalde datum. De kippen dienen op voorhand aangevraagd en betaald te worden, na ontvangst van de factuur. De retributie dient betaald te worden door de aanvrager van de kippen.

       

      Artikel 8.

      Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de bestelmodaliteiten en de datum en de plaats van afhaling. Zij communiceert deze bepalingen naar de gezinnen via de gebruikelijke kanalen.

       

      Artikel 9.

      Een aanvraag om kippen aan te kopen, kan geweigerd worden en de kippen (inclusief de gemeentelijke tegemoetkoming) kunnen teruggevorderd worden door het college van burgemeester en schepenen om volgende redenen:

      • bij vaststelling van verwaarlozing van de dieren;
      • bij vaststelling van slechte huisvestiging of onvoldoende uitloop;
      • bij overtreding van de bepalingen van dit gemeentelijk reglement.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 10.

      De bevoegdheid tot vaststelling van de verkoopprijs van de kippen wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college heeft hierbij de mogelijkheid een tegemoetkoming (zijnde de kostprijs van een kip minus de bijdrage van de aanvrager) toe te kennen.

       

      Artikel 11.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).

       

      Artikel 12.

      Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur. De factuur dient evenwel in alle gevallen betaald te zijn voor de afhaaldag van de kippenactie plaatsvindt.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 13.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 14.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Aansluitingen op de openbare riolering van Farys - vaststellen retributiereglement 2026-2031.

      Aanleiding
      • Het huidig retributiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen.
      Feiten, context, motivering
      • Het gemeentebestuur maakt sinds 1 november 2020 gebruik van de mogelijkheid om de behandeling en de uitvoering van de aanvragen tot individuele aansluiting op de openbare riolering over te dragen aan Farys-Tmvw;
      • De aansluitingskosten die Farys-TMVW hiervoor aanrekent aan de gemeente, komen overeen met de gemiddelde werkelijke kostprijs voor het uitvoeren van een huisaansluiting;
      • De kosten voor het uitvoeren van de rioolaansluiting worden door Farys-TMVW aan de gemeente aangerekend via de servicelijn Aquario.
      • Economisch gezien is het onhaalbaar om deze kosten voor aansluiting op de openbare riolering niet door te rekenen aan de eindgebruiker.
      • De voorbije vijf jaar bleven de tarieven ongewijzigd. Door de stijgende werkingskosten is een prijsstijging noodzakelijk.
      • Het is dus billijk om een vergoeding te vragen aan de aanvrager zoals voorgesteld:
        1 Rioolaansluiting op gemengde riolering € 2.500,00
        2 Rioolaansluiting op gescheiden riolering (aansluiting op RWA en op DWA) € 2.500,00
        3 Extra per woongelegenheid in een appartementsgebouw € 500,00
        4 Aansluiting KMO-zone Kostende prijs met een minimum van € 2.500,00
        5 2de rioolaansluiting of bijkomende aansluiting € 2.500,00*
        6 Verkavelingen klaarleggen van wachtaansluitingen door FARYS aan uitgeruste openbare weg € 2.500,00*(1)
        7 Verkavelingen wachtaansluitingen klaargelegd door verkavelaar € 2.500,00*(1)
        8 Wachtaansluitingen klaargelegd tijdens uitvoering van een rioleringsproject door gemeente € 2.500,00*(1)
        • * Mocht blijken dat het gaat om een aansluiting van een meergezinswoning dan is de extra vergoeding van € 500,00 per woongelegenheid (te rekenen vanaf de tweede) ook van toepassing.
        • *(1) Het is de bedoeling dat de vergoeding effectief wordt bij gebruik van het putje.
        • Alle vermelde bedragen zijn btw inbegrepen.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies.
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.

      • Op voorstel van de dienst openbare werken en patrimonium.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018; 
      • Gemeenteraadsbeslissing van 25 januari 2005 houdende toetreding van de gemeente Affligem tot de uitvoeringdivisie van Farys-Tmvw - vanaf 1 januari 2005 waardoor het rioleringsstelsel van de weg- en rioleringswerken ten laste genomen wordt door Farys.
      • Bijzonder Waterverkoopreglement Farys - versie 2024, hoofdstuk 3 - riolering en waterzuivering.
      Financieel kader
      • De retributie wordt aangerekend door Farys-TMVW en verrekend in de servicelijn Aquario.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans
      Onthouders: Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
      Besluit

      Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de aanvragers van aansluitingen op het openbaar rioolnet.


      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributies zijn verschuldigd door de aanvragers van de aansluitingen op het openbaar rioolnet bij Farys-TMVW.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      Voor een aansluiting op de openbare riolering zullen voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 volgende vergoedingen door Farys-Tmvw aangerekend worden aan de aanvrager:

      1 Rioolaansluiting op gemengde riolering € 2.500,00
      2 Rioolaansluiting op gescheiden riolering (aansluiting op RWA en op DWA) € 2.500,00
      3 Extra per woongelegenheid in een appartementsgebouw € 500,00
      4 Aansluiting KMO-zone Kostende prijs met een minimum van € 2.500,00
      5 2de rioolaansluiting of bijkomende aansluiting € 2.500,00 *
      6 Verkavelingen klaarleggen van wachtaansluitingen door FARYS aan uitgeruste openbare weg € 2.500,00*(1)
      7 Verkavelingen wachtaansluitingen klaargelegd door verkavelaar € 2.500,00*(1)
      8 Wachtaansluitingen klaargelegd tijdens uitvoering van een rioleringsproject door gemeente € 2.500,00*(1)
      • * Mocht blijken dat het gaat om een aansluiting van een meergezinswoning dan is de extra vergoeding van € 500,00 per woongelegenheid (te rekenen vanaf de tweede) ook van toepassing.
      • *(1) Het is de bedoeling dat de vergoeding effectief wordt bij gebruik van het putje.
      • Alle vermelde bedragen zijn btw inbegrepen.

       

      Artikel 4.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (5,5 euro wordt 6 euro);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (5,4 euro wordt 5 euro).


      Artikel 5.
      Farys wordt gemachtigd deze retributie in te vorderen bij de retributieplichtige.


      Administratieve bepalingen

      Artikel 6.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 7.

      Afschrift van deze beslissing zal aan de financiële dienst worden gegeven, aan Farys-Tmvw worden toegestuurd en via het digitaal loket aan het Agentschap Binnenlands Bestuur worden toegestuurd.

    • Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van de bevoegdheid inzake vaststellen retributietarieven kinderopvang voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig delegatiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen en desgevallend het delegatiekader te bepalen.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem werkt samen met een externe dienstverlener voor het verzorgen van de voor- en naschoolse opvang en de vakantieopvang in de Affligemse scholen;
      • Dit opvangaanbod brengt kosten met zich mee voor de gemeente.  
      • Het is billijk deze kosten (gedeeltelijk) door te rekenen aan de gebruiker van de dienstverlening.
      • De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om de bevoegdheid tot het vaststellen van retributietarieven te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen. Dit komt een soepele en efficiënte werking van het gemeentebestuur ten goede.
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van een retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutels een ontvangstkrediet voorzien ouderbijdrage kinder-kleuteropvang:
        2026 2027 2028 2029 2030 2031
      ACT2.04.02.01/0945-00/7007004 € 10.000 € 10.200 € 10.400 € 10.600 € 10.800 € 11.000
      ACT2.04.02.02/0945-00/7007004 € 205.000 € 236.000 € 241.000 € 246.000 € 251.000 € 256.000
      ACT2.04.02.06/0945-00/700704 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Tegenstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1. 

      Voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van de retributietarieven in het kader van de kinderopvang gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.

      De delegatie gebeurt onder de uitdrukkelijke toepassing van de hieronder vermelde voorwaarden.

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributie is verschuldigd door de ouders of de persoon die het hoederecht over de kinderen hebben.

       

      Tariefprincipes en wijze van betaling

      Artikel 3.

      Op voorlegging van een beslissing van het bijzonder comité van de sociale dienst, kan er aan gezinnen met een laag inkomen een sociaal tarief worden toegekend. De gehanteerde tarieven bedragen in dat geval 50% van de door het college van burgemeester en schepenen vastgelegde tarieven.

       

      Artikel 4.

      Leerkrachten van de Affligemse scholen, wiens kinderen gebruik maken van de dienstverlening kinderopvang in de school waar de leerkracht lesgeeft, zijn vrijgesteld van aanrekening van deze tarieven voor wat betreft de opvang tijdens schooldagen. Voor opvang van de betreffende kinderen op een schoolvrije dag of een vakantiedag, worden de gewone tarieven aangerekend.


      Artikel 5.

      In principe stopt de opvang 's avonds om 18u. Ouders die hun kinderen toch ophalen na 18u, dienen een verhoogd tarief te betalen, bepaald door het college van burgemeester en schepenen.

       

      Artikel 6.

      De opvangmomenten worden per school anders bepaald door de directie, in overleg met het gemeentebestuur. De te betalen opvanguren worden bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen.

       

      Artikel 7.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2028) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

        • Er wordt gekeken naar het derde getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,005 wordt € 5,01);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,004 euro wordt € 5,00).


      Artikel 8.

      De retributie wordt gevorderd via factuur. De facturen worden maandelijks en na vervallen termijn opgemaakt. Ze zijn betaalbaar op de opgegeven rekening van het gemeentebestuur

      Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.

       

      Artikel 9.

      De mogelijke afrondingsverschillen die op de facturen ontstaan, vallen ten laste van de gebruiker van de kinderopvang.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 10.

      Deze beslissing zal via de gemeentelijke website worden bekendgemaakt.

       

      Artikel 11.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de provinciegouverneur toegestuurd.

    • Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van de bevoegdheid inzake vaststelling tarieven infoboeken en informatie-brochures - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig delegatiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen en het delegatiekader te bepalen.
      Feiten, context, motivering
      • Het gemeentebestuur staat via de infodienst in voor de verkoop van infoboeken en infobrochures;
      • De gemeenteraad heeft de mogelijkheid de bevoegdheid tot vaststelling van de retributietarieven te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen;
      • Dergelijke delegatie draagt bij tot een soepele en efficiënte werking van het gemeentebestuur; 
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 41, artikel 162, 170 en 173.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van de retributietarieven voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op budgetsleutel GBB/0130-00/7000500 een ontvangstkrediet voorzien voor retributies van administratieve prestaties, waaronder het afleveren van fotokopieën:

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      € 24.000

      € 24.500

      € 25.000

      € 25.500

      € 26.000

      € 26.500

      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Tegenstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de verkoop van boeken en infobrochures.

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de infoboeken of infobrochures.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De retributie is contant betaalbaar in het gemeentehuis. Bij een online bestelling van het informatiemateriaal dient de betaling eerst op de rekening van het gemeentebestuur ontvangen te worden, alvorens het bestelde materiaal wordt opgestuurd.


      Artikel 4.

      Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd de tarieven van de infoboeken en infobrochures te bepalen.

       

      Artikel 5.

      Indien de stukken aan de besteller moeten toegestuurd worden, wordt de bijkomende verzendingskost aangerekend.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 6.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.

       

      Artikel 7.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van de bevoegdheid inzake vaststellen van tarieven culturele activiteiten - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig delegatiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen en desgevallend het delegatiekader te bepalen.
      Feiten, context, motivering
      • Het vaststellen van tarieven voor culturele activiteiten dient vaak ad hoc te gebeuren. Het is niet werkbaar om de prijszetting van alle mogelijke culturele activiteiten lang op voorhand vast te leggen, waardoor het aangewezen is deze bevoegdheid te delegeren naar het college;
      • Dergelijke delegatie draagt bij tot een soepele en efficiënte werking van het gemeentebestuur;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van de retributietarieven voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 41, artikel 162, 170 en 173.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op budgetsleutel ACT5.04.04.20/0959-00/7010003 een jaarlijks krediet van € 8.000,00 voorzien voor de retributieontvangsten uit culturele activiteiten.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Tegenstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor deelname aan culturele activiteiten.

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributies voor de culturele activiteiten zijn verschuldigd door de deelnemers aan de activiteiten of door de ouders of de persoon die het hoederecht heeft over de kinderen die deelnemen aan de activiteit.


      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd de tarieven van culturele activiteiten te bepalen. De delegatie gebeurt onder de uitdrukkelijke toepassing van de hieronder vermelde voorwaarden.

       

      Artikel 4.

      De retributies worden geheven op het ogenblik van het kenbaar maken van de deelname aan de culturele activiteit en dienen op dat moment onmiddellijk vereffend te worden.

      Indien onmiddellijke vereffening niet tot de mogelijkheden behoort, wordt er een factuur opgemaakt. Deze facturen zijn betaalbaar op de opgegeven rekening van het gemeentebestuur.

      Het toegangsbewijs voor deelname aan de activiteit, wordt in elk geval pas toegekend na betaling van de verschuldigde retributie.


      Artikel 5.

      Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 6.

      Deze beslissing zal op de gemeentelijke website bekendgemaakt worden, net zoals toekomstige beslissingen van het college van burgemeester en schepenen, houdende vaststelling van de tarieven m.b.t. culturele activiteiten.

       

      Artikel 7.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

       

    • Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van de bevoegdheid inzake vaststellen retributietarieven Affligem Kermist - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig delegatiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen en desgevallend het delegatiekader te bepalen.
      Feiten, context, motivering
      • Met betrekking tot de organisatie van het evenement Affligem Kermist moeten regelmatig beslissing ad hoc genomen worden inzake het vaststellen van tarieven;
      • Een delegatie van deze bevoegdheid naar het college van burgemeester en schepenen, draagt bij tot een soepele en efficiënte werking van het gemeentebestuur; 
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 41, artikel 162, 170 en 173.
      • Het bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van de retributietarieven voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031;
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op budgetsleutel ACT5.04.04.06/0710-00/7010004 een jaarlijks ontvangstkrediet van € 23.000,00 voorzien voor ontvangsten van Affligem Kermist.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Tegenstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven in het kader van de organisatie van het gemeentelijk evenement Affligem Kermist

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributies zijn contant betaalbaar door de bezoekers van Affligem Kermist.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De bevoegdheid tot het vaststellen van de retributietarieven in het kader van de organisatie van het gemeentelijk evenement Affligem Kermist wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen gedelegeerd.

       

      Administratieve bepalingen

      Artikel 4.

      Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt, net zoals de toekomstige beslissingen van het college van burgemeester en schepenen houdende vaststelling van de tarieven.

       

      Artikel 5.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

    • Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van de bevoegdheid inzake vaststellen retributietarieven sport - 2026 tot en met 2031.

      Aanleiding
      • Het huidig delegatiereglement loopt af op 31 december 2025.
      • Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributiereglementen vast te stellen en desgevallend het delegatiekader te bepalen.
      Feiten, context, motivering
      • De organisatie van sportkampen en andere sportactiviteiten brengt kosten en personeelsinzet met zich mee.
      • Het is bijgevolg billijk en logisch dat hier een vergoeding tegenover staat. 
      • De gemeenteraad heeft de mogelijkheid de bevoegdheid tot vaststelling van de retributietarieven te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen;
      • Dergelijke delegatie draagt bij tot een soepele en efficiënte werking van het gemeentebestuur;
      • De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de heffing van billijke retributies;
      • In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van een retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 41, 2de lid, 14° over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 houdende het vaststellen van een retributie voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande niet-fiscale schuldvorderingen - 2026 tot en met 2031.
      Financieel kader
      • In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutels een ontvangstkrediet voorzien voor retributies met betrekking tot sport:

       

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      ACT2.04.02.03/0741-00/7007101

      € 83.500 € 85.000 € 86.500 € 88.000 € 90.000 € 92.000
      GBB/0742-00/7006030 € 31.500 € 32.000 € 33.000 € 33.500 € 34.000 € 35.000
      ACT5.02.02.03/0740-01/7006040 € 7.000 € 7.000 € 7.000 € 7.000 € 7.000 € 7.000
      ACT5.02.02.03/0740-01/7006045 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000
      ACT2.04.02.03/0741-00/7007101 € 83.500 € 85.000 € 86.500 € 88.000 € 90.000 € 92.000
      ACT5.04.04.01/0741-00/7007102 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000
      GBB/0740-00/7007102 € 500 € 500 € 500 € 500 € 500 € 500
      GBB/0540-00/7007104 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000
      GBB/0742-00/7007105 € 250 € 250 € 250 € 250 € 250 € 250
      GBB/0520-00/7008001 € 125 € 125 € 125 € 125 € 125 € 125
      ACT5.02.02.03/0740-01/7040023 € 1.700 € 1.700 € 1.700 € 1.700 € 1.700 € 1.700
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Tegenstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Periode

      Artikel 1.

      Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven in het kader van de gemeentelijke sportwerking.

       

      Schuldenaar

      Artikel 2.

      De retributies voor de sportwerking zijn verschuldigd door de aanvragers van de faciliteiten.

       

      Tarifering en wijze van betaling

      Artikel 3.

      De bevoegdheid tot het vaststellen van de retributietarieven in het kader van de gemeentelijke sportwerking wordt aan het college van burgemeester en schepenen gedelegeerd. De delegatie gebeurt onder de uitdrukkelijke toepassing van de hieronder vermelde voorwaarden.

       

      Artikel 4.

      • De retributies voor de vaste en de voorziene verhuringen van de sportaccommodaties worden gevorderd op basis van een factuur. Ze zijn betaalbaar op de opgegeven rekening van het gemeentebestuur. De retributies voor de occasionele, onverwachte verhuringen van sportaccommodaties dienen contant betaald te worden via een mobiele of elektronische betaling voor het betreden van de sportaccommodatie.
      • De retributies voor de deelname aan sportactiviteiten dienen voorafgaandelijk (voor aanvang van de activiteit) betaald te worden, hetzij via een online betaling op de gemeentelijke webshop, hetzij via een overschrijving op rekening van de gemeente na ontvangst van een factuur, hetzij via een mobiele of elektronische betaling. Deze facturen zijn betaalbaar op de opgegeven rekening van het gemeentebestuur.
      • De retributies voor de concessie van de cafetaria wordt gevorderd op basis van een factuur.

       

      Artikel 5.

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.

       

      Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:

      • In geval van basistarieven zonder cijfer na de komma:
        • Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,5 wordt € 6,00);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,4 euro wordt € 5,00).
      • In geval van basistarieven met één cijfer na de komma:
        • Er wordt gekeken naar het tweede getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,05 wordt € 5,10);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,04 euro wordt € 5,00)
      • In geval van basistarieven met twee cijfers na de komma:
        • Er wordt gekeken naar het derde getal na de komma;
        • Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,005 wordt € 5,01);
        • Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,004 euro wordt € 5,00).


      Administratieve bepalingen

      Artikel 6.

      De bepalingen uit de betreffende huishoudelijke reglementen van de gemeentelijke sportaccommodaties blijven onverkort van kracht en kunnen uitsluitend worden gewijzigd door de gemeenteraad.

       

      Artikel 7.

      Deze beslissing zal op de gemeentelijke website bekendgemaakt worden, net zoals de toekomstige beslissingen van het college van burgemeester en schepenen, houdende vaststellingen van de tarieven m.b.t. de sportwerking.

       

      Artikel 8.

      Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.

  • Mobiliteit

    • Delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van de bevoegdheid inzake het vaststellen van aanvullende verkeersreglementeringen.

      Aanleiding
      • Wanneer een lokaal bestuur beslist om op een bepaalde locatie een specifieke verkeersmaatregel in te voeren, moet deze beslissing steeds gepaard gaan met het plaatsen van de juiste verkeerstekens. Voor verkeerstekens die verplichtingen opleggen aan weggebruikers, is het noodzakelijk dat er een aanvullend reglement op het wegverkeer wordt opgesteld door de bevoegde overheid. De goedkeuring van dergelijke aanvullende reglementen behoort tot op heden tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.
      Feiten, context, motivering
      • De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om de bevoegdheid tot vaststelling van de aanvullende verkeersreglementen te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen;
      • Aangezien het belangrijk is om snel te kunnen inspelen op gewijzigde verkeerssituaties en tijdig de nodige aanpassingen door te voeren, wordt de gemeenteraad verzocht om deze bevoegdheid te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
      Juridisch kader
      • De wet betreffende de politie op het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968; 
      • Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
      • Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
      • Het ministerieel rondschrijven betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van de verkeerstekens;
      • Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
      • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en al zijn latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41.
      • Het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
      • De omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Tegenstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Artikel 1.

      De bevoegdheid tot het vaststellen van aanvullende reglementen op het wegverkeer wordt met ingang vanaf heden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.


      Artikel 2.

      Een afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.


      Artikel 3.

      Het delegatiebesluit wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het Departement MOW.

    • Amendement 1 (Vlaams Belang) bij agendapunt (35) GR/2025/240 - Wegverkeer - Aanvullend reglement Bellestraat (wegsegment tussen de Petterstraat en Geertruidebaan).

      Aanleiding
      • Amendement dat wordt aangebracht door raadslid Jonas Van Vaerenbergh, fractie Vlaams Belang.
      Feiten, context, motivering
      • Voorstel:
        • Artikel 2: Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 105 geldt: begin zone 30; Dit wordt aangeduid door verkeerstekens: F4a
          Dit wordt vervangen door: Artikel 2: Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 105 geldt: begin zone 30 die geldt bij aanvang en einde van de schooldag en bij evenementen; Dit wordt aangeduid door een elektrisch verkeersbord
      Juridisch kader
      • Decreet lokaal bestuur, artikel 40.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Tegenstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Resultaat: Met 7 stemmen voor, 16 stemmen tegen
      Besluit

      Met 7 stemmen voor (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans), 16 stemmen tegen (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback)

       

      Enig artikel.
      Het amendement werd verworpen.

    • Wegverkeer - Aanvullend reglement Bellestraat (wegsegment tussen de Petterstraat en Geertruidebaan) - goedkeuring.

      Aanleiding
      • Op de Bellestraat tussen de rotonde met de Petterstraat en het kruispunt met de Geertruidebaan is het nodig om extra maatregelen te nemen om de verkeersveiligheid te verbeteren.
      • Door de komst van basisschool De Regenboog in de Bellestraat is het (fiets)verkeer sterk toegenomen. Het drukke op- en afrijdende verkeer in combinatie met de toegelaten snelheid van 50 km/u zorgt voor een verhoogd veiligheidsrisico voor de kwetsbare weggebruikers (bij het verlaten van de site). Aangezien bij evenementen er al een tijdelijke zone 30 wordt ingesteld om de veiligheid te verhogen, wordt voorgesteld deze snelheidsbeperking permanent te maken. Zo kan de verkeersveiligheid structureel verbeteren en is er geen nood meer aan tijdelijke maatregelen.
      • Naar aanleiding van de bespreking op het GVO van 22 september 2025 werd dit voorstel besproken en goedgekeurd om de dit deel van de Bellestraat als vaste zone 30 in te stellen. 
      Feiten, context, motivering
      • Het aanvullend reglement betreft een gemeenteweg.
      • Binnen de visie rondom de wegencategorisering (collegezitting 27 mei 2025) betreft de Bellestraat een lokale ontsluitingsweg die binnen de bebouwde kom ligt. 
      • Naar aanleiding van de vestiging van de school in de Bellestraat De Regenboog is het (fiets)verkeer merkbaar toegenomen. Er is dagelijks veel op- en afrijdend verkeer van en naar de site. De snelheid op het stuk van de Bellestraat ligt, met uitzondering van de snelheid om de verhoogde inrichtingen, vast op 50 km/u. Tezamen met de verhoogde verkeersdruk zorgt het ervoor dat er een verhoogd veiligheidsrisico is voor de kwetsbare weggebruikers bij het dwarsen van de rijbaan in combinatie met het afrijden van de site bemoeilijkt wordt. Bovendien wordt er bij evenementen op de Bellekoutersite een tijdelijke zone 30 ingesteld om de verkeersveiligheid te garanderen. Door deze snelheidsbeperking nu permanent te maken, kan niet alleen de verkeersveiligheid structureel verbeterd worden maar ook de bijkomende werklast bij evenementen verminderd worden.Conform de Vlaamse visie (dewelke vertaald werd in het document: basisprincipes inrichting robuust wegennet, 2023) is een snelheidsbegrenzing van 30 km/u aanbevolen op basis van de nabijheid van de schoolomgeving.
      • Om de zone 30 te visualiseren wordt er gewerkt met een poorteffect met aangepast signalisatie op onder meer het wegdek. Zie de aangepaste signalisatie in bijlage van deze nota.
      • De maatregel stemt dus de snelheid beter af op de omgeving en verhoogt tegelijk de veiligheid van zachte weggebruikers alsook de verkeersafwikkeling van de site.
      Juridisch kader
      • Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988; 
      • Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40;
      • Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968; 
      • Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg; 
      • Koninklijk Besluit van 18 december tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer;
      • Ministerieel Besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
      • Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
      • Besluit van de Vlaamse regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
      • Omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
      Publieke stemming
      Aanwezig: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans, Frédéric Pipelers
      Voorstanders: Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback
      Onthouders: Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 onthoudingen
      Besluit

      Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 onthoudingen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)

       

      Artikel 1.

      Alle voorgaande aanvullende reglementen op de Bellestraat (wegsegment tussen de Petterstraat en Geertruidebaan), met uitzondering van de gebiedsdekkende maatregelen, worden opgeheven. 

       

       Artikel 2.

      Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 105 geldt: begin zone 30;

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • F4a
       

       Artikel 3.

      Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 96 geldt: einde zone 30;

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • F4b
       

       Artikel 4.

      Op de Bellestraat thv  huisnummer 105 geldt: iedere bestuurder is verplicht om de door de pijl aangeduide richting te volgen. De plaatsgesteldheid bepaalt de stand van de pijl.
      Wanneer het verkeersbord dat een niet-gebogen pijl voorstelt, op een hindernis geplaatst is, betekent het dat langs de door de pijl aangeduide richting moet voorbijgereden worden;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • D1d

       

       Artikel 5.

      Op de Bellestraat thv de overzijde van huisnummer 96 geldt:d eel van de openbare weg is voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, speed pedelecs en van tweewielige bromfietsen klasse A ;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • D9a
       

       Artikel 6.

      Op de Bellestraat thv de overzijde van huisnummer 96 geldt:  dat er een verhoging of drempel op de weg is. De weggebruiker moet zijn snelheid aanpassen;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • A14
       

       Artikel 7.

      Op de Bellestraat thv huisnummer 94 de overzijde van huisnummer ervan geldt:  dat er een oversteekplaats voor voetgangers is;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • F49
       

      Artikel 8.

      Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 94 geldt dat er een oversteekplaats is voor voetgangers waarbij voertuigen dienen te stoppen en voorrang te verlenen aan de overstekende voetgangers.

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • Wegmarkeringen conform artikel 76.3 van de wegcode.
       

       Artikel 9.

      Op de Bellestraat thv huisnummer 94 geldt:d eel van de openbare weg is voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, speed pedelecs en van tweewielige bromfietsen klasse A ;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • D9a
       

       Artikel 10.

      Op de Bellestraat thv huisnummer 99 en de overzijde ervan geldt:  dat er een verhoogde inrichting of een vluchtheuvel;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • F87
       

      Artikel 11.

      Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 99 geldt dat er een oversteekplaats is voor voetgangers waarbij voertuigen dienen te stoppen en voorrang te verlenen aan de overstekende voetgangers.

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • Wegmarkeringen conform artikel 76.3 van de wegcode.
       

       Artikel 12.

      Op de Bellestraat thv huisnummer 99 de overzijde van huisnummer ervan geldt:  dat er een oversteekplaats voor voetgangers is;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • F49
       

       Artikel 13.

      Op de Bellestraat thv de overzijde van huisnummer 99 geldt:d eel van de openbare weg is voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, speed pedelecs en van tweewielige bromfietsen klasse A ;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • D9a
       

       Artikel 14.

      Op de Bellestraat thv de overzijde van huisnummer 90 geldt:  dat er een verhoging of drempel op de weg is. De weggebruiker moet zijn snelheid aanpassen;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • A14
       

       Artikel 15.

      Op de Bellestraat thv de overzijde van huisnummer 90 geldt:  dat er een voorrang op de kruisende zijwegen;
      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
      • B15a
       

      Artikel 16.

      Op de Bellestraat ter hoogte van het kruispunt met de Geerttruidebaan geldt dat er een oversteekplaats is voor voetgangers waarbij voertuigen dienen te stoppen en voorrang te verlenen aan de overstekende voetgangers.

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • Wegmarkeringen conform artikel 76.3 van de wegcode.
       

       Artikel 17.

      Op de Bellestraat ter hoogte van de overzijde van huisnummer 88 geldt: begin zone 30;

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • F4a
       

       Artikel 18.

      Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 88 geldt: einde zone 30;

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • F4b
       

      Artikel 19.

      Op de Bellestraat tussen de rotonde Petterstraat en het kruispunt met de N208 (aan Mie Katoen) wordt de rijbaan onderverdeeld in rijstroken waardoor geldt: het is voor iedere bestuurder verboden de onderbroken streep te overschrijden, behalve om in te halen, om links af te slaan, om te keren of om van rijstrook te veranderen.

      Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:

      • Wegmarkeringen conform artikel 72.3 van de wegcode.
       
      Artikel 20.
      Het aanvullend reglement wordt ter kennisname overgemaakt aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
  • Wonen

    • Energiehuis 3WPlus - samenwerkingsovereenkomst en addendum Mijn VerbouwBegeleiding - goedkeuring.

      Aanleiding
      • In 2019 werd de werking van de Energiehuizen in Vlaanderen geheroriënteerd. Op basis daarvan sloten de lokale besturen van Halle-Vilvoorde een eerste samenwerkingsovereenkomst af met Energiehuis 3Wplus. 
      • In deze overeenkomst werd vastgelegd dat Energiehuis 3Wplus instaat voor het verstrekken van de energielening (inmiddels Mijn VerbouwLening) en het geven van basisinformatie omtrent premies en leningen, waarvoor het een werkingsvergoeding ontvangt van de Vlaamse Overheid.
      • Sindsdien heeft de Vlaamse Regering de opdracht van de Energiehuizen verder uitgebreid. Naast de oorspronkelijke basistaken werden bijkomende opdrachten toegewezen zoals ook het systeem van Mijn VerbouwBegeleiding en is het aan te raden de samenwerkingsovereenkomst te vernieuwen. 
      Feiten, context, motivering
      • Het Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030.
      • Het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020, het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 en het Vlaams Energiebeleidsplan 2021-2030.
      • Het besluit van 25 juni 2024 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van de deelname aan de burgemeesterconvenant 2030.
      • Het besluit van 29 augustus 2022 van het CBS betreffende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst met het Vlaams Energiehuis.
      • Het besluit van 29 augustus 2022 van het Vast Bureau betreffende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst met het Vlaams Energiehuis.
      • Het besluit van 9 september 2025 van het college van burgemeester en schepenen betreffende goedkeuring van de intentieverklaring 'Mijn VerbouwBegeleiding' met het energiehuis 3Wplus. 
      • De projectfiche van de Mijn VerbouwBegeleiding opgesteld door het Energiehuis 3Wplus, toegevoegd als bijlage aan dit besluit.
      • De samenwerkingsovereenkomst tussen het Energiehuis 3Wplus en het lokaal bestuur Afligem, toegevoegd als bijlage aan dit besluit.
      • De addendum bij de samenwerkingsovereenkomst tussen Energiehuis 3Wplus en lokaal bestuur Affligem in verband met Mijn VerbouwBegeleiding, toegevoegd als bijlage aan dit besluit.
      • De verwerkersovereenkomst tussen het Energiehuis 3Wplus en het lokaal bestuur Affligem, toegevoegd als bijlage aan dit besluit.
      • In 2019 werd de werking van de Energiehuizen in Vlaanderen geheroriënteerd. Op basis daarvan sloten de lokale besturen van Halle-Vilvoorde een eerste samenwerkingsovereenkomst af met Energiehuis 3Wplus. In deze overeenkomst werd vastgelegd dat Energiehuis 3Wplus instaat voor het verstrekken van de energielening (inmiddels Mijn VerbouwLening) en het geven van basisinformatie omtrent premies en leningen, waarvoor het een werkingsvergoeding ontvangt van de Vlaamse Overheid.
      • Sindsdien heeft de Vlaamse Regering de opdracht van de Energiehuizen verder uitgebreid. Naast de oorspronkelijke basistaken werden bijkomende opdrachten toegewezen, waaronder:
        • Renovatiebegeleiding;
        • Ondersteuning bij het onderhoud en de verduurzaming van verwarmingsinstallaties;
        • Begeleiding bij de plaatsing van fotovoltaïsche installaties.
      • Deze uitbreiding van de taken ging gepaard met een verhoging van de werkingsvergoeding van de Energiehuizen. Daarnaast werd een integratiebonus voorzien wanneer een Energiehuis samenwerkt met het intergemeentelijk samenwerkingsverband (IGS) of het woonloket voor de uitbouw van een geïntegreerd woon- en energieloket.
      • Energiehuis 3Wplus wenst door het inrichten van een stuurgroep ook de samenwerking en inspraak van de lokale besturen te vergroten. Het lokaal bestuur wijst een schepen aan met bevoegdheden die aansluiten bij de doelstellingen en activiteiten van het Energiehuis (bijvoorbeeld energie, klimaat of wonen). Deze schepen zetelt in de stuurgroep van het Energiehuis en rapporteert aan het college over de werking en resultaten van het Energiehuis.
      • Gelet op deze evoluties is het wenselijk de samenwerkingsovereenkomst tussen het lokaal bestuur Roosdaal en Energiehuis 3Wplus te hernieuwen, zodat de gewijzigde opdracht en financiering correct worden vastgelegd en de inwoners blijvend kunnen rekenen op een kwalitatieve dienstverlening op vlak van wonen en energie.
      • Omtrent renovatiebegeleiding organiseerde Energiehuis 3Wplus in de periode 2023–2025 de tweede werkingsperiode van het project Mobiel Energiehuis, gefinancierd via de burenpremie van Fluvius. Het project biedt kwalitatieve renovatiebegeleiding aan huis, voor alle doelgroepen, met aandacht voor laagdrempelig contact. Deze werking vindt haar oorsprong in het project Kyoto in de wijk, waarmee 3Wplus destijds voor het eerst renovatiebegeleiding op het terrein bracht. Verschillende lokale besturen binnen de regio engageerden zich actief en benutten het project als concrete hefboom in hun woon- en klimaatbeleid.
      • Concreet gelden volgende voorwaarden:
        • Doelgroep 1 (hoogste inkomenscategorie): geen gratis begeleiding binnen MVB. Via cofinanciering met het lokaal bestuur kan echter wel renovatieadvies en begeleiding worden aangeboden. In dat geval betaalt de bewoner een bijdrage van €300 per dossier. Het lokaal bestuur kan ervoor kiezen deze bijdrage zelf te voorzien, zodat de begeleiding ook voor doelgroep 1 kosteloos wordt.
        • Doelgroepen 2 en 3 (middel- en lage inkomens): recht op gratis begeleiding bij één maatregel.
        • Doelgroep 4 (laagste inkomens): recht op gratis begeleiding bij twee maatregelen.
      • Voor doelgroep 1 is er geen Vlaamse vergoeding voorzien voor het Energiehuis, enkel via de particuliere of gemeentelijke tussenkomst kan hier begeleiding worden aangeboden. Voor doelgroepen 2 t.e.m. 4 is de begeleiding gratis. De Vlaamse regering heeft op 24 oktober 2025 een principiële beslissing genomen om het aantal begeleidingstrajecten te verhogen voor doelgroep 3 en 4. Deze beslissing moet nog definitief goedgekeurd worden.
      • De basisfinanciering vanuit VEKA laat echter slechts een minimale dienstverlening toe. Zo voorziet Energiehuis 3Wplus een verdeling van het basisaanbod over de lokale besturen in haar werkingsgebied, in verhouding tot het aantal huishoudens. Voor de gemeente Affligem zijn dit 3 dossiers.
      • Om een volwaardig lokaal aanbod te garanderen en bijkomende begeleidingstrajecten mogelijk te maken, is extra cofinanciering door het lokaal bestuur vereist. Op die manier kunnen ook eigenaars uit doelgroep 1 ondersteuning krijgen en kunnen er méér trajecten per lokaal bestuur worden opgestart.
      • De werking wordt georganiseerd in “slots” van telkens 0,25 VTE. Per VTE kunnen op jaarbasis ongeveer 100 trajecten worden opgestart. Elk traject omvat minstens een plaatsbezoek – eventueel met thermografische scan – en een renovatieplan. Waar nodig volgt ook ondersteuning bij het aanvragen van premies, het vinden van aannemers en het opvolgen van de uitvoering. Het addendum dat voorligt wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar.
      • Lokale cofinanciering aan Mijn VerbouwBegeleiding is essentieel om structureel ondersteuning te bieden bij energetische renovaties. Deze dienstverlening helpt bewoners niet alleen op weg naar een comfortabele, betaalbare en energiezuinige woning, maar levert ook een rechtstreekse bijdrage aan het behalen van de lokale klimaat- en energieambities.
      • De gemeenten van het IGS Noord-Pajottenland nemen samen 2 slots af wat resulteert in een gemeentelijke bijdrage van 6.750,00 euro met een gelijkmatige verdeling van het aantal dossiers onder de 4 gemeenten.
      • Voorstel voor de 4 TARL gemeenten: 1/2 VTE (ongeveer 50 MVB/jaar) gemeentelijke bijdrage = 1/8 VTE (ongeveer 12 MVB/jaar).
      • Energiehuis 3Wplus wenst op basis van de voorgestelde projectfiche een addendum.
      Juridisch kader
      • Energiebesluit van 19 november 2010;
      • Artikel 56, §1 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
      • Artikels 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
      Financieel kader
      • De dienstverlening van Energiehuis 3Wplus, omschreven in het Energiebesluit, wordt gratis aangeboden.
      • De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan.
      • De ramingen zijn deels opgenomen onder actie 4.3.1.13 van het GBB en deels opgenomen in de meerjarenplanning 2026-2031.
      • Het geraamde jaarlijkse bedrag bedraagt 6.750,00 euro.
      Besluit

      Artikel 1.
      De Gemeenteraad keurt de hernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst met Energiehuis 3Wplus goed. 

       

      Artikel 2.
      De Gemeenteraad keurt de aanstelling van schepen Denise De Paepe goed als vertegenwoordiger in de stuurgroep van Energiehuis 3Wplus. Schepen Hans Cornand wordt aangesteld als plaatsvervangend vertegenwoordiger. 


      Artikel 3.
      De Gemeenteraad keurt het addendum ‘Mijn VerbouwBegeleiding' goed, waarbij de gemeenten van het IGS Noord-Pajottenland samen 2 slots afnemen, wat resulteert in een gemeentelijke bijdrage van 6.750,00 euro per jaar met een gelijkmatige verdeling van het aantal dossiers onder de 4 gemeenten.

  • Sport

    • Deelname aan de groepsaankoop van Sport Vlaanderen voor de bouw van kunstgrasvelden ten behoeve van diverse afnemers in Vlaanderen - goedkeuring.

      Aanleiding
      • De Vlaamse overheid gunde op 16 februari 2022 de groepsaankoop voor de bouw van kunstgrasvelden ten behoeve van diverse afnemers in Vlaanderen aan de firma's Stadsbader, Sportinfrabouw en Scheerlinck.
      • De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de lastvoorwaarden van overheidsopdrachten (uitgezonderd voor opdrachten van dagelijks bestuur) en als dusdanig ook bevoegd voor het bekrachtigen van toetredingen tot groepsaankopen.
      Feiten, context, motivering
      • Deze overheidsopdracht, uitgeschreven door de Vlaamse overheid, is een groepsaankoop die gegund werd aan drie firma's.
      • De uiteindelijke toewijzing van de overheidsopdracht aan 1 van deze drie firma's door de gemeente Affligem, gebeurt op basis van een minicompetitie.
      • Het lokaal bestuur kan van deze groepsaankoop gebruik maken, waardoor de administratieve last voor het aanduiden van een firma voor het aanleggen van kunstgrasvelden tot een minimum beperkt wordt.
      • Het lokaal bestuur is niet verplicht tot enige afname van de groepsaankoop.
      • De opdracht betreft een groepsaankoop voor de bouw van een niet-watergedragen kunstgrasveld en optioneel onderhoud.
      • De raamovereenkomst heeft een initiële looptijd van 4 jaar, die verlengd kan worden met nogmaals 4 jaar.
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal bestuur;
      • Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
      • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
      • Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
      • Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten;
      • Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren;
      • Besluit van de Vlaamse overheid van 16 februari 2022 waarbij de groepsaankoop wordt gegund aan de firma's Stadsbader, Sportinfrabouw en Scheerlinck.
      Financieel kader
      • Deze gemeenteraadsbeslissing heeft geen financiële impact, aangezien deze loutere toetreding tot de groepsaankoop geen rechtstreeks engagement voor het lokaal bestuur inhoudt. De financiële details met betrekking tot de bouw van een kunstgrasveld zijn opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
      Besluit

      Artikel 1.

      De gemeente tekent in op de groepsaankoop van de Vlaamse overheid voor de bouw van kunstgrasvelden ten behoeve van diverse afnemers in Vlaanderen.


      Artikel 2.

      Het betreft een principiële goedkeuring. De gemeente is niet verplicht tot afname van diensten. 

       

      Artikel 3.

      De gemeenteraad neemt kennis van de toewijzing van deze overheidsopdracht door de Vlaamse overheid aan de firma's Stadsbader, Sportinfrabouw en Scheerlinck.

       

      Artikel 4.

      De bevoegdheid tot het voeren van de minicompetitie, waarbij één van de drie geselecteerde firma's effectief wordt aangeduid voor het bouwen van een kunstgrasveld in Affligem, wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen wordt eveneens belast met de navolgende uitvoering van dit besluit.

       

      Artikel 5.

      Afschrift van deze beslissing wordt toegestuurd aan Sport Vlaanderen en bezorgd aan de sportdienst en de financiële dienst.

  • Huis van het Kind

    • Erkenningskader decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA).

      Aanleiding
      • De Vlaamse overheid beoogt met het BOA-decreet (buitenschoolse opvang en activiteiten) een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen die naar de kleuter en lagere school gaan via samenwerking tussen relevante opvangactoren waarbij de lokale besturen de regierol opnemen.
      • Lokale besturen zijn naast hun regierol verantwoordelijk voor de erkenning, opvolging, evaluatie en handhaving van het lokaal opvangaanbod.
      • Het lokaal bestuur erkent opvanginitiatieven via een eigen lokaal erkenningskader.
      Feiten, context, motivering
      • Het erkenningskader BOA-Affligem werd opgemaakt tijdens de vergadering van het Netwerk BOA Affligem (NBA) op 20 november 2025, en is afgestemd op de wettelijke verplichtingen, de lokale noden en het participatief traject binnen het Netwerk Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (NBA).
      Juridisch kader
      • Artikel 56 van het Decreet Lokaal Bestuur;
        • Artikel 304, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur;
        • Besluiten van het college van 23 september 2025 rond het BOA-beleid in Affligem;
      • Decreet houdende de organisatie van Buitenschoolse Opvang en Activiteiten van 3 mei 2019 
      • en wijzigingsdecreet van 16 mei 2025.
      Besluit

      De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel tot erkenningskader BOA-Affligem. Eventuele toekomstige wijzigingen van het decreet of uitvoeringsbesluiten moeten door het lokaal bestuur opgevolgd en, indien nodig, vertaald worden in aangepaste reglementen, statuten en werkingsafspraken.

    • Financieel kader BOA Affligem - vaststelling.

      Aanleiding
      • Het lokaal bestuur Affligem ontvangt vanaf 1 januari 2026 Vlaamse BOA-subsidies in het kader van het BOA-decreet. Deze middelen versterken de uitbouw van een kwalitatief en inclusief opvang- en activiteitenaanbod voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar. Het lokaal bestuur koppelt deze Vlaamse financiering aan eigen investeringen om een duurzaam BOA-beleid te realiseren.
      • Dit financieel kader treedt in werking zodra de middelen definitief zijn opgenomen in de meerjarenplanning. Wanneer Vlaanderen de financiële context of subsidiëring substantieel wijzigt, kan het lokaal bestuur dit kader aanpassen.
      Juridisch kader
      • Artikel 56 van het Decreet Lokaal Bestuur;
      • Artikel 304, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur;
      • Besluiten van het college van 23 september 2025 rond het BOA-beleid in Affligem;
      • Decreet houdende de organisatie van Buitenschoolse Opvang en Activiteiten van 3 mei 2019 en wijzigingsdecreet van 16 mei 2025.
      Financieel kader
      • Het financieel kader wordt toegevoegd als bijlage aan de collegenota.
      Besluit

      Artikel 1.

      De gemeenteraad stelt de financiële nota BOA Affligem vast.

       

      Artikel 2.

      De financiële nota BOA Affligem maakt integraal deel uit van de raadbeslissing.

       

      Artikel 3.

      De gemeenteraad neemt kennis van de principiële goedkeuring van de wijziging van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA-decreet) door de Vlaamse Regering.
      Eventuele toekomstige wijzigingen van het decreet of uitvoeringsbesluiten moeten door het lokaal bestuur opgevolgd en, indien nodig, vertaald worden in aangepaste reglementen, statuten en werkingsafspraken.
      Het lokaal bestuur draagt de verantwoordelijkheid om deze opvolging te verzekeren en de gemeenteraad hierover te informeren.

  • Welzijn en cultuur

    • Engagement: intergemeentelijke preventiemedewerker AMALO.

      Aanleiding
      • Affligem onderneemt verschillende acties en projecten om hun inwoners te stimuleren tot een gezonde leefstijl en hen te beschermen tegen gezondheidsrisico's.
      • De Vlaamse regering ondersteunt lokale besturen met een subsidie voor een intergemeentelijke preventiewerking.
      Feiten, context, motivering
      • Het doel is het organiseren en uitvoeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid dat afgestemd is op verschillende initiatieven en thema's binnen de beleidsdoelstellingen van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen, en dat gebruik maakt van de preventiemethodieken.
      • De gemeente kan een financiële stimulans ontvangen voor de uitbouw van een lokale preventiewerking. De subsidie bedraagt 3.000 euro per gemeente, vermeerderd met een bedrag per inwoner. Het aantal inwoners dat in aanmerking komt voor subsidie wordt ‘gewogen’ (zie bijlage: 'budget AMALO'). Dit betekent dat inwoners die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in het kader van het RIZIV, dubbel worden geteld. Het bedrag per gewogen aantal inwoners bedraagt 0,08 euro. Het subsidiebedrag wordt jaarlijks geïndexeerd (sinds 2019). In ruil voor die subsidie zijn gemeenten verplicht om samen met minstens één aanpalende gemeente binnen hun eerstelijnszone een intergemeentelijke preventiewerking uit te bouwen.
      • De voorwaarden zijn als volgt:
      • De samenwerkende gemeenten dragen elk financieel bij met een bedrag dat minstens gelijk is aan de cofinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, zoals bepaald in artikel 17/1 van het besluit van de Vlaamse regering van 30/1/2009 betreffende de Logo’s, laatst gewijzigd op 17/5/2024;
      • De samenwerkende gemeenten zetten de toegekende subsidie en hun eigen bijdrage in voor de tewerkstelling van personeel binnen de lokale preventiewerking.
      • De samenwerkende gemeenten ontwikkelen en implementeren een intergemeentelijk preventief gezondheidsbeleid dat voldoet aan alle voorwaarden van het genoemde besluit.
      • Jaarlijks dienen de samenwerkende gemeenten uiterlijk op 31 maart een financieel en inhoudelijk rapport over de intergemeentelijke preventiewerking in bij het Departement Zorg, zoals vermeld in artikel 17/1, vierde lid van het genoemde besluit. Daarnaast registreren zij de preventieactiviteiten in het registratiesysteem van het Departement Zorg uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het werkingsjaar.
      • De intergemeentelijke preventiewerking kan rekenen op Gezondheidsmakers voor een gedegen inhoudelijke ondersteuning. Affligem heeft de intentie om een Intergemeentelijke Preventiewerking in ELZ AMALO op te richten. Gezondheidsmakers wordt als beheerder aangesteld. Er wordt gestreefd naar een nauwe samenwerking en afstemming met de ELZ AMALO. Naast het opzetten en uitvoeren van nieuwe projecten, het organiseren van vormingen en infomomenten en het lanceren van effectieve communicatie- en sensibiliseringscampagnes, zal de intergemeentelijke preventiewerking ook investeren in het versterken van netwerken en samenwerkingen met lokale besturen, de ELZ, scholen, organisaties en professionals. Affligem zal vanaf 01/01/2026 toetreden tot deze Intergemeentelijke Preventiewerking.
      • De dienst Welzijn en Cultuur adviseert gunstig. Het oprichten en uitbouwen van de intergemeentelijke preventiewerking AMALO zou de bestuurskracht van de gemeente verhogen, en biedt onze gemeente een kans om onze inspanningen van de voorbije jaren te verbreden, verdiepen en te verzilveren om zo een nog Gezondere Gemeente te worden.
      Juridisch kader
      • Het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 27, §3, toegevoegd bij het decreet van 26 april 2024, artikel 28, artikel 29, artikel 30, §2 en §3, artikel 30, §4, vervangen bij het decreet van 20 maart 2009 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, artikel 38, §3, artikel 80, §1, eerste lid.
      • Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo’s, wat betreft de erkenning, de werkgebieden en de Financiering (VR 2024 1705 DOC 0702/2).
      • Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies, en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 25 juni 2010 en latere wijzigingen.
      • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
      • Het decreet Lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018 en latere wijzigingen.
      • De bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993.
      Financieel kader
      • De gemeente kan een forfaitaire subsidie van € 3000 krijgen en een subsidie per inwoner van € 0,08. Voor inwoners met een verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering ontvangt de gemeente nog een bijkomende subsidie.
      • De subsidie voor intergemeentelijke preventiewerking wordt berekend bij de aanvang van een nieuwe intergemeentelijke preventiewerking en vervolgens elk tweede jaar van de legislatuur van de lokale besturen. Dit gebeurt op basis van het beschikbare cijfermateriaal.
      • De gemeente cofinanciert voor minstens hetzelfde bedrag als de Vlaamse financiering.
      • Dit jaar bedraagt het subsidiebedrag voor de gemeenten binnen de eerstelijnszone:
        • Affligem: 4199,2
        • Asse: 6285,04
        • Liedekerke : 4298,48
        • Merchtem: 4617,04
        • Opwijk: 4312,08
      • De subsidie wordt bovendien jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex.
      Besluit

      Artikel 1.
      De gemeenteraad gaat akkoord met de oprichting en de uitbouw van de Intergemeentelijke Preventiewerking AMALO, delegeert het beheer van de Intergemeentelijke Preventiewerking aan Gezondheidsmakers en gaat akkoord met het indienen van de engagementsverklaring door Gezondheidsmakers. De gemeente voorziet zelf in een cofinanciering die minstens even groot is als die van de Vlaamse Gemeenschap.

       

      Artikel 2.

      Het engagement geldt voor één jaar, verlengbaar na evaluatie.

    • Intergemeentelijke Samenwerking: Hoperfgoed - 't Stakenhuis.

      Aanleiding
      • De verlenging van de projectvereniging Hopvereniging 't Stakenhuis (hoperfgoed).
      Feiten, context, motivering
      • De verlenging van de projectvereniging  Hopvereniging 't Stakenhuis voor een periode van 6 jaar dient bekrachtigd te worden door de gemeenteraad. 
      • De nieuwe statuten 2025: zie bijlage
      Juridisch kader
      • Artikel 41 Decreet Lokaal Bestuur: de gemeenteraad beslist over het oprichten van en het toetreden tot rechtspersonen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.
      • Artikelen 401 t.e.m. 412 van het Decreet Lokaal Bestuur inzake intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid in de rechtsvorm van een projectvereniging
      Financieel kader
      • De deelnemende gemeenten verbinden zich er toe elk jaarlijks een minimale bijdrage volgens onderstaande verdeelsleutel volgens inwonersaantal te voorzien in het budget om het lidgeld van de projectvereniging te dragen:
        Voor Affligem (< 15 000 inwoners) betekent dit €1300/jaar
      • Een strikt gemeentelijk initiatief, zoals het onderhoud van een hopveld, is volledig ten laste van de betrokken deelnemende gemeente zonder financiële inbreng van de middelen van de projectvereniging.
      • In het meerjarenplan van lokaal bestuur Affligem is er budget voorzien voor de verlenging van het lidmaatschap en voor de onderhoud van het hopveld.
      Besluit

      Enig artikel.

      De gemeenteraad keurt de vernieuwde statuten van de projectvereniging Hopvereniging 't Stakenhuis goed.
      Hierdoor wordt de samenwerking rond hoperfgoed voor een periode van 6 jaar (van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031) bekrachtigd. 

    • Intentieverklaring houdende de verlenging van het lidmaatschap van lokaal bestuur Affligem in de intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (IOED ZENDER).

      Aanleiding
      • Naar aanleiding van een nieuwe beleidsperiode 2026-2031 wordt vanwege Zender opnieuw het verzoek geformuleerd tot instemming met een intentieverklaring - hernieuwing lidmaatschap Affligem in de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (IOED ZENDER);
      • Op ten laatste 15 januari 2026 moet de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (IOED ZENDER) zijn nieuw beleidsplan indienen voor de periode van 2027–2032. Vanaf 1 januari 2026 wijzigt de regelgeving in het kader van het Lokaal Onroerenderfgoedbeleid. Er gelden nieuwe ontvankelijkheids- en erkenningsvoorwaarden, zowel voor de IOED’s die een nieuwe erkenning aanvragen, als de bestaande IOED’s.
      Feiten, context, motivering
      • Vanaf 2027 wordt de structurele Vlaamse subsidie verhoogd naar 120.000 euro per IOED per jaar op voorwaarde dat de gemeenten die lid zijn - waaronder Affligem - samen gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst, jaarlijks minstens hetzelfde bedrag bijdragen aan de werking van de IOED, bovenop de Vlaamse subsidie;
      • De verlenging van het lidmaatschap van de IOED zorgt voor beleidsondersteuning op het vlak van Onroerend Erfgoed en het ontzorgen van de eigen administratie;
      • Het werkingsgebied van IOED ZENDER beantwoordt aan de regels rond de referentieregio;
      • IOED ZENDER voldoet aan de erkenningsvoorwaarden van een IOED opgesteld door het Agentschap Onroerend Erfgoed;
      • De werking van ZENDER wordt steeds meer transversaal; dit in overeenstemming met het Vlaams regeerakkoord van 30 september 2024 en de beleidsnota van de bevoegde ministers Ben Weyts VR2024 van 18 november 2024 en Caroline Gennez 145(2024-2025) nr.1 van 15 november 2024;
      • De tekst van de intentieverklaring houdende de verlenging van het lidmaatschap tot de intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (IOED ZENDER) voor de nieuwe beleidsperiode vanaf 1 januari 2027.
      Juridisch kader
      • Het Regiodecreet van 3 februari 2023;
      • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 56, en alle latere wijzigingen;
      • Het Decreet houdende het Onroerend Erfgoed van 12 juli 2013 en latere wijzigingen;
      • Het Onroenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.
      Besluit

      Dit punt werd verdaagd.

    • Intentieverklaring houdende de verlenging van het lidmaatschap van lokaal bestuur Affligem in de Bovenlokale cultuurwerking Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (IGS ZENDER).

      Aanleiding
      • Naar aanleiding van een nieuwe beleidsperiode 2026-2031 wordt vanwege Zender opnieuw het verzoek geformuleerd tot instemming met een intentieverklaring - hernieuwing lidmaatschap Affligem in de Bovenlokale cultuurwerking Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (IGS ZENDER).
      Feiten, context, motivering
      • Cultuurregio Pajottenland en Zennevallei (ZENDER) is een projectvereniging van 15 gemeenten - waaronder ook Affligem - in het Pajottenland en de Zennevallei;
      • Het is hun missie om via cultuur de leefomgeving te verbeteren en de culturele participatie te verhogen;
      • De verlenging van het lidmaatschap van de werking Bovenlokale Cultuur zorgt voor beleidsondersteuning en het ontzorgen van de eigen administratie;
      • Het werkingsgebied van IGS ZENDER beantwoordt aan de regels rond de referentieregio;
      • IGS ZENDER voldoet aan de erkenningsvoorwaarden opgesteld door de Vlaamse overheid;
      • De werking van ZENDER is steeds meer transversaal, in overeenstemming ook met het Vlaams regeerakkoord van 30 september 2024 en de beleidsnota van de bevoegde ministers Caroline Gennez van 15 november 2024 en Ben Weyts VR2024 van 18 november 2024;
      • De intentieverklaring met betrekking tot de verlenging van het lidmaatschap van de bovenlokale cultuurwerking Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (IGS ZENDER) voor de nieuwe beleidsperiode vanaf 1 januari 2027.
      Juridisch kader
      • Het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 8 maart 2024 en latere wijzigingen;
      • Het Regiodecreet van 3 februari 2023;
      • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 56, en alle latere wijzigingen;
      • De statuten van de projectvereniging Cultuurregio Pajottenland en Zennevallei (ZENDER).
      Financieel kader
      • Voor de werking bovenlokale cultuur wordt een bijdrage verwacht van € 0,45 euro per inwoner per jaar;
      • Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het aantal inwoners;
      • Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
      Besluit

      Dit punt werd verdaagd.

    • Intentieverklaring houdende de verlenging van het lidmaatschap van lokaal bestuur Affligem in m.b.t. de verlenging van het lidmaatschap van de Erfgoedcel Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (ZENDER).

      Aanleiding
      • Naar aanleiding van een nieuwe beleidsperiode 2026-2031 wordt vanwege Zender opnieuw het verzoek geformuleerd tot instemming met een intentieverklaring - hernieuwing lidmaatschap Affligem in de Erfgoedcel Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei (ZENDER).
      Feiten, context, motivering
      • De Cultuurregio Pajottenland en Zennevallei (ZENDER) is een projectvereniging van 15 gemeenten - waaronder Affligem - in het Pajottenland en de Zennevallei;
      • Het is hun missie is om het Cultureel Erfgoed te borgen, te beschermen en om via het ondersteunen van acties rond Cultureel Erfgoed de kennis over en het bewustzijn rond Cultureel Erfgoed te verhogen;
      • De verlenging van het lidmaatschap van de werking Cultuur Erfgoed zorgt voor beleidsondersteuning en het ontzorgen van de eigen administratie;- Het werkingsgebied van de Erfgoedcel Zender beantwoordt aan de regels rond de referentieregio;
      • De Erfgoedcel Zender voldoet aan de erkenningsvoorwaarden opgesteld door de Vlaamse overheid;
      • De gezamenlijke inbreng van de deelnemende gemeenten is minstens even groot als de aan Vlaanderen gevraagde werkingssubsidie;
      • De werking van Zender is steeds meer transversaal, in overeenstemming met het Vlaams regeerakkoord van 30 september 2024 en de beleidsnota van de bevoegde ministers Caroline Gennez van 15 november 2024 en Ben Weyts (VR2024) van 18 november 2024.
      Juridisch kader
      • Het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 8 maart 2024 en latere wijzigingen;
      • Het Regiodecreet van 3 februari 2023;
      • Het Decreet houdende de ondersteuning van cultureel erfgoedwerking van 23 december 2021 en latere wijzigingen;
      • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 56, en alle latere wijzigingen;
      • De statuten van de projectvereniging Cultuurregio Pajottenland en Zennevallei (ZENDER).
      Financieel kader
      • Voor de werking Cultureel Erfgoed wordt een bijdrage verwacht van € 0,45 euro per inwoner per jaar;
      • Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het aantal inwoners;
      • Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
      Besluit

      Dit punt werd verdaagd.

  • Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

    • Convenant houdende overeenkomst tussen Toerisme Vlaams-Brabant vzw en lokaal bestuur Affligem betreffende de toeristische werking (2026-2031).

      Aanleiding
      • De brief vanwege Vlaams-Brabant van 07 juli 2025 houdende hernieuwing van het Convenant inzake toeristische werking overeenkomstig de nieuwe toekomstvisie van VISIT Vlaams-Brabant tussen het provinciebestuur en het lokaal bestuur - bestuursperiode 2026 tot en met 2031;
      Feiten, context, motivering
      • De gemeente Affligem is aangesloten bij Toerisme Vlaams-Brabant Vzw; 
      • De betrokken vereniging (vzw-structuur) beoogt bij te dragen aan de ontwikkeling, promotie en kwaliteitsbewaking van het toeristisch aanbod binnen de provincie Vlaams-Brabant, met bijzondere aandacht voor doelgroepen;
      • Affligem heeft sedert 2004 het convenant betreffende de toeristische-recreatieve werking in de regio Groene Gordel met de provincie Vlaams-Brabant onderschreven;
      • De gemeente Affligem heeft in 2019 voormeld convenant onderschreven voor de periode 2020-2025 en voldoet tevens aan de voorwaarden voor het lidmaatschap;
      • In de loop van 2025 werd het overleg voor een nieuw convenant 2026-2031 opnieuw georganiseerd;
      • Toerisme in Vlaams-Brabant zal ook tijdens de nieuwe legislatuur 2025 -2030 verder worden uitgebouwd door het aantrekken en gastvrij onthalen van externe bezoekers (dag- en verblijfstoeristen) om daar economische, culturele en sociale voordelen uit te halen voor Vlaams-Brabant als bestemming, met respect voor de eigenheid en de draagkracht van de natuur, de cultuur, het landschap en de mensen;
      • De provincie Vlaams-Brabant zal terzake een overkoepelende en coördinerende rol spelen waarin de provincie Vlaams-Brabant, Toerisme Vlaanderen, de gemeenten en de bovenlokale toeristisch-recreatieve organisaties participeren;
      • Toerisme Vlaams Brabant Vzw (TVB) zal instaan voor:
        • De besteding van het budget voortvloeiend uit de bijdrages van de geconvenanteerde gemeenten en steden wordt voorbereid door de GO’s en TO’s maar wordt ter beslissing voorgelegd op de Algemene Vergadering van TVB waar de schepenen van toerisme van de geconvenanteerde gemeenten deel van uitmaken. Deze middelen zullen worden ingezet voor volgende werking of ondersteuning:
          • Productontwikkeling:
            • Ontwikkeling van suggestieroutes op de door TVB ontwikkelde netwerken passend binnen de bouwstenen van de toekomststrategie.
            • Ontwikkeling van extra beleving op suggestieroutes (wandelen en fietsen) die concrete invulling geven aan de toekomststrategie.
            • Ontwikkelen van bovenlokale thematische producten in co-creatie die passen in de toekomststrategie.
          • Vermarkting:
            • Visibiliteit in de Vlaanderenbrede promotie door middel van campagnes binnen de marketingstrategie van TVB.
          • Overleg en netwerk:
            • Deelname in AV van TVB en de mogelijkheid tot kandidaatstelling voor het bestuursorgaan. 
            • Deelname aan bovenlokaal overleg (min 2x/jaar). 
            • Aanspreekpunt binnen TVB voor de toeristische partners. 
            • Toeristische medewerkers en schepenen van geconvenanteerde gemeenten kunnen deelnemen aan de vormingen, teambuilding activiteiten en netwerk events die door TVB worden georganiseerd voor de sector. 
            • Toeristische ondernemers in geconvenanteerde gemeenten kunnen gratis deelnemen aan de vormingen en netwerk events die door TVB worden georganiseerd voor de sector. Toeristische ondernemers uit niet-geconvenanteerde gemeenten kunnen deelnemen mits betaling.
          • Ondersteuning:
            • TVB voorziet per geconvenanteerde gemeente een aparte webpagina op www.visitvlaamsbrabant.be. 
            • Gratis toegang tot het online bestelplatform van TVB voor gratis en betalende publicaties 
            • Gratis distributie en verzending van de toeristische publicaties van TVB 
            • 30% korting op betalende publicaties als wederverkoper bij een aankoop van minstens 45 euro aan verkoopwaarde. 
            • Afname van de print on demand overeenkomst voor fiets-en wandelfiches van TVB. 
            • Afname van de raamovereenkomst van cartografie en gebruik van de ondergrond van de kaarten in eigendom van TVB. 
            • Licentie voor gebruik van Nodemapp (publiceren van eigen routes op wandelknooppunt.be en fietsknooppunt.be) voor de duur van de raamovereenkomst van TVB. 
            • Gratis gebruik van foto’s uit de fotodatabank van TVB voor voor toeristische promotie (website, advertenties, magazines, ...). 
            • Gratis toeristische infofiche per gemeente (jaarlijkse update van de toeristische cijfers via het toerismeplatform.be) 
            • Projectadvies bij toeristische projecten en advies wat betreft subsidiemogelijkheden. 
            • Gratis uitlenen van point of sales materiaal in de huisstijl van TVB.
      Juridisch kader
      • Het Decreet Lokaal Bestuur 2017;
      • De statuten van Toerisme Vlaams-Brabant Vzw, artikel 9 en 17 in het bijzonder.
      Financieel kader
      • De bijdrage van de gemeenten in de convenant toerisme wordt gebaseerd op het inwonersaantal van 1 januari 2024, en dit voor de periode 2026 tot 2031. Elke gemeente en stad draagt 0,35 € per inwoner bij. Dit bedrag zal elk jaar met 2% geïndexeerd worden en dient om de gebieds- en thematische werking te financieren. Dit budget wordt beheerd op een aparte budgetpost in de boekhouding van Toerisme Vlaams Brabant Vzw;
      • Voor Affligem in het bijzonder bedraagt de bijdrage 4.777,9 € voor 2026 (13.651 inwoners per 1 januari 2024 x 0,35 €) te indexeren met 2% vanaf 2027.
      Besluit

      Artikel 1.
      De gemeenteraad gaat akkoord met de verdere deelname als lokaal bestuur en partner inzake de toeristische werking Toerisme Vlaams-Brabant Vzw. Betrokken deelname en engagement - geformaliseerd in een Convenant (cfr. bijlage), wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

       

      Artikel 2.
      De gemeenteraad stemt in met de voorgestelde financiering.

       

      Artikel 3.
      De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen tot verdere afhandeling en opvolging van dit dossier.

       

      Artikel 4.
      Afschrift van deze beslissing zal ter kennisgeving aan Toerisme Vlaams-Brabant vzw, t.a.v. team support, Provincieplein 1 te 3010 Leuven, alsook aan de gemeentelijke afgevaardigde - Schepen Herman Steppe - worden toegestuurd.

    • Kennisname - Fluvius Halle-Vilvoorde - Buitengewone Algemene Vergadering 18 december 2025 - wijziging.

      Aanleiding
      • Email van Fluvius Halle-Vilvoorde, 24 november 2025, betreffende beslissing Raad van Bestuur tot niet behandelen statutenwijzigingen m.b.t. de activiteit warmte;
      • Brief van Fluvius Halle-Vilvoorde, 24 november 2025, betreffende beslissing Raad van Bestuur tot niet behandelen statutenwijzigingen m.b.t. de activiteit warmte.
      Feiten, context, motivering
      • Gemeente Affligem is voor één of meerdere activiteiten aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Fluvius Halle-Vilvoorde;
      • De agenda met documentatiestukken werd opgesteld door de Raad van Bestuur in zitting van 18 september 2025;
      • Gemeente Affligem werd per aangetekend schrijven van 19 september 2025 opgeroepen om deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Halle-Vilvoorde die op 18 december 2025 plaatsheeft in “Salons Waerboom, Jozef Mertensstraat 140, 1702 Groot-Bijgaarden (Dilbeek)”;
      • Op deze Buitengewone Algemene Vergadering ligt onder andere een statutenwijziging ter goedkeuring voor;
      • De Raad van Bestuur van Fluvius Halle-Vilvoorde heeft in zijn vergadering van donderdag 20 november jongstleden beslist om in te gaan op de vraag van verschillende gemeenten om de voorgestelde wijzigingen aan de statuten met betrekking tot de activiteit warmte, niet te behandelen op de eerstkomende Buitengewone Algemene Vergadering. Deze gemeenten wensen eerst bijkomende verduidelijking en toelichting bij dit dossier te ontvangen;
      • De statutenwijzigingen blijft op de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering staan, maar de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte
        zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd. De overige voorgestelde wijzigingen los van de activiteit warmte zullen dus wel ter goedkeuring worden voorgelegd. De huidige geldende tekst van de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte blijft met andere woorden van toepassing;
      • Wat dit concreet betekent voor het agendapunt 2 Statutenwijzigingen kunt u hierna met bijschriften nalezen:
        • 2. Statutenwijzigingen:
          1. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:86 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV); [Deze kennisneming blijft geagendeerd.]
          2. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:87 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV); [Deze kennisneming blijft geagendeerd maar het onderdeel met betrekking tot de wijziging van de rechten verbonden aan de aandelen Aw is zonder voorwerp geworden, gezien in de finaal voorgestelde statutenwijzigingen de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte niet ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.] [FK en FL: Deze kennisneming is zonder voorwerp geworden vermits de rechten verbonden aan de aandelen Aw niet wijzigen, gezien in de finaal voorgestelde statutenwijzigingen de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte niet ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.]
          3. Kennisneming voorafgaand niet-bindend advies Vlaamse Regering d.d. 23 juli 2025; [Deze kennisneming blijft geagendeerd.]
          4. Goedkeuring voorstel van statutenwijzigingen (inclusief de wijziging van het voorwerp); [Conform het Decreet Lokaal Bestuur zullen de voorgestelde wijzigingen aan de statuten en aan de bijlagen artikelsgewijs ter goedkeuring worden voorgelegd, behalve de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte. De artikelen 9 punt 7, 29ter, 29quater en 30 punt 4b van de statuten en de artikelen 11 en 15 van de bijlage 3 met betrekking tot de activiteit warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd.]
          5. Vaststelling van de opschortende voorwaarden met betrekking tot de statutenwijzigingen; [Deze vaststelling is zonder voorwerp geworden.]
          6. Verlenen van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om de al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden met betrekking tot het agendapunt 1 vast te stellen; [Deze volmachtverlening is zonder voorwerp geworden.]
          7. Verlenen van een machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met mogelijkheid van subdelegatie om de statuten inclusief de bijlagen te coördineren. [Deze volmachtverlening zal ter goedkeuring worden voorgelegd.]
      • Lokaal bestuur Affligem heeft op de gemeenteraad van 14 oktober 2025 al een besluit met betrekking tot de agenda van voornoemde Buitengewone Algemene Vergadering en statutenwijzigingen genomen, dus het mandaat verleend aan de vertegenwoordiger (Pascal Biesback of plaatsvervangend vertegenwoordiger Rita Van den Abbeel) blijft onverkort van toepassing. Aangezien er artikelsgewijs wordt gestemd over de wijzigingen van de statuten blijft het eerder genomen gemeenteraadsbesluit geldig voor
        de wijzigingen die wel aan de Buitengewone Algemene Vergadering ter goedkeuring zullen worden voorgelegd. De wijzigingen met betrekking tot de activiteiten warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd.
      Juridisch kader
      • Het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke Algemene Vergadering;
      • De gemeenteraadsbeslissing van 18 maart 2025 houdende Fluvius Halle-Vilvoorde - voordracht van de vertegenwoordiger op de (buitengewone) algemene vergaderingen(en) - wijziging;
      • De gemeenteraadsbeslissing van 14 oktober 2025 houdende Fluvius Halle-Vilvoorde - Buitengewone Algemene Vergadering 18 december 2025;
      • Het door de Raad van Bestuur opgestelde ontwerp van statutenwijzigingen die worden onderverdeeld in 4 luiken, met name (1) wijziging over de winstverdeling en kostenlasten met betrekking tot de activiteit warmte, (2) wijzigingen ten gevolge van gewijzigde regelgeving, (3) actualiseringen/verduidelijkingen/tekst verfijningen/voorgestelde partiële splitsing en (4) schrapping van bepalingen die niet langer van toepassing zijn;
      • Het niet-bindend advies van de Vlaamse Regering d.d. 23 juli 2025 dat deel uitmaakt van het dossier ‘statutenwijzigingen’;
      • Het voorstel om de voorliggende statutenwijzigingen in werking te laten treden per 1 januari 2026;
      • de Raad van Bestuur van Fluvius Halle-Vilvoorde heeft in zitting van 18 september 2025 de bijzondere verslagen opgesteld overeenkomstig de artikelen 6:86 (wijziging voorwerp) en 6:87 (wijziging aandelensoorten) van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
      • De partiële splitsing door overneming die de Raden van Bestuur van Fluvius West en van Fluvius Halle-Vilvoorde voorstellen waarbij de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en de stad Vilvoorde voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken uit de opdrachthoudende vereniging Fluvius West zullen treden en zullen toetreden tot de opdrachthoudende vereniging Fluvius Halle-Vilvoorde.
      Besluit

      De gemeenteraad van Affligem neemt kennis van de brief en email van Fluvius Halle-Vilvoorde, 24 november 2025, betreffende beslissing Raad van Bestuur tot niet behandelen statutenwijzigingen m.b.t. de activiteit warmte.

  • Beleidsmedewerker

    • Kader organisatiebeheersing.

      Aanleiding
      • De lokale besturen zijn verplicht om interne controles en risicobeheer te organiseren.
      • Het gaat over de opzet van een ruim systeem dat alle processen en beleidsdoelen in kaart brengt, continu opvolgt en waar nodig bijstelt.
      Feiten, context, motivering
      • Het decreet Lokaal Bestuur definieert organisatiebeheersing als het geheel van maatregelen en procedures om een redelijke zekerheid te verschaffen dat het lokaal bestuur: 
        • De vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico’s om deze te bereiken kent en beheerst; 
        • De wetgeving en procedures naleeft;  
        • Over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt; 
        • Effectief en efficiënt werkt en de beschikbare middelen economisch inzet; 
        • De activa beschermt en fraude voorkomt. 
      Juridisch kader
      • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 42 - bevoegdheid gemeenteraad, artikel 217 - het geheel van maatregelen en procedures, artikel 218 - de doelstellingen van het organisatiesysteem, artikel 219 - verantwoordelijkheden, artikel 220 - bevoegdheden;
      • Het besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. 
      Besluit

      Artikel 1.
      Het kader voor de organisatiebeheersing van het lokaal bestuur Affligem wordt door de gemeenteraad goedgekeurd. 

       

      Artikel 2.
      De algemeen directeur wordt belast met de uitwerking, toepassing en opvolging van het organisatiebeheersingssysteem, inclusief de nodige controlemaatregelen, procedures en rapporteringslijnen.

  • Mondelinge vragen

    • Bijkomende mondelinge vraag namens Vlaams Belang.

      Aanleiding
      • E-mail van raadslid Jonas Van Vaerenbergh - namens Vlaams Belang - 11 december 2025
      Feiten, context, motivering
      1. Wegens werken aan de telecominfrastructuur van Telenet was de Bellekoutersite gedurende drie dagen onderbrekingen op telefonie en internet.
        Beschikt de gemeente over een back-up lijn van een andere provider?
        Sommige telecomoperatoren bieden in hun abonnementen als standaard een back-up lijn aan voor grote bedrijven.
        Waren er andere mogelijkheden zoals tijdelijk werken met 4G-routers? 
      Besluit

      Het antwoord op bovenstaande vraag vind je terug in het zittingsverslag van de gemeenteraad van 16 december 2025.

  • Goedkeuring notulen vorige zitting

    • Notulen en zittingsverslag.

      Besluit

      De notulen van de vorige zitting van 18 november 2025 worden goedgekeurd.
      Het zittingsverslag van 18 november 2025 wordt goedgekeurd.

  • Mededelingen

    • Overzicht evenementen Affligem.

      Feiten, context, motivering
      • Overzicht van de komende evenementen in Affligem:
        • Van 10 tot 19 december: Belronde 80+ers
          • Wanneer: tussen 10 en 19 december tijdens de kantooruren
          • Organisatie: Sociaal Huis
          • Betrokken schepen: Denise De Paepe
        • Woensdag 17 december: kerstfeest sociaal huis
          •    Locatie: CZ Sanderus Affligem
          •    Wanneer: donderdag 17 december van 14.00 uur tot 19.00 uur
          •    Organisatie: Sociaal Huis
          •    Betrokken schepen: Denise De Paepe
          UITNODIGING: uitdelen
        • Vanaf 22 november: Project Leeshelden
          Via het project Leeshelden biedt de bibliotheek de mogelijkheid aan kinderen van het tweede en derde leerjaar om in kleine groepjes aan de slag te gaan met boeken. Leesplezier wordt aangewakkerd door lezen te combineren met speelse activiteiten. Kinderen die hieraan kunnen deelnemen hebben moeite met lezen in de klas. De vorderingen van de kinderen worden bijgehouden en besproken met de leerkracht of zorgcoördinator.
          • Locatie: Bibliotheek Affligem
          • Wanneer: opstart op zaterdag 22/11 (6 sessies + slotfeest op 24/01/2026)
          • Organisatie: BIB
          • Betrokken schepen: Walter De Donder
        • Poëziewedstrijd - Blackout Poetry
          N.a.v. de nationale Poëzieweek organiseert bibliotheek Affligem een creatieve schrijfwedstrijd in de vorm van Blackout Poetry voor: Jeugd van 9 t.e.m. 15 jaar - Jongeren en volwassenen vanaf 16 jaar - Klassen van Affligemse basisscholen vanaf het 5de leerjaar
          • Wanneer: 15 december - 5 februari
          • Organisatie: BIB
          • Betrokken schepen: Walter De Donder
        • Vrijdag 16 januari 2026: Nieuwjaarsfeest personeel en mandatarissen
          Nieuwjaarsfeest voor personeel en mandatarissen met receptie, toespraken, eten en drank.
          • Locatie: Cultuurzaal Affligem
          • Wanneer: vrijdag 16 januari vanaf 12.00 uur
          • Inschrijven via: elke.bornauw@affligem.be
            UITNODIGING: via mail ontvangen
      Besluit

      De gemeenteraad neemt kennis van de bovenstaande evenementen in Affligem.

Namens Gemeenteraad,

Frédéric Pipelers
algemeen directeur

Lander De Backer
voorzitter