Met 7 stemmen voor (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans), 16 stemmen tegen (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback)
Enig artikel.
Het amendement werd verworpen.
Met 7 stemmen voor (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans), 16 stemmen tegen (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback)
Enig artikel.
Het amendement werd verworpen.
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 onthoudingen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Artikel 1.
De raad legt de indeling van de beleidsvelden in de beleidsdomeinen als volgt vast:
Beleidsdomein 00: Algemene financiering
BV0010 Algemene overdrachten tussen de verschillende bestuurlijke niveaus
BV0020 Fiscale aangelegenheden
BV0030 Financiële aangelegenheden
BV0040 Transacties in verband met de openbare schuld
BV0050 Patrimonium zonder maatschappelijk doel
BV0090 Overige algemene financiering
Beleidsdomein 01: Algemeen bestuur
BV0100 Politieke organen
BV0110 Secretariaat
BV0111 Fiscale en financiële diensten
BV0112 Personeelsdienst en vorming
BV0119 Overige algemene diensten
BV0130 Administratieve dienstverlening
BV0190 Overig algemeen bestuur
BV0350 Klimaat en energie
Beleidsdomein 02: Vrije tijd
BV0520 Toerisme - Onthaal en promotie
BV0521 Toerisme - Sectorondersteuning
BV0540 Visvangst
BV0703 Openbare bibliotheken
BV0705 Gemeenschapscentrum
BV0709 Overige culturele instellingen
BV0710 Feesten en plechtigheden
BV0711 Openluchtrecreatie
BV0720 Monumentenzorg
BV0739 Overig kunst- en cultuurbeleid
BV0740 Sportsector- en verenigingsondersteuning
BV0741 Sportpromotie en -evenementen
BV0742 Sportinfrastructuur
BV0749 Overig sportbeleid
BV0750 Jeugdsector- en verenigingsondersteuning
BV0751 Gemeentelijke dienstverlening gericht op kinderen & jongeren
BV0752 Infrastructuur en faciliteiten ten behoeve van kinderen en jongeren
BV0759 Overige activiteiten met betrekking tot jeugd
BV0820 Deeltijds kunstonderwijs
Beleidsdomein 03: Burger, welzijn en veiligheid
BV0160 Hulp aan het buitenland
BV0400 Politiediensten
BV0410 Brandweer
BV0480 Bestuurlijke preventie (incl. GAS)
BV0490 Overige elementen van openbare orde en veiligheid
BV0550 Tewerkstelling en activering
BV0790 Erediensten
BV0800 Gewoon basisonderwijs
BV0810 Gewoon secundair onderwijs
BV0870 Sociale voordelen
BV0900 Sociale bijstand
BV0902 Integratie van personen met vreemde herkomst
BV0903 Lokale opvanginitiatieven voor asielzoekers
BV0905 Dienst voor juridische informatie en advies
BV0909 Overige verrichtingen inzake sociaal beleid
BV0911 Diensten en voorzieningen voor personen met een handicap
BV0930 Sociale huisvesting
BV0943 Gezinshulp
BV0945 Kinderopvang
BV0948 Poetsdienst
BV0949 Overige gezinshulp
BV0953 Woon- en zorgcentra
BV0959 Overige verrichtingen betreffende ouderen
BV0980 Sociale geneeskunde
BV0986 Eerstelijnsgezondheidszorg
Beleidsdomein 04: Grondgebied en gemeentelijke infrastructuur
BV0200 Wegen
BV0210 Openbaar vervoer
BV0220 Parkeren
BV0290 Overige mobiliteit en verkeer
BV0300 Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval
BV0309 Overig afval- en materialenbeheer
BV0310 Beheer van regen- en afvalwater
BV0319 Overig waterbeheer
BV0320 Sanering van bodemverontreiniging
BV0329 Overige vermindering van milieuverontreiniging
BV0340 Aankoop, inrichting en beheer van natuur, groen en bos
BV0341 Erosiebestrijding
BV0349 Overige bescherming van biodiversiteit, landschappen en bodem
BV0390 Overige milieubescherming
BV0470 Dierenbescherming
BV0500 Handel en middenstand
BV0530 Land-, tuin- & bosbouw
BV0600 Ruimtelijke planning
BV0620 Grondbeleid voor wonen
BV0629 Overig woonbeleid
BV0630 Watervoorziening
BV0640 Elektriciteitsvoorziening
BV0670 Straatverlichting
BV0680 Groene ruimte
BV0690 Overige nutsvoorzieningen
BV0990 Begraafplaatsen
Artikel 2.
De raad duidt volgende acties als prioritair aan:
| 1.01.01.07 | We voeren rioleringswerken uit in de Driesstraat samen met Liedekerke |
| 1.01.02.03 | We realiseren een technische loods en politiegebouw op de Bellekoutersite. |
| 1.01.03.03 | We ontwikkelen verder de GNOP-gebieden. |
| 1.02.02.01 | We actualiseren het mobiliteitsplan en maken (deel)inrichtingsplannen op. |
| 1.02.02.02 | We voeren de herinrichting van de dorpskern Hekelgem uit. |
| 1.02.02.03 | We realiseren veilige en gezonde schoolomgevingen. |
| 1.03.01.01 | We implementeren een datagedreven aanpak met tools zoals 3P, Eaglebe en Telraam. |
| 1.03.01.02 | We actualiseren de GAS-regels en retributiereglementen. |
| 1.03.01.03 | We werven 1 gemeenschapswacht aan in C1-C3-statuut. |
| 1.03.02.01 | We werken intensief samen met de politie tegen overlast en voor bestuurlijke handhaving. |
| 1.03.03.01 | We ontwikkelen samen met veiligheidspartners een visie en kader voor cameragebruik. |
| 2.01.01.01 | We bouwen een multifunctioneel centrum op de Bellekoutersite voor breed gemeenschapsgebruik. |
| 2.01.01.02 | We renoveren de sporthal voor een veilige, toegankelijke en kwaliteitsvolle sportbeleving. |
| 2.01.01.03 | We leggen een synthetisch sportveld aan op de Bellekoutersite voor multifunctioneel gebruik. |
| 2.01.01.04 | We verbeteren de paardenpiste met een paddock voor multifunctioneel gebruik en recreatie. |
| 2.01.02.01 | We verbeteren in overleg met EMI Essene de toegankelijkheid van de site ifv. noden en haalbaarheid. |
| 2.02.01.01 | We integreren vergroening, verkeersveiligheid en ontmoetingsplekken in alle plannen. |
| 2.02.02.01 | We renoveren het jeugdhuis met als doel een multifunctioneler gebruik van het Gildenhuis. |
| 2.03.01.01 | We begeleiden Affligemse verenigingen naar het digitaal verenigingsloket en digitaliseren subsidies. |
| 2.03.01.02 | We stimuleren nieuwe socio culturele projecten door middel van projectsubsidies. |
| 2.04.02.02 | We voorzien voor- en naschoolse opvang in alle scholen en vakantieopvang tijdens elke vakantie. |
| 2.04.02.07 | We subsidiëren scholen en verenigingen die projecten voorzien die passen binnen het BOA-beleid. |
| 3.01.01.02 | We kennen gezinstoelagen automatisch en efficiënt toe aan rechthebbenden. |
| 3.01.02.01 | We integreren het digipunt in het Sociaal Huis met begeleiding door LIGO. |
| 3.01.02.02 | We organiseren digitale workshops zoals Itsme, e-loket en online bankieren. |
| 3.02.01.01 | We organiseren verbindende activiteiten voor meer buurtbetrokkenheid. |
| 3.02.02.01 | We organiseren, samen met partners, trajecten voor wie nog niet klaar is voor werk. |
| 3.02.02.02 | We begeleiden leeflooncliënten naar werk of opleiding met externe partners. |
| 3.04.01.02 | We verduurzamen praatgroepen zoals kletsen@Bellekouter als oefenkansen en ontmoetingsmomenten. |
| 3.04.01.03 | We bieden alle nieuwe inwoners een onthaaltas, -map en -gesprek aan. |
| 3.04.01.05 | We organiseren minstens 2 screeningsmomenten per jaar. |
| 3.04.01.06 | We versterken de buurtwerking om inburgering en participatie te starten in eigen omgeving. |
| 3.04.01.07 | We tekenen in op de subsidieronde 'Sociaal cohesieplan' van de Vlaamse overheid. |
Artikel 3.
Het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op de gemeente wordt vastgesteld.
Artikel 4.
Het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op het OCMW, wordt goedgekeurd.
Artikel 5.
Het geheel van het meerjarenplan 2026-2031 (zie afzonderlijke documenten als bijlage) wordt aangenomen.
Artikel 6.
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 worden als volgt goedgekeurd:
| 2026 | ||
| Uitgaven | Ontvangsten | |
| Exploitatie | € 3.715.527 | € 1.557.340 |
| Investeringen | € 0,00 | € 0,00 |
Artikel 7.
De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2026 worden als volgt vastgesteld:
| 2026 | ||
| Uitgaven | Ontvangsten | |
| Exploitatie | € 14.953.275 | € 18.435.419 |
| Investeringen | € 5.638.894 | € 395.768 |
| Financiering | € 953.767 | € 4.601.463 |
| Leningen en leasings | € 953.767 | € 4.575.000 |
| Toegestane leningen en betalingsuitstel | € 0 | € 26.463 |
Artikel 8.
Aan de Vlaamse Overheid zal digitaal over het meerjarenplan worden gerapporteerd, conform de daartoe vastgestelde bepalingen.
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Artikel 1.
De lijst van nominatieve overheidsopdrachten - dienstjaar 2026 en 2027, waarvan de gemeenteraad de bevoegdheid voor het vaststellen van de voorwaarden en voor het goedkeuren van het bestek delegeert aan het college van burgemeester en schepenen, wordt goedgekeurd.
Artikel 2.
De bijgevoegde lijst maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 3.
Afschrift van deze beslissing zal bezorgd worden aan de financiële dienst.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7301000 |
€ 6.602.385,97 |
€ 6.772.608,57 |
€ 6.969.859,00 |
€ 7.182.751,20 |
€ 7.124.279,91 |
€ 7.281.470,34 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld op 7% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Administratieve bepalingen
Artikel 4.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 5.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7300000 |
€ 4.295.641 | € 4.402.755 | € 4.556.078 | € 4.687.381 | € 4.817.895 | € 4.951.685 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt het aantal opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op 785.
Artikel 2.
De vestiging en de inning van deze opcentiemen gebeurt door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Administratieve bepalingen
Artikel 3.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 4.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutel een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belasting op leegstaande gebouwen:
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7374000 | € 185.000 | € 188.000 | € 192.000 | € 196.000 | € 200.000 | € 204.000 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
HOOFDSTUK 1 - DEFINITIES EN MACHTIGING
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1° Bevoegd personeelslid: het gemeentelijk personeelslid dat wordt belast met de uitvoering van dit reglement;
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
- een aangetekend schrijven;
- een afgifte tegen ontvangstbewijs;
- een mail aan de betrokken gemeentelijke dienst, onder voorwaarde van de bevestiging van de ontvangst van de mail binnen de 14 kalenderdagen;
- het digitaal invulformulier op de gemeentelijke webtoepassing;
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
5° Registratiedatum: de datum waarop de woning of het gebouw in het leegstandsregister wordt opgenomen. Deze datum wordt opgenomen in de administratieve akte tot vaststelling van leegstand;
6° Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw;
- De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
- Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;
7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;
- hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
- hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt;
8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in Boek 2, art. 2.9 - art. 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste registratie in het leegstandsregister, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het register is geschrapt;
11° Woning: een goed vermeld in Boek 1, art. 1.3 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande);
12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
- de volle eigendom;
- de mede-eigendom;
- het recht van opstal of van erfpacht;
- het vruchtgebruik;
- een gedetailleerd overzicht van welke niet-vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
- een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
- eventuele offertes of facturen van de werken;
14° Sociale huurwoning: woning die bestemd is om verhuurd te worden als sociale huurwoning zoals gedefinieerd in art 1.3, § 1, eerste lid, 49° van de Vlaamse Codex wonen van 2021;
15° renovatieplanning sociale woningen: renovatieplanning van sociale huurwoningen, opgemaakt in overleg met de woonmaatschappij, besproken op het Lokaal Woonoverleg en bekrachtigd door het schepencollege.
Artikel 2. Bevoegde personeelsleden
Het college van burgemeester en schepenen duidt gemeentelijke personeelsleden aan die belast worden met de uitvoering van dit reglement;
Deze personeelsleden hebben de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden voor de opmaak en het beheer van het leegstandsregister. Daarnaast hebben zij ook de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
HOOFDSTUK 2 - REGISTRATIE VAN LEEGSTAND
Artikel 3. Leegstandsregister
§1 Het bevoegd personeelslid houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
1° een register “leegstaande gebouwen”;
2° een register “leegstaande woningen”;
Artikel 4. Registratie van leegstand
Artikel 5. Kennisgeving van de registratie
De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot registratie in het gemeentelijk register. Bij de kennisgeving wordt de administratieve akte tot vaststelling van leegstand meegestuurd, deze bevat:
1° de beslissing tot registratie van de woning of het gebouw in het leegstandsregister;
2° de indicaties die de leegstand staven;
3° informatie over de gevolgen van de registratie in het leegstandsregister;
4° informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de registratie in het leegstandsregister.
Artikel 6. Schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister
§1 Een woning wordt geschrapt uit het leegstandsregister als ze meer dan 6 maanden ononderbroken wordt aangewend in overeenstemming met de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na onderzoek ter plaatse;
Een gebouw wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, na de periode van leegstand, meer dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt overeenkomstig de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie;
§2 Overige schrappingsgronden:
1° Een woning of gebouw, waarvoor een functiewijziging werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag ter controle van de functiewijziging, dat de wijziging bevestigt, op voorwaarde dat het gebruik in overeenstemming is met de nieuwe functie. De functiewijziging moet door de belastingplichtige gemeld worden aan het bevoegd personeelslid en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot functiewijziging;
2° Een woning of gebouw, waarvoor een sloop werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag dat bevestigt dat de sloop voltooid is en het terrein volledig van puin geruimd is. De sloop moet door de belastingplichtige gemeld worden aan het bevoegd personeelslid en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot sloop indien deze vereist is;
3° Een woning of gebouw, waarin een wijziging van het aantal woongelegenheden werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag dat de voltooiing van de werkzaamheden en de wijziging van het aantal woongelegenheden bevestigt;
§3 Het controle-onderzoek gebeurt op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige aan het bevoegd personeelslid. De al dan niet inwilliging van een verzoek tot schrapping kan worden voorafgegaan door een controle van ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. Het verzoek tot schrapping wordt niet ingewilligd als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;
§4 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan het bevoegd personeelslid, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
1° de identiteit en het adres van de indiener;
2° de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
3° de bewijsstukken overeenkomstig die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;
4° de datum van indienen van het verzoek;
§5 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de schrapping geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending;
§6 Onverminderd §1 tot en met §5, kan het bevoegd personeelslid overgaan tot ambtshalve schrapping, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens;
§7 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag schrapping volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.
HOOFDSTUK 3 - BELASTING OP LEEGSTAND
Artikel 7. Belastbaar feit en termijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister;
De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister;
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op de verjaardag van de registratiedatum.
Artikel 8. Belastingplichtige
§1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de registratiedatum;
§2 In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders, zoals omschreven in artikel 1 lid 13, zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld;.
§3 In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister;
De instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de akte van verkoop in kennis van de overdracht. Volgende gegevens worden daarbij bezorgd:
1° naam en adres van de verkrijger(s) van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;
2° datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
3° nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.
Artikel 9. Tarief van de belasting
Als de leegstaande woning of het leegstaand gebouw gedurende een eerste termijn van twaalf maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, bedraagt de belasting € 2.500,00;
De belasting wordt vermeerderd met € 1.000,00 per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de leegstaande woning of het gebouw op het register staat met een maximum van € 6.500,00;
Een vrijstelling, zoals voorzien in artikel 10, schorst de optelling van het aantal termijnen gedurende de looptijd van de vrijstelling;
Na de overdracht van het volledige zakelijk recht vervalt het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning of een gebouw opgenomen is in het leegstandsregister. In dat geval zal de eerste aanslag aan de nieuwe zakelijk gerechtigde € 2.500,00 bedragen.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
1° Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma;
2° Is dit getal gelijk aan 5 of hoger, dan wordt het tarief afgerond naar de hogere eenheid (€ 5,5 wordt € 6);
3° Is dit getal lager dan 5, dan wordt het tarief afgerond naar een lagere eenheid (€ 5,4 wordt € 5).
Artikel 10. Vrijstellingen
§1 Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij het bevoegd personeelslid via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting moet worden ingediend via beveiligde zending voor de verjaardag van de toepasselijke registratiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hieronder beschreven, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan het bevoegd personeelslid;
§2 Het al dan niet toekennen van een vrijstelling kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. De vrijstelling wordt geacht geweigerd te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;
§3 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot het toekennen van een vrijstelling binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de aanvraag tot vrijstelling geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending;
§4 Onverminderd §1, §2 en §3 kan het bevoegd personeelslid vrijstellingen ambtshalve verlenen, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens;
§5 Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstand zijn vrijgesteld:
1°De belastingplichtige die nieuwe houder geworden is van het volledige zakelijk recht op de woning of het gebouw, komt in aanmerking voor een vrijstelling. Deze vrijstelling geldt gedurende één jaar vanaf de registratiedatum, indien de overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden in het jaar vóór de opname van de woning of het gebouw in het leegstandsregister. Indien de overdracht heeft plaatsgevonden na de opname in het leegstandsregister, geldt de vrijstelling gedurende één jaar vanaf de eerstvolgende verjaardag van de registratiedatum. De datum van de overdracht is de datum waarop de notariële akte van verkoop verleden werd. In geval van erfopvolging is de datum van de overdracht de datum van het attest of de akte van erfopvolging;
2° De belastingplichtige die permanent in een erkende ouderenvoorziening verblijft, indien de belastingplichtige de laatste bewoner was van de leegstaande woning die de belastingplichtige als hoofdverblijfplaats gebruikte. Het verblijf wordt geattesteerd en gedateerd door de voorziening of instelling in kwestie. De vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar vanaf de registratiedatum;
3° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de gerechtelijke beslissing. Indien de handelingsbekwaamheid beperkt werd in het jaar vóór de registratie van de woning of het gebouw in het leegstandsregister, geldt deze vrijstelling gedurende een termijn van twee jaar vanaf de registratiedatum;
§6 Gebouwgebonden vrijstellingen:
Een vrijstelling wordt verleend als de woning of het gebouw:
1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning aangeduid werd als te onteigenen goed. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum;
2° Krachtens het decreet van 12 juli 2013 betreffende het Onroerend Erfgoed zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremiedossier is ingediend of waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum;
3° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum;
4° Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum;
5° a. Gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken en eventueel sloopwerkzaamheden. In het geval dat de omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken afgeleverd werd door het college van burgemeester en schepenen vóór de registratie van het gebouw of de woning in het leegstandsregister, bedraagt de termijn van de vrijstelling 3 jaar vanaf de registratiedatum. In de andere gevallen start de periode van vrijstellingen vanaf de verjaardag van de registratiedatum;
b. Gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning mits de betrokkene door middel van een renovatienota, zoals omschreven in artikel 1 lid 13, aantoont dat het een totale verbouwing betreft waarbij de woning of het gebouw wordt aangepast aan de huidige kwaliteitsnormen. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum volgend op de aanvraag van de vrijstelling met toevoeging van de volledige renovatienota;
6° een sociale woning die opgenomen is in een goedgekeurd renovatieplan. De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting indien de woning een sociale huurwoning is, en dit op dat de woning is opgenomen in een renovatieplanning voor sociale woningen zoals bedoeld in artikel 1 lid 16. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal 4 vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de goedkeuring van het renovatieplan;
§7 De persoons- en gebouwgebonden vrijstellingen kunnen gecumuleerd worden. De maximale gecumuleerde termijn van de vrijstellingen wordt echter beperkt tot vier jaar;
§8 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag vrijstelling volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.
Artikel 11. Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
HOOFDSTUK 4 - INHOUDELIJKE BEROEPEN, FISCAAL BEZWAAR EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 12. Beroep tegen de registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting
§1 Er kan beroep worden ingesteld tegen de beslissing tot registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting. Dit beroep kan ingesteld worden bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van de beslissing waartegen men beroep wil instellen;
§2 Een beroep wordt per beveiligde zending overgemaakt en bevat minimaal de volgende gegevens:
1° de identiteit en het adres van de indiener;
2° de aanwijzing van de administratieve akte en van de woning of het gebouw waarop het beroep betrekking heeft;
3° een of meer bewijsstukken die de grond van het beroep staven;
§3 Als het beroep ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair;
§4 De indiener voegt bij het beroep de overtuigingsstukken die hij nodig acht;
§5 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroep ingediend worden, waarbij het eerdere beroep als ingetrokken wordt beschouwd;
§6 Het college van burgemeester en schepenen registreert elk inkomend beroep in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroep. Het college van burgemeester en schepenen heeft 90 dagen tijd om het beroep te behandelen. Het college van burgemeester en schepenen toetst de ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep is enkel onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
1° het beroep is te laat ingediend;
2° het beroep gaat niet uit van de zakelijk gerechtigde of van een persoon zoals vermeld in artikel 12§3 van dit reglement;
3° het beroep is niet ondertekend;
4° het beroep is niet per beveiligde zending ingediend;
§7 Als het college van burgemeester en schepenen vaststelt dat het beroep onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt;
§8 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek;
§9 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 13. Fiscaal bezwaar tegen de belasting op leegstand
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen is van toepassing op dit reglement.
Artikel 14. Slotbepalingen
§1 Het gemeentelijk reglement houdende opmaak leegstandsregister en gemeentebelasting op leegstand van woningen en gebouwen - aanslagjaren 2024 tot en met 2025", goedgekeurd door de gemeenteraad op 19 december 2023 wordt opgeheven;
§2 Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van dit reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste registratie in het leegstandsregister;
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er een belasting geheven op verwaarloosde woningen en gebouwen.
Begripsomschrijvingen
Artikel 2.
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1.Administratieve akte: de officiële, genummerde en gedateerde akte die de verwaarlozing vaststelt en de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen bevat;
2. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c)een elektronisch bericht met ontvangst- en/of leesbevestiging;
3. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4. Gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: de inventarislijst, tot 31 december 2016 vermeld in artikel 28, 51, eerste lid, 1' van het Heffingsdecreet;
5. Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, sinds 1 januari 2017 vermeld in artikel 26van het Heffingsdecreet;
6. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, $1 van dit reglement;
7. Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;
8. Registerbeheerder: de (inter)gemeentelijke administratieve dienst die belast is met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
9. Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;
10. Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
11. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
12. Gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017: de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017 houdende vaststelling het nieuw gemeentelijk reglement inzake registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen - vaststelling van de verwaarlozing
Artikel 3.
1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de administratieve dienst en de personeelsleden van de gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband aan die verwaarlozing van woningen en gebouwen vaststellen. De aangestelde personeelsleden stellen de verwaarlozing vast op basis van de voorwaarden opgenomen in artikel 2 van de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.
2. De personen of diensten die aangesteld worden door het college van burgemeester en schepenen voor de vaststelling van verwaarlozing van woningen en gebouwen maken met betrekking tot de woning of het gebouw een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de vaststellingen van verwaarlozing en een controle ter plaatse. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een technisch verslag waarin de indicaties en puntenscore is opgenomen.
Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 4.
De registerbeheerder houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij conform de voorwaarden opgenomen in artikel 3 van het gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2017.
Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 5.
De registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen gebeurt conform de voorwaarden opgenomen in artikel 4 van het gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2017.
Kennisgeving van de voorgenomen registratie
Artikel 6.
De kennisgeving van de voorgenomen registratie gebeurt conform de voorwaarden opgenomen in artikel 5 van het gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2017. Het is aan de betrokkene die de verwaarlozing betwist, om aan te tonen dat er geen sprake van verwaarlozing is.
Bezwaar tegen de voorgenomen registratie
Artikel 7.
Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan elke zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie. Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift voldoen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 6 van het gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.
Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 8.
Een woning of gebouw komt in aanmerking voor schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen indien voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 7 van de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.
Beroep tegen weigering tot schrapping uit het register
Artikel 9.
Tegen de weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan elke zakelijk gerechtigde beroep aantekenen conform de voorwaarden vermeld in artikel 8 van de gemeenteraadsbeslissing van 10 oktober 2017.
Belastbaar voorwerp
Artikel 10.
Er wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Berekeningswijze en aanslagvoet
Artikel 11.
1. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
2. Zolang een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw niet uit het register van verwaarloosde woningen of gebouwen is geschrapt, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
3. Het tarief voor de eerste belastbare periode bedraagt € 2.000,00 voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw.
4. De belasting wordt vermeerderd met € 2.000,00 per bijkomende termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw onafgebroken in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen staat, met een maximum van € 10.000,00.
5. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of een gebouw onafgebroken in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot één, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijke gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
6. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt;
7. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
8. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
9. Ingeval er meerdere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
10. Het ondertekenen van een compromis houdt geen overdracht in van een zakelijk recht. Het verlijden van de notariële akte zal bepalend zijn om te bekijken wie er op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt, belastingplichtige is;
11. Ingeval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
12.De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Vrijstelling van heffing
Artikel 12.
1. Men kan vrijstellingen aanvragen vanaf de opname in het register tot het einde van de termijn waarbinnen men een bezwaar tegen de belasting kan indienen.
2. Indien de belastingplichtige meent in aanmerking te komen voor een vrijstelling, bezorgt hij een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling. De belastingplichtige dient zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de gemeente met betrekking tot de vrijstelling van belasting waarop hij zich beroept. De bewijzen moeten betrekking hebben op de periode waarvoor de belastingplichtige de vrijstelling wenst te bekomen. De aanvraag geldt voor de desbetreffende belastbare periode en moet, zelfs wanneer zij voor langere tijd kan gelden, jaarlijks worden herhaald;
3. Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:
a) De woning of het gebouw woning waarvan minimum 1 van de belastingplichtigen, zakelijk gerechtigden in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, een ziekenhuis of een revalidatiecentrum. Het verblijf of de opname worden geattesteerd en gedateerd door de voorziening of instelling in kwestie. De vrijstelling geldt voor een periode van een jaar en kan twee maal met één jaar kan verlengd worden;
b) De woning of het gebouw waarvan minimum 1 belastingplichtige, zakelijk gerechtigden in zijn handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. De vrijstelling geldt enkel voor de periode van beperkte handelingsbekwaamheid;
c) De woningen of gebouwen die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of onmogelijk daadwerkelijk kunnen gebruikt worden omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingverbod of de gerechtelijke expertise;
d) De woning of het gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
e) De woning of het gebouw dat krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument.
f) De woning of het gebouw dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp (brand, overstroming,...). De vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of de beschadiging. De vrijstelling kan jaarlijks worden verlengd, wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er na afloop van deze termijn nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt. In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals brand, ontploffing, verzakking, overstroming, storm, ...;
g) De woning of het gebouw dat gerenoveerd of gesloopt wordt:
i. de belastingplichtige vraagt, indien nodig overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, een omgevingsvergunning aan;
¡i. de belastingplichtige vraagt, indien geen vergunningsplicht, een attest aan het college van burgemeester en schepenen aan om de effectieve aanvang der werken te attesteren;
iii. De belastingplichtige dient een ondertekende en gedagtekende renovatienota voor te leggen waarin volgende informatie wordt vermeld:
- een overzicht van welke niet - vergunningsplichtige werken er worden uitgevoerd;
- een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd. Na een periode van maximaal 2 jaar moet de woning opnieuw bewoond worden;
- een raming van de kosten vergezeld van offertes, facturen en/of bestekken waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zullen worden;
- een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
iv. Deze vrijstelling kan twee maal met 1 jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
- één of meer facturen worden ingediend waaruit blijkt dat het afgelopen jaar een bedrag van minimum 2.500,00 euro (inclusief btw) aan de betreffende renovatiewerken werd besteed;
- en een actuele renovatienota wordt voorgelegd (voor de werken verricht zonder vergunning);
- en na controle ter plaatse kan worden vastgesteld dat de werken redelijkerwijze nog niet beëindigd konden zijn;
v. De vrijstelling gaat in de dag na de aanvraag van de werken uit de omgevingsvergunning of het attest en geldt tot 3 jaar na definitieve vergunning en kan niet worden verlengd. Indien de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt geweigerd, wordt de vrijstelling evenwel beperkt tot 12 maanden ingaand de dag nadat deze weigering werd betekend;
h) De woning of het gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 2 jaar volgend op de aanvraag van de onmogelijkheid van daadwerkelijk gebruik;
¡) De belastingplichtige die nieuwe houder is van het zakelijk recht van het gebouw of de woning. De vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar volgende op het verkrijgen van het zakelijk recht. De vrijstelling geldt eveneens indien er een verkoopcompromis is getekend en dit onder de opschortende voorwaarde dat deze binnen de 4 maanden door een authentieke akte wordt bekrachtigd. Indien deze authentieke akte binnen de vooropgestelde periode niet verleden wordt, zal de heffing alsnog verschuldigd zijn.
Wijze van inning
Artikel 13.
1. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
2. De aanslag kan worden gevestigd vanaf het ogenblik dat het gebouw of de woning gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
Administratieve bepalingen
Artikel 14.
1. Bij wijziging van persoons- en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de houder van het zakelijk recht. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk 2 maanden na wijziging aan de beheerder van het register - de administratieve dienst - te worden bezorgd. De overdrager bezorgt de administratieve dienst binnen een termijn van 2 maanden na de overdracht een kopie of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen en dit per beveiligde zending.
De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:
i. de identiteit en het adres van de overdrager;
ii. het nummer van de administratieve akte;
iii. de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;
iv. het adres van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;
v. de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris;
2. Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de beheerder van het register op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de beheerder van het register binnen de 2 maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht, gestaafd met de nodige bewijsstukken.
3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 15.
Dit besluit wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 16.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er een aanvullende belasting op de heffing van het Vlaamse Gewest met betrekking tot ongeschikte en/of onbewoonbare woningen gelegen op het grondgebied van de gemeente geheven.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 2. Aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op dertig opcentiemen.
Artikel 3. Invordering
De Vlaamse Belastingdienst vestigt en int deze belasting onder de voorwaarden en volgens de regelen hiervoor bepaald.
Administratieve bepalingen
Artikel 4.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 5.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd en uiterlijk 31 maart meegedeeld aan de Vlaamse Belastingdienst.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting op de heffing van het Vlaamse Gewest op de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, gelegen op het grondgebied van de gemeente, geheven.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld op 30 opcentiemen.
Artikel 3.
De Vlaamse Belastingdienst vestigt en int deze belasting onder de voorwaarden en volgens de regelen hiervoor bepaald.
Administratieve bepalingen
Artikel 4.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 5.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 6.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd en uiterlijk 31 maart zal het aantal opcentiemen meegedeeld worden aan de Vlaamse Belastingdienst.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7340000 |
€54.000 |
€ 55.000 |
€ 56.000 |
€ 57.500 |
€ 58.500 |
€ 59.000 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een bedrijfsbelasting gevestigd op detailhandelszaken in niet-gespecialiseerde winkels waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De bedrijfsbelasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen, de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en de feitelijke verenigingen of vennootschappen die op 1 januari van het belastingjaar op het grondgebied van de gemeente Affligem een economische bedrijvigheid uitoefenen, die gecatalogeerd wordt onder de NACE-code 47.11.
Artikel 3.
Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige bestaan. De hoedanigheid van belastingplichtige gaat slechts verloren wanneer de in artikel 2 genoemde economische bedrijvigheid met inbegrip van eventuele vereffeningsactiviteiten zijn stopgezet.
Administratieve bepalingen
Artikel 4.
Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:
Artikel 5.
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt voor alle belastingplichtigen als volgt vastgesteld:
| Oppervlakte | Bedrag |
| van 0m² tot en met 600m² | € 0,00/m² |
| van 601m² tot en met 2.500m² | € 4,80/m² |
| groter van 2.500m² | € 4,20/m² |
Artikel 6.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 7.
Indien een oppervlakte van een vestiging of een deel van een vestiging door meer dan één belastingplichtige wordt gebruikt of tot hun gebruik wordt voorbehouden, is de belasting verschuldigd ofwel door iedere belastingplichtige waarbij de oppervlakte berekend wordt door de totale gemeenschappelijke oppervlakte te delen door het aantal belastingplichtigen, ofwel - indien de belastingplichtigen dit wensen - door één van de belastingplichtigen voor de totale oppervlakte. In het laatste geval dienen de andere belastingplichtigen die gemeenschappelijke oppervlakte niet aan te geven.
Artikel 8.
Voor vestiging van de belasting wordt de situatie op 1 januari van het belastingjaar beoordeeld. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. De stopzetting of vermindering van de werkzaamheden in de loop van het dienstjaar, of de vermindering van de belastbare oppervlakte in dit jaar, geven geen aanleiding tot belastingvermindering.
Artikel 9.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Aangifteplicht
Artikel 10.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 12.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0990-00/7006400 |
€47.750 |
€ 48.705 |
€ 50.000 |
€ 51.000 |
€ 51.500 |
€ 53.000 |
| GBB/0990-00/7002100 |
€ 300 |
€ 300 |
€ 300 |
€ 300 |
€ 300 |
€ 300 |
| GBB/0990-00/7002130 |
€ 2.000 |
€ 2.000 |
€ 2.000 |
€ 2.000 |
€ 2.000 |
€ 2.000 |
| GBB/0990-00/7009000 |
€ 55 |
€ 55 |
€ 55 |
€ 55 |
€ 55 |
€ 55 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 is onderhavig belastingreglement voor begravingen van toepassing.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de persoon die de concessie of de begraving aanvraagt.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
| Begravingen van personen overleden vanaf 1 januari 2026 | inwoner | niet-inwoner |
|
|
|
- Personen die op het grondgebied van de gemeente Affligem overleden zijn;
- Personen die op datum van overlijden ingeschreven zijn in het bevolkings-, het vreemdelingen- of het wachtregister van Affligem;
- Personen die de gemeente effectief bewonen, doch ingevolge wettelijke bepalingen of overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in het gemeentelijke bevolkingsregister of het vreemdelingenregister (o.a. EU ambtenaren, diplomaten);
- Personen die begunstigd zijn met een recht van begraving of bijzetting door middel van een concessie;
- Personen die in totaliteit ten minste 10 jaar ingeschreven geweest zijn in het bevolkings-, het vreemdelingen- of het wachtregister van Affligem of in de vroegere deelgemeenten;
- Personen die hoofdzakelijk in de gemeente Affligem hebben gewoond, maar de laatste levensjaren in een andere gemeente ingeschreven werden, alwaar ze in een rusthuis, een verzorgingsinstelling of bij familieleden verbleven.
Artikel 4.
- € 10,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn startte vóór 1 januari 2026.
- € 20,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn start na 1 januari 2026.
- Voor niet-inwoners bedraagt het tarief het dubbele van de vastgestelde bedragen.
- € 10,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn startte vóór 1 januari 2026
- € 20,00 per begonnen jaar per overledene indien de eerste termijn start na 1 januari 2026
- Voor niet-inwoners bedraagt het tarief het dubbele van de vastgestelde bedragen.
Artikel 5.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 6.
Administratieve bepalingen
Artikel 8.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 9.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
In het meerjarenplan 2026-2031 is op volgende budgetsleutels een ontvangstkrediet voorzien voor de ontvangst van de belastingen op burgerzaken:
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7318000 |
€ 237.000 | € 216.000 | € 220.000 | € 225.000 | € 229.000 | € 234.000 |
| GBB/0130-00/7315000 | € 30.000 | € 30.500 | € 31.000 | € 32.000 | € 32.500 | € 33.000 |
| GBB/0130-00/7000400 | € 6.250 | 6.250 | 6.250 | 6.250 | 6.250 | 6.250 |
| GBB/0130-00/7000500 | € 24.000 | € 24.500 | € 25.000 | € 25.500 | € 26.000 | € 26.500 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 is onderhavig belastingreglement op burgerzaken van toepassing.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De belasting valt ten laste van de personen aan wie deze stukken door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De belastingtarieven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 voor de dienst burgerzaken worden vastgesteld zoals hieronder.
| Elektronische identiteitskaart voor Belgen | |
|
|
| Elektronisch identiteitsdocument voor kinderen onder de 12 jaar met de Belgische nationaliteit (kids-ID) | |
|
|
| Elektronische verblijfskaart voor vreemdelingen ouder dan 12 jaar |
|
|
|
| Elektronisch verblijfsdocument voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar | |
|
|
| Aflevering van documenten aan een vreemdeling in de kader van de opstart van een verblijfsprocedure | |
|
|
| Reispas | |
|
|
| Rijbewijzen | |
|
|
| Huwelijksplechtigheden | |
|
|
| Opmaak dossiers Burgerlijke Stand | |
|
|
| Eenzijdige beëindiging wettelijk samenwonen | |
|
|
| Genealogische opzoekingen en opzoekingen in de registers | |
|
|
Artikel 4.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be/bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier. Er wordt gekeken naar het eerste getal na de komma:
Artikel 5.
De belasting wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van het belastbare stuk. Het bewijs van de betaling van de belasting blijkt uit het kasticket. De aan de belasting onderworpen personen of instellingen die een verzoek tot het bekomen van een of ander stuk indienen, moeten op het ogenblik van hun aanvraag dat bedrag van de belasting in bewaring geven indien dit document niet onmiddellijk bij de aanvraag kan afgegeven worden.
Bij verzending of verzoek tot verzending van de stukken zullen alle verzendingskosten teruggevorderd worden, zelf als de afgifte kosteloos is.
Bij gebrek aan contante betaling, wordt de belasting gevorderd via een factuur. De factuur geldt als schuldvordering en vermeldt het verschuldigde bedrag, de omschrijving van het belastbaar feit en de vervaldatum. De belastingplichtige dient het bedrag van de factuur te voldoen binnen 30 kalenderdagen na factuurdatum, tenzij anders vermeld op de factuur.
Artikel 6.
Bij niet-betaling binnen de vervaltermijn wordt de belasting ingevorderd volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, met inbegrip van aanmaning en dwangbevel.
Administratieve bepalingen
Artikel 7.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 8.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7342400 |
€106.000 |
€ 108.000 |
€ 110.000 |
€ 112.000 |
€ 115.000 |
€ 117.000 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor aanslagjaar 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten.
Definities
Artikel 2.
Reclamedrukwerk: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen en die er op gericht is potentiële klanten te bewegen gebruik te maken van de aangeboden diensten en/of producten.
Huis-aan-huis verspreiding: het systematisch achterlaten van het niet-geadresseerd drukwerk in de brievenbussen van woningen en/of gebouwen, zonder enig initiatief van de bestemmeling.
Gelijkgestelde producten: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.
Niet-geadresseerd drukwerk: ieder drukwerk dat niet in een omslag met onuitwisbare vermelding van de naam en het adres van de bestemmeling wordt besteld.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Indien verscheidene reclamedrukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder reclamedrukwerk als apart exemplaar beschouwd.
Eén geheel: de reclamedrukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen ofwel aaneen geniet of geplakt zijn waardoor de reclamedrukwerken niet losbladig zijn of waarbij het geheel een eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont.
Indien verscheidene reclamedrukwerken die qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene reclamedrukwerken elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in het vorige lid vermelde wijze zijn samengebracht en waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke reclamedrukwerken als een apart exemplaar beschouwd.
Regionale pers: bladen waarvan de oppervlakte voor 30% of meer wordt ingenomen door een vast redactioneel gedeelte dat lokaal informatief nieuws zonder handelskarakter bevat inzake cultuur, sport en politiek over de gemeente Affligem en haar buurgemeenten.
Bladgrootte:
Eén blad = maximum één A4 (21 cm x 29,7 cm). Als de bladgrootte kleiner is dan één A4 wordt elk blad beschouwd als één blad.
Van zodra de bladgrootte de afmetingen van een A4 overschrijdt en niet groter is dan een A3, wordt elk blad beoordeeld als twee bladen.
Van zodra de bladgrootte de afmetingen van een A3 (29,7 cm x 42 cm) overschrijdt, wordt elk blad beoordeeld als drie bladen.
Belastingplichtige
Artikel 3.
De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Wanneer de verantwoordelijke uitgever geen aangifte gedaan heeft of niet gekend is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.
Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.
De genieter wiens naam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt is steeds hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 4.
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 5.
Het te betalen bedrag is verschuldigd telkens er een huis-aan-huisverspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt. Het wordt bekomen door het in artikel 4 vermelde belastingtarief te vermenigvuldigen met het aantal brievenbussen waarover het drukwerk verdeeld wordt. Indien er slechts in een bepaald deel van de gemeente wordt verspreid, dan worden alleen de brievenbussen in dit deel in rekening gebracht. Het aantal brievenbussen wordt opgevraagd bij Bpost en wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen in het eerste kwartaal van elk dienstjaar.
Artikel 6.
Zijn van de belasting vrijgesteld:
Artikel 7.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Het bedrag van de belasting mag vanaf de dag van de verspreiding worden ingekohierd.
Artikel 8.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 9.
Artikel 10.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 11.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt ten behoeve van de gemeente voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op de wegwijzers van nijverheids- of handelsbedrijven gevestigd.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de exploitant van het bedrijf voor elk begonnen jaar, onder die voorwaarde dat de op 1 januari bestaande toestand alleen in aanmerking wordt genomen.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De belasting wordt vastgesteld op € 55,00 per jaar en per wegwijzer.
Artikel 4.
De aankoopprijs van nieuwe wegwijzers, inclusief een forfaitair bedrag van € 100,00 voor belettering en plaatsing van de borden, wordt van de aanvrager teruggevorderd.
Artikel 5.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 6.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Administratieve en praktische bepalingen
Artikel 7.
Enkel de wegwijzers F34a, zoals beschreven en afgebeeld in de Wegcode, komen in aanmerking om geplaatst te worden.
Artikel 8.
Alleen de gemeentediensten mogen de wegwijzers plaatsen, nadat het college van burgemeester en schepenen hiertoe toelating heeft verleend. Alle andere wegwijzers zullen onherroepelijk verwijderd worden.
Artikel 9.
Om de uniformiteit van de wegwijzers te garanderen, staat het gemeentebestuur zelf in voor het aanleveren van nieuwe wegwijzers.
Artikel 10.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 11.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Periode
Artikel 1.
Er wordt ten behoeve van de gemeente voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting geheven op nachtwinkels en phoneshops gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel of de phoneshop. De houder van het handelsfonds en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden zijn solidair verantwoordelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 3.
Onder nachtwinkels wordt verstaan:
Elke winkel die in algemene voedingswaren en huis-houdartikelen handelt en tussen 18 uur en 7 uur open is, zoals bedoeld in artikel 2, 9° en artikel 6 c van de wet van 10.11.2006 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening.
Onder phoneshop moet men voor de toepassing van onderhavig reglement verstaan:
Bedrijven die meer dan één telecommunicatieapparaat ter beschikking stellen van het publiek tegen vergoeding, ongeacht de openingsuren.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld op:
Artikel 5.
Artikel 6.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 9.
De eigenaar van de handelszaak en de uitbater ervan zijn er elk afzonderlijk toe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur.
Artikel 10.
Artikel 11.
De beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 12.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7342200 |
€ 29.000 |
€ 29.500 |
€ 30.000 |
€ 31.000 |
€ 31.500 |
€ 32.000 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt met ingang van aanslagjaar 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting op aanplakborden en overige vaststaande reclameconstructies geheven.
Definities
Artikel 2.
Onder aanplakborden en overige vaststaande reclameconstructies wordt verstaan alle vaststaande panelen, reclamedoeken of soortgelijke constructies op muren of andere plaatsten die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en die een minimum oppervlakte hebben van 1m². Worden niet belast, de aanplakborden aangebracht op sportterreinen alsook alle reclame die in de zetel van zijn activiteit door een zelfstandige wordt gevoerd.
Ook tijdelijke constructies, die niet voor een volledig jaar opgesteld worden, komen in aanmerking voor deze belastingheffing.
Belastingplichtige
Artikel 3.
De belasting is hoofdzakelijk verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die over het recht beschikt om gebruik te maken van het aanplakbord, paneel of reclamedoek en in bijkomende orde, als de gebruiker onbekend is, door de eigenaar van de grond of van de muur waarop zich het bord of het doek bevindt.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 4.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 60,00 per vierkante meter of gedeelte van een vierkante meter. Desgevallend wordt, op basis van de belastingaangifte, een verrekening doorgevoerd a rato van de termijn dat de constructie opgesteld werd.
Artikel 5.
Voor de belasting wordt de nuttige oppervlakte van het bord, het doek of de constructie in aanmerking genomen d.w.z. de oppervlakte die voor aanplakking kan gebruikt worden met uitzondering van de omlijsting. Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt.
Artikel 6.
De belasting is niet verschuldigd voor de borden en doeken opgericht door openbare besturen, instellingen van openbaar nut en sportverenigingen.
Artikel 7.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen de twee maanden na het versturen van het aanslagbiljet.
Artikel 8.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 9.
Artikel 10.
Artikel 11.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 12.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7360900 |
€ 73.500 |
€ 75.000 |
€ 76.500 |
€ 78.000 |
€ 80.000 |
€ 81.000 |
Periode
Artikel 1.
Er wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen die zich in open lucht bevinden op het grondgebied van de gemeente Affligem, en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de masten en pylonen.
Definities
Artikel 3.
Voor toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 4.
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 3.675,00 per mast of pyloon die zich in open lucht bevindt op het grondgebied van de gemeente Affligem en zichtbaar is vanaf de openbare weg.
Artikel 5.
De jaarlijkse belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, ongeacht de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen. Voor deze jaarlijkse belasting wordt de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking genomen.
Artikel 6.
Masten en pylonen die dienstig zijn voor de verlichting van sport- en recreatievoorzieningen worden vrijgesteld van deze belasting.
Artikel 7.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepaligen
Artikel 9.
Artikel 10.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 11.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7316001 |
€ 1.600 | € 1.600 | € 1.600 € | € 1.600 | € 1.600 | € 1.600 |
| GBB/0020-00/7318000 |
€ 237.000 | € 216.000 | € 220.000 | € 225.000 | € 229.000 | € 234.000 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op:
b) aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting:
c) omgevingsproject met enkel meldingsplicht (IIOA * klasse 3): € 75,00;
* IIOA staat voor "ingedeelde inrichting of activiteit", zoals omschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
d) omgevingsproject met meldingsplicht enkel stedenbouw: € 50,00;
e) aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden:
f) aanvraag tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden op verzoek van de exploitant: € 75,00;
g) aanvraag tot bijstelling van de verkaveling op verzoek van de exploitant: € 250,00 (ook bij weigering);
h) opvragen van omgevingsvergunningen, stedenbouwkundige vergunningen, ARAB vergunningen, milieuvergunningen en milieu (technisch) attesten/documenten: € 25,00;
i) stedenbouwkundig attest: € 100,00;
j) woonconformiteitsattest:
k) aanvraag natuurvergunning: € 50,00;
l) aanvraag sociaal economische vergunning: € 500,00;
m) aanvraag planologisch attest: € 2.500,00;
In dit tarief zijn volgende handelingen begrepen:
n) inbrengen van analoog ingediende aanvragen omgevingsvergunningen, zoals bedoeld onder de artikelen 3a tot en met 3c: € 100,00.
De mogelijkheid tot indienen van analoge aanvragen is enkel voorbehouden voor particulieren die een aanvraag indienen zonder bijstand van een architect;
o) inbrengen van overige analoog ingediende dossier: € 25,00:
p) het op individueel verzoek aanleveren van documenten en plannen:
q) indien publicatie in week- of dagblad vereist is: de effectieve kostprijs wordt doorgerekend;
r) aanvraag kwaliteitskamer: de effectieve kostprijs van de uitbesteding van de samenroeping van de kwaliteitskamer wordt doorgerekend;
s) aanvraag met project-mer plicht: de effectieve kostprijs wordt supplementair doorgerekend bovenop de bovenvermelde forfaitaire bedragen;
t) aanvraag met ruimtelijk veiligheidsrapport: de effectieve kostprijs wordt supplementair doorgerekend bovenop de bovenvermelde forfaitaire bedragen;
u) De belasting op het verstrekken van stedenbouwkundige inlichtingen aan notarissen en andere aanvragers van vastgoedinformatie bedraagt € 150,00 per kadastraal artikelnummer. Een aanvrager dient evenwel slechts éénmaal de belasting van € 150,00 te betalen voor een aanvraag van een groep van maximaal 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat de percelen aangrenzend zijn, de percelen binnen éénzelfde gemeentelijke grens liggen en er maximaal op één perceel (een) gebouweenhe(i)d(en) geregistreerd is (zijn).
Stedenbouwkundige inlichtingen die worden opgevraagd in kader van een gratis grondafstand aan gemeente of OCMW Affligem, zijn vrijgesteld van deze belasting.
Artikel 4.
De belasting wordt contant betaald op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, tegen afgifte van een kwitantie. Bij gebrek aan contante betaling, wordt de belasting van ambtswege ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 6.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 7.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7361000 |
€31.000 |
€ 31.500 |
€ 32.000 |
€ 33.000 |
€ 33.500 |
€ 34.000 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contante belasting gevestigd op het in gebruik nemen van het openbaar domein voor private doeleinden.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De contante belasting is verschuldigd door de aanvrager die het openbaar domein in gebruik neemt.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De belasting op het tijdelijk in gebruik nemen van het openbaar domein wordt als volgt vastgesteld:
Deze bedragen zijn cumuleerbaar.
Artikel 4.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 5.
Artikel 6.
Een verzoek tot aanpassing van het te betalen belastingbedrag voor inname van het openbaar domein, kan enkel doorgevoerd worden wanneer deze aanvraag gebeurt voor of tijdens de looptijd van de inname. Met aanpassingsverzoeken die ingediend worden na afloop van de innameperiode, kan geen rekening gehouden worden.
Administratieve bepalingen
Artikel 7.
Artikel 8.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 9.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| GBB/0020-00/7377000 |
€51.000 |
€ 52.000 |
€ 53.000 |
€ 54.000 |
€ 55.000 |
€ 56.000 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op de tweede verblijven geheven.
Belastingplichtige
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het tweede verblijf op 1 januari van het belastingjaar.
Definities
Artikel 3.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 4.
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 2.500,00 per tweede verblijf.
Artikel 5.
Voor deze belasting wordt de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking genomen. De jaarlijkse belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, ongeacht wijzigingen in eigendom of gebruik tijdens dat jaar.
Artikel 6.
De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven. Zijn belastingplichtigheid geldt ook wanneer het tweede verblijf tijdelijk niet gebruikt wordt.
Artikel 7.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier en is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8.
De belastingtarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 9.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 10.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de innings- en aanmaningskosten van openstaande gemeentelijke administratieve geldboetes.
Schuldenaar
Artikel 2.
Deze retributie is verschuldigd door de burger aan wie de gemeentelijke administratieve sanctie werd opgelegd.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Alvorens een bevel tot betaling wordt opgemaakt, wordt het overzicht van de openstaande, gemeentelijke administratieve sancties voorgelegd aan de maatschappelijk werkers van het OCMW. De maatschappelijk werkers maken voor elk dossier van de gekende OCMW-cliënten een inschatting aangaande de vermogendheid tot terugbetaling. Indien een terugbetaling volgens hun inschatting niet haalbaar is, wordt geen bevel tot betaling betekend. Dergelijke attestering van de sociale dienst van het OCMW leidt tot oninbaarstelling van de openstaande niet-fiscale schuldvordering.
Artikel 4.
Bij betaling zullen eerst de volgens onderhavig retributiereglement aangerekende administratiekosten aangezuiverd worden en vervolgens de openstaande gemeentelijke administratieve geldboete (hoofdsom);
Artikel 5.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 6.
De invordering van de retributie zal gebeuren, samen met de hoofdsom, bij bevel tot betaling voor de niet-betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.
Administratieve bepalingen
Artikel 7.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 8.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor innings- en aanmaningskosten van openstaande, niet-fiscale schuldvorderingen.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de schuldenaar van de onderliggende niet-fiscale schuldvordering.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Alvorens een bevel tot betaling wordt opgemaakt, wordt het overzicht van de openstaande, niet-fiscale schuldvorderingen voorgelegd aan de maatschappelijk werkers van het OCMW. De maatschappelijk werkers maken voor elk dossier van de gekende OCMW-cliënten een inschatting aangaande de vermogendheid tot terugbetaling. Indien een terugbetaling volgens hun inschatting niet haalbaar is, wordt geen bevel tot betaling betekend. Dergelijke attestering van de sociale dienst van het OCMW leidt tot oninbaarstelling van de openstaande niet-fiscale schuldvordering.
Artikel 4.
Bij betaling zullen eerst de volgens onderhavig retributiereglement aangerekende administratiekosten aangezuiverd worden en vervolgens de openstaande, niet-fiscale schuldvordering (hoofdsom).
Artikel 5.
De invordering van de retributie zal gebeuren, samen met de hoofdsom, bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel 6.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 7.
Dit reglement wordt op de gemeentelijke website bekend gemaakt.
Artikel 8.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| € 24.000 | € 24.500 | € 25.000 | € 25.500 | € 26.000 | € 26.500 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor het afleveren van fotokopieën aan particulieren en verenigingen van privaat recht.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de fotokopieën.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:
a) Voor verenigingen:
b) Voor particulieren:
Kleurenkopieën worden niet afgeleverd.
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar bij de aflevering van de gevraagde fotokopieën, door de aanvrager van de fotokopieën.
Bij gebrek aan contante betaling wordt een factuur opgemaakt, die betaalbaar is binnen de 30 dagen na toezending.
Artikel 5.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 6.
Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.
Administratieve bepalingen
Artikel 7.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 8.
Afschrift van deze beslissing wordt via digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor het ter beschikking stellen en/of verkopen van materialen enerzijds en voor de prestaties geleverd door de gemeentewerklieden anderzijds.
Schuldenaar
Artikel 2.
Deze retributie is verschuldigd door de persoon, het gezin of door het privé of openbaar organisme, die de dienst of de aankoop bij het bestuur aanvraagt. Ook voor dienstverleningen die via de lokale politie door een derde bij de gemeentelijke diensten worden aangevraagd, geldt dit retributiereglement. Elke aanvraag voor het inzetten van gemeentewerklieden, of voor het gebruik van materiaal dient schriftelijk (per brief, per mail of via de gemeentelijke webshop) gericht te worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De retributie voor het inzetten van gemeentewerklieden wordt bepaald als volgt:
Deze dienstverlening kan enkel aangevraagd worden door verenigingen erkend door de Affligemse sportraad.
Het is verboden voetbalterreinen te sproeien met eender welke onkruidverdelger. Dergelijke verzoeken worden niet ingewilligd, noch mogen de voetbalclubs zelf deze werkzaamheden uitvoeren.
Artikel 4.
In afwijking van bovenvermelde tarieven, wordt voor de inzet van de werklieden voor het reinigen van de vloer in nat van de evenementenhal een forfaitair bedrag aangerekend zoals vermeld in het betreffende verhuurreglement.
Artikel 5.
In afwijking van bovenvermelde tarieven wordt er voor het ter beschikking stellen van materialen voor erkende en niet-erkende verenigingen een bedrag aangerekend, als volgt bepaald:
| Materiaal | Prijs/ stuk voor erkende vereniging | Prijs/stuk voor niet-erkende vereniging |
| Podiumelementen |
€ 2,00 | € 4,00 |
| Nadarhek | € 2,00 | € 4,00 |
| Aanhangwagen | € 20,00 | € 40,00 |
| Kiosk | € 150,00 | € 300,00 |
| Verhuur stoelen | € 0,50 | € 1,00 |
| Verhuur pakket tafels en stoelen | € 200,00 | € 400,00 |
| Waarborg | € 200,00 per soort ontleend materiaal | |
Gemeentelijke adviesraden, Affligemse scholen en wijkfeesten kunnen ook van deze dienstverlening gebruik maken aan de tarieven van de erkende verenigingen.
Jeugdverenigingen erkend door de gemeentelijke jeugdraad en verenigingen erkend door de gemeentelijke cultuurraad onder categorie III, zoals bepaald in het subsidie-reglement van de cultuurraad Affligem d.d. 18 november 2008, kunnen jaarlijks voor één activiteit (maximum vier enkele ritten) gratis gebruik maken van vervoer.
Voor evenementen op het grondgebied waarbij, in het kader van de veiligheid, meer dan 40 nadars worden aangevraagd (bijvoorbeeld voor wielerwedstrijden op de openbare weg), wordt het ter beschikking stellen van deze nadarhekken een plafond van € 80,00 ingesteld.
Artikel 6.
Van bovenvermelde tarieven zijn vrijgesteld de verenigingen die instaan voor de organisatie van historisch gegroeide kermissen, zoals bepaald in categorie II van het subsidiereglement van de cultuurraad d.d. 18.11.2018. Deze vrijstelling geldt enkel voor de verleende dienst in het kader van de georganiseerde kermissen.
Artikel 7.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd de tarieven vast te stellen voor producten van allerlei aard, die voor de Affligemse bevolking als nuttig worden beschouwd en waarbij het niet mogelijk of aangewezen is de werkelijke kostprijs aan te rekenen.
Artikel 8.
De retributie moet betaald worden hetzij binnen de 30 dagen na de toezending van de afrekening, hetzij contant bij aflevering van de producten.
Artikel 9.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 10.
Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.
Administratieve bepalingen
Artikel 11.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 12.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven met betrekking tot werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributie wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur - en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
Artikel 3.
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in:
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 4.
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van € 1,00 per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributiebeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van € 0,50 per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Artikel 5.
Artikel 6.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributiebeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributiebeheerder of de werkmaatschappij.
Artikel 7.
Deze retributie is verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 8.
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Administratieve bepalingen
Artikel 9.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 10.
Afschrift van de beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het parkeren van een motorvoertuig in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone) en het parkeren van een motorvoertuig op een openbare weg met blauwe zone reglementering, zoals bedoeld in respectievelijk artikels 27.1 en 27.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het geparkeerde voertuig.
De retributie is verschuldigd van zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de vergunde parkeerduur.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4.
De gebruiker wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 2 bedoelde forfaitaire tarief wanneer:
De in dienst zijnde prioritaire voertuigen en voertuigen met logo van het gemeentebestuur parkeren gratis.
Artikel 5.
De vergoeding is niet verschuldigd op zon- en feestdagen.
Artikel 6.
- per wooneenheid gelegen in de blauwe zon van de gemeente Affligem wordt op aanvraag een bewonerskaart ter beschikking gesteld;
- de retributie voor het uitreiken van een bewonerskaart bedraagt € 25,00 per jaar;
- de aanvrager bewijst zijn inschrijving via de bevolkingsregisters, of via de betaling van de belasting op tweede verblijven. De aanvrager kan een kaart verkrijgen middels het op zijn naam of op de naam van een rechtspersoon ingeschreven voertuig. In het laatste geval bewijst de aanvrager met alle rechtsmiddelen dat hij er het exclusieve genot van heeft (bedrijfswagen, beroepsleasing, ...). Het aantal bewonerskaarten wordt beperkt tot 1 kaart per gezin.
Artikel 7.
De modaliteiten voor het bekomen van een parkeerkaart voor zaakvoerders worden als volgt vastgelegd:
Artikel 8.
Bij toepassing van artikel 4 ontvangt de gebruiker een vordering tot betaling van de forfaitaire retributie binnen de voorgeschreven termijn.
Artikel 9.
Ingeval van niet-betaling van de retributie "tarief blauwe zone", en van de retributie "parkeerbiljet zonder parkeertijdbeperking", binnen de vooropgestelde acht dagen, wordt een aanmaningsprocedure opgestart.
De kosten voor administratie en het verzenden van aanmaningen vallen ten laste van de schuldenaar van de retributie. De kosten worden als volgt vastgesteld, per aangemaande retributie (alle tarieven/bedragen te indexeren):
| verzending van een eerste aanmaning | 0,00 EUR |
| verzending van een tweede aanmaning | 20,00 EUR* |
| verzending van een derde aanmaning door Gerechtsdeurwaarder in geval van wanbetaling door onderneming / buitenlandse nummerplaathouder |
tarief voor het verzenden van een schuldvordering cfr. de gekozen procedure (advocaat/deurwaarder **) |
| Dagvaarding voor bevoegde rechtbank |
*In geval van wanbetaling door een consument is deze aanmaning in toepassing van de wetgeving schulden van de consument (Boek XIX – Wetboek Economisch Recht ( W.E.R.)), waarbij, per retributie, na de eerste (gratis) betaalherinnering en wachttermijn, een tweede ingebrekestelling wordt verstuurd met een bedrag voor aanmanings- en invorderingskosten volgens de maximale forfaitaire vergoeding in relatie tot het verschuldigd bedrag van de vordering, uitdrukkelijk bepaald in toepassing van het wettelijk plafond voorzien in ART XIX.4, 2° W.E.R. (m.n. schulden onder de 150,00 EUR: 20,00 EUR forfaitaire verhoging).
**In geval van laatste minnelijke aanmaning door Gerechtsdeurwaarder wordt het tarief gehanteerd burgerlijke en handelszaken K.B. 30-11-1976 (aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel –dossierkost - kwijtings-en inningsrecht ) én voor de gerechtelijke fase.
Artikel 10.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 11.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 12.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| ACT2.04.02.04/0751-00/7007002 | € 28.000 | € 28.500 | € 29.000 | € 29.500 | € 30.000 | € 30.500 |
| GBB/0751-00/7007003 | € 500 | € 500 | € 500 | € 500 | € 500 | € 500 |
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de deelname aan het speelplein, diverse uitstappen, taalplein, workshops en voor verkoop van drankjes en ijsjes in het kader van de jeugdwerking.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de ouders of de persoon die het hoederecht over de kinderen hebben.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De tarieven voor het speelplein worden als volgt vastgesteld:
a) voor kinderen die gedomicilieerd zijn in Affligem en voor kinderen van personeelsleden van gemeente en OCMW Affligem:
b) voor kinderen die niet gedomicilieerd zijn in Affligem:
c) voor kinderen van ouders met het statuut van verhoogde tegemoetkoming - sociaal tarief:
Artikel 4.
Het tarief voor deelname aan diverse uitstappen bedraagt € 15,00 per uitstap.
Artikel 5.
De tarieven voor het taalplein worden als volgt vastgesteld:
Voor kinderen die in Affligem school lopen:
Artikel 6.
Het tarief van de workshops is afhankelijk van de kostprijs van de organisatie en bedraagt minimum € 5,00 en maximum € 10,00. Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om binnen deze grenzen het specifieke tarief van de georganiseerde workshop te bepalen.
Artikel 7.
De tarieven voor de verkoop van drankjes en ijsjes worden als volgt vastgesteld:
Artikel 8.
De retributie dient voorafgaandelijk (voor aanvang van de activiteit) betaald te worden, hetzij via een online betaling op de gemeentelijke webshop, hetzij via een overschrijving op rekening van de gemeente na ontvangst van een factuur, hetzij contant.
Artikel 9.
Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel 10.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
De indexering is niet van toepassing op de tarieven vermeld in artikel 7.
Administratieve bepalingen
Artikel 11.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 12.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt de Affligemse gezinnen in de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 de mogelijkheid geboden om bij het gemeentebestuur eenmaal om de 2 jaar, tegen een verlaagde prijs, kippen aan te kopen teneinde de fractie keukenafval te verminderen. Ook de scholen en rusthuizen in Affligem kunnen gebruik maken van dit aanbod.
Doelpubliek - schuldenaar
Artikel 2.
Als Affligems gezin wordt beschouwd: hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft (alleenstaande), hetzij twee of meer personen die, al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er samenleven.
Het gezin moet op het ogenblik van de aankoop en van de aanvraag in Affligem zijn hoofdverblijfplaats hebben.
Artikel 3.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de kippen.
Verplichtingen van de aanvrager
Artikel 4.
De kippen dienen te verblijven nabij de woonst van de aanvrager, op grondgebied van de gemeente.
Artikel 5.
De aanvrager verbindt er zich toe:
Praktische afspraken
Artikel 6.
Er kunnen minimum 2 en maximum 3 kippen per gezin besteld en afgehaald worden. De Affligemse scholen en rusthuizen kunnen minimum 2 en maximum 9 kippen reserveren.
Artikel 7.
De kippen kunnen afgehaald worden op één welbepaalde datum. De kippen dienen op voorhand aangevraagd en betaald te worden, na ontvangst van de factuur. De retributie dient betaald te worden door de aanvrager van de kippen.
Artikel 8.
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de bestelmodaliteiten en de datum en de plaats van afhaling. Zij communiceert deze bepalingen naar de gezinnen via de gebruikelijke kanalen.
Artikel 9.
Een aanvraag om kippen aan te kopen, kan geweigerd worden en de kippen (inclusief de gemeentelijke tegemoetkoming) kunnen teruggevorderd worden door het college van burgemeester en schepenen om volgende redenen:
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 10.
De bevoegdheid tot vaststelling van de verkoopprijs van de kippen wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college heeft hierbij de mogelijkheid een tegemoetkoming (zijnde de kostprijs van een kip minus de bijdrage van de aanvrager) toe te kennen.
Artikel 11.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 12.
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur. De factuur dient evenwel in alle gevallen betaald te zijn voor de afhaaldag van de kippenactie plaatsvindt.
Administratieve bepalingen
Artikel 13.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 14.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
| 1 | Rioolaansluiting op gemengde riolering | € 2.500,00 |
| 2 | Rioolaansluiting op gescheiden riolering (aansluiting op RWA en op DWA) | € 2.500,00 |
| 3 | Extra per woongelegenheid in een appartementsgebouw | € 500,00 |
| 4 | Aansluiting KMO-zone | Kostende prijs met een minimum van € 2.500,00 |
| 5 | 2de rioolaansluiting of bijkomende aansluiting | € 2.500,00* |
| 6 | Verkavelingen klaarleggen van wachtaansluitingen door FARYS aan uitgeruste openbare weg | € 2.500,00*(1) |
| 7 | Verkavelingen wachtaansluitingen klaargelegd door verkavelaar | € 2.500,00*(1) |
| 8 | Wachtaansluitingen klaargelegd tijdens uitvoering van een rioleringsproject door gemeente | € 2.500,00*(1) |
In het voorliggende reglement is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de evolutie van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen voorzien. Deze indexering is noodzakelijk om de reële waarde van de retributie-inkomsten te behouden en de stijgende onderliggende kosten voor het lokaal bestuur op een billijke manier te blijven dekken. Door gebruik te maken van een transparante en objectieve formule vermijden we abrupte verhogingen en blijft het reglement afgestemd op de economische realiteit. Dit draagt bij tot een stabiel financieel beleid, biedt rechtszekerheid aan de retributieplichtige en zorgt voor een efficiënte werking van het gemeentebestuur.
Met 21 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback, Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans), 2 onthoudingen (Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de aanvragers van aansluitingen op het openbaar rioolnet.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributies zijn verschuldigd door de aanvragers van de aansluitingen op het openbaar rioolnet bij Farys-TMVW.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
Voor een aansluiting op de openbare riolering zullen voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 volgende vergoedingen door Farys-Tmvw aangerekend worden aan de aanvrager:
| 1 | Rioolaansluiting op gemengde riolering | € 2.500,00 |
| 2 | Rioolaansluiting op gescheiden riolering (aansluiting op RWA en op DWA) | € 2.500,00 |
| 3 | Extra per woongelegenheid in een appartementsgebouw | € 500,00 |
| 4 | Aansluiting KMO-zone | Kostende prijs met een minimum van € 2.500,00 |
| 5 | 2de rioolaansluiting of bijkomende aansluiting | € 2.500,00 * |
| 6 | Verkavelingen klaarleggen van wachtaansluitingen door FARYS aan uitgeruste openbare weg | € 2.500,00*(1) |
| 7 | Verkavelingen wachtaansluitingen klaargelegd door verkavelaar | € 2.500,00*(1) |
| 8 | Wachtaansluitingen klaargelegd tijdens uitvoering van een rioleringsproject door gemeente | € 2.500,00*(1) |
Artikel 4.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat;
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 5.
Farys wordt gemachtigd deze retributie in te vorderen bij de retributieplichtige.
Administratieve bepalingen
Artikel 6.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 7.
Afschrift van deze beslissing zal aan de financiële dienst worden gegeven, aan Farys-Tmvw worden toegestuurd en via het digitaal loket aan het Agentschap Binnenlands Bestuur worden toegestuurd.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| ACT2.04.02.01/0945-00/7007004 | € 10.000 | € 10.200 | € 10.400 | € 10.600 | € 10.800 | € 11.000 |
| ACT2.04.02.02/0945-00/7007004 | € 205.000 | € 236.000 | € 241.000 | € 246.000 | € 251.000 | € 256.000 |
| ACT2.04.02.06/0945-00/700704 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 |
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van de retributietarieven in het kader van de kinderopvang gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.
De delegatie gebeurt onder de uitdrukkelijke toepassing van de hieronder vermelde voorwaarden.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de ouders of de persoon die het hoederecht over de kinderen hebben.
Tariefprincipes en wijze van betaling
Artikel 3.
Op voorlegging van een beslissing van het bijzonder comité van de sociale dienst, kan er aan gezinnen met een laag inkomen een sociaal tarief worden toegekend. De gehanteerde tarieven bedragen in dat geval 50% van de door het college van burgemeester en schepenen vastgelegde tarieven.
Artikel 4.
Leerkrachten van de Affligemse scholen, wiens kinderen gebruik maken van de dienstverlening kinderopvang in de school waar de leerkracht lesgeeft, zijn vrijgesteld van aanrekening van deze tarieven voor wat betreft de opvang tijdens schooldagen. Voor opvang van de betreffende kinderen op een schoolvrije dag of een vakantiedag, worden de gewone tarieven aangerekend.
Artikel 5.
In principe stopt de opvang 's avonds om 18u. Ouders die hun kinderen toch ophalen na 18u, dienen een verhoogd tarief te betalen, bepaald door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6.
De opvangmomenten worden per school anders bepaald door de directie, in overleg met het gemeentebestuur. De te betalen opvanguren worden bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2028) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Artikel 8.
De retributie wordt gevorderd via factuur. De facturen worden maandelijks en na vervallen termijn opgemaakt. Ze zijn betaalbaar op de opgegeven rekening van het gemeentebestuur
Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel 9.
De mogelijke afrondingsverschillen die op de facturen ontstaan, vallen ten laste van de gebruiker van de kinderopvang.
Administratieve bepalingen
Artikel 10.
Deze beslissing zal via de gemeentelijke website worden bekendgemaakt.
Artikel 11.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de provinciegouverneur toegestuurd.
| 2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| € 24.000 |
€ 24.500 |
€ 25.000 |
€ 25.500 |
€ 26.000 |
€ 26.500 |
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de verkoop van boeken en infobrochures.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de infoboeken of infobrochures.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De retributie is contant betaalbaar in het gemeentehuis. Bij een online bestelling van het informatiemateriaal dient de betaling eerst op de rekening van het gemeentebestuur ontvangen te worden, alvorens het bestelde materiaal wordt opgestuurd.
Artikel 4.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd de tarieven van de infoboeken en infobrochures te bepalen.
Artikel 5.
Indien de stukken aan de besteller moeten toegestuurd worden, wordt de bijkomende verzendingskost aangerekend.
Administratieve bepalingen
Artikel 6.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
Artikel 7.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor deelname aan culturele activiteiten.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributies voor de culturele activiteiten zijn verschuldigd door de deelnemers aan de activiteiten of door de ouders of de persoon die het hoederecht heeft over de kinderen die deelnemen aan de activiteit.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd de tarieven van culturele activiteiten te bepalen. De delegatie gebeurt onder de uitdrukkelijke toepassing van de hieronder vermelde voorwaarden.
Artikel 4.
De retributies worden geheven op het ogenblik van het kenbaar maken van de deelname aan de culturele activiteit en dienen op dat moment onmiddellijk vereffend te worden.
Indien onmiddellijke vereffening niet tot de mogelijkheden behoort, wordt er een factuur opgemaakt. Deze facturen zijn betaalbaar op de opgegeven rekening van het gemeentebestuur.
Het toegangsbewijs voor deelname aan de activiteit, wordt in elk geval pas toegekend na betaling van de verschuldigde retributie.
Artikel 5.
Bij uitblijven van betaling zal de invordering van de retributie gebeuren bij bevel tot betaling voor de niet betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen en overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure voor betwiste, niet-fiscale schuldvorderingen.
Administratieve bepalingen
Artikel 6.
Deze beslissing zal op de gemeentelijke website bekendgemaakt worden, net zoals toekomstige beslissingen van het college van burgemeester en schepenen, houdende vaststelling van de tarieven m.b.t. culturele activiteiten.
Artikel 7.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven in het kader van de organisatie van het gemeentelijk evenement Affligem Kermist
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributies zijn contant betaalbaar door de bezoekers van Affligem Kermist.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De bevoegdheid tot het vaststellen van de retributietarieven in het kader van de organisatie van het gemeentelijk evenement Affligem Kermist wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen gedelegeerd.
Administratieve bepalingen
Artikel 4.
Deze beslissing wordt op de gemeentelijke website bekendgemaakt, net zoals de toekomstige beslissingen van het college van burgemeester en schepenen houdende vaststelling van de tarieven.
Artikel 5.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| ACT2.04.02.03/0741-00/7007101 |
€ 83.500 | € 85.000 | € 86.500 | € 88.000 | € 90.000 | € 92.000 |
| GBB/0742-00/7006030 | € 31.500 | € 32.000 | € 33.000 | € 33.500 | € 34.000 | € 35.000 |
| ACT5.02.02.03/0740-01/7006040 | € 7.000 | € 7.000 | € 7.000 | € 7.000 | € 7.000 | € 7.000 |
| ACT5.02.02.03/0740-01/7006045 | € 2.000 | € 2.000 | € 2.000 | € 2.000 | € 2.000 | € 2.000 |
| ACT2.04.02.03/0741-00/7007101 | € 83.500 | € 85.000 | € 86.500 | € 88.000 | € 90.000 | € 92.000 |
| ACT5.04.04.01/0741-00/7007102 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 |
| GBB/0740-00/7007102 | € 500 | € 500 | € 500 | € 500 | € 500 | € 500 |
| GBB/0540-00/7007104 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 |
| GBB/0742-00/7007105 | € 250 | € 250 | € 250 | € 250 | € 250 | € 250 |
| GBB/0520-00/7008001 | € 125 | € 125 | € 125 | € 125 | € 125 | € 125 |
| ACT5.02.02.03/0740-01/7040023 | € 1.700 | € 1.700 | € 1.700 | € 1.700 | € 1.700 | € 1.700 |
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Periode
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven in het kader van de gemeentelijke sportwerking.
Schuldenaar
Artikel 2.
De retributies voor de sportwerking zijn verschuldigd door de aanvragers van de faciliteiten.
Tarifering en wijze van betaling
Artikel 3.
De bevoegdheid tot het vaststellen van de retributietarieven in het kader van de gemeentelijke sportwerking wordt aan het college van burgemeester en schepenen gedelegeerd. De delegatie gebeurt onder de uitdrukkelijke toepassing van de hieronder vermelde voorwaarden.
Artikel 4.
Artikel 5.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
De retributietarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de geharmoniseerde index van de consumptieprijzen (HICP), zoals deze gepubliceerd wordt op de website van de federale overheid (http://bestat.statbel.fgov.be)bestat/). De in dit reglement opgenomen bedragen, stemmen overeen met de index van september 2025 (HICP = 135,76). Ze worden jaarlijks op 1 januari (en dit vanaf 1 januari 2027) aangepast aan het HICP-cijfer van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
Hierbij worden de tarieven afgerond op volgende manier:
Administratieve bepalingen
Artikel 6.
De bepalingen uit de betreffende huishoudelijke reglementen van de gemeentelijke sportaccommodaties blijven onverkort van kracht en kunnen uitsluitend worden gewijzigd door de gemeenteraad.
Artikel 7.
Deze beslissing zal op de gemeentelijke website bekendgemaakt worden, net zoals de toekomstige beslissingen van het college van burgemeester en schepenen, houdende vaststellingen van de tarieven m.b.t. de sportwerking.
Artikel 8.
Afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 stemmen tegen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Artikel 1.
De bevoegdheid tot het vaststellen van aanvullende reglementen op het wegverkeer wordt met ingang vanaf heden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2.
Een afschrift van deze beslissing wordt via het digitaal loket aan de heer provinciegouverneur toegestuurd.
Artikel 3.
Het delegatiebesluit wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het Departement MOW.
Met 7 stemmen voor (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans), 16 stemmen tegen (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback)
Enig artikel.
Het amendement werd verworpen.
Met 16 stemmen voor (Lander De Backer, Walter De Donder, Tim Herzeel, Hans Cornand, Greet Van Holsbeeck, Herman Steppe, Denise De Paepe, Leen Steenhoudt, Els Van Nieuwenhove, Dirk Geeraerts, Bart Van Rossem, Maxime Buelens, Jill Rollier, Rani Berlo, Rita Van den Abbeel, Pascal Biesback), 7 onthoudingen (Stijn Stassijns, Guy Uyttersprot, Bert De Roeck, Elke Peeters, Ludwig Stylemans, Jonas Van Vaerenbergh, Thierry Timmermans)
Artikel 1.
Alle voorgaande aanvullende reglementen op de Bellestraat (wegsegment tussen de Petterstraat en Geertruidebaan), met uitzondering van de gebiedsdekkende maatregelen, worden opgeheven.
Artikel 2.
Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 105 geldt: begin zone 30;
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 3.
Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 96 geldt: einde zone 30;
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 4.
D1d
Artikel 5.
Artikel 6.
Artikel 7.
Artikel 8.
Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 94 geldt dat er een oversteekplaats is voor voetgangers waarbij voertuigen dienen te stoppen en voorrang te verlenen aan de overstekende voetgangers.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 9.
Artikel 10.
Artikel 11.
Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 99 geldt dat er een oversteekplaats is voor voetgangers waarbij voertuigen dienen te stoppen en voorrang te verlenen aan de overstekende voetgangers.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 12.
Artikel 13.
Artikel 14.
Artikel 15.
Artikel 16.
Op de Bellestraat ter hoogte van het kruispunt met de Geerttruidebaan geldt dat er een oversteekplaats is voor voetgangers waarbij voertuigen dienen te stoppen en voorrang te verlenen aan de overstekende voetgangers.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 17.
Op de Bellestraat ter hoogte van de overzijde van huisnummer 88 geldt: begin zone 30;
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 18.
Op de Bellestraat ter hoogte van huisnummer 88 geldt: einde zone 30;
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 19.
Op de Bellestraat tussen de rotonde Petterstraat en het kruispunt met de N208 (aan Mie Katoen) wordt de rijbaan onderverdeeld in rijstroken waardoor geldt: het is voor iedere bestuurder verboden de onderbroken streep te overschrijden, behalve om in te halen, om links af te slaan, om te keren of om van rijstrook te veranderen.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 1.
De Gemeenteraad keurt de hernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst met Energiehuis 3Wplus goed.
Artikel 2.
De Gemeenteraad keurt de aanstelling van schepen Denise De Paepe goed als vertegenwoordiger in de stuurgroep van Energiehuis 3Wplus. Schepen Hans Cornand wordt aangesteld als plaatsvervangend vertegenwoordiger.
Artikel 3.
De Gemeenteraad keurt het addendum ‘Mijn VerbouwBegeleiding' goed, waarbij de gemeenten van het IGS Noord-Pajottenland samen 2 slots afnemen, wat resulteert in een gemeentelijke bijdrage van 6.750,00 euro per jaar met een gelijkmatige verdeling van het aantal dossiers onder de 4 gemeenten.
Artikel 1.
De gemeente tekent in op de groepsaankoop van de Vlaamse overheid voor de bouw van kunstgrasvelden ten behoeve van diverse afnemers in Vlaanderen.
Artikel 2.
Het betreft een principiële goedkeuring. De gemeente is niet verplicht tot afname van diensten.
Artikel 3.
De gemeenteraad neemt kennis van de toewijzing van deze overheidsopdracht door de Vlaamse overheid aan de firma's Stadsbader, Sportinfrabouw en Scheerlinck.
Artikel 4.
De bevoegdheid tot het voeren van de minicompetitie, waarbij één van de drie geselecteerde firma's effectief wordt aangeduid voor het bouwen van een kunstgrasveld in Affligem, wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen wordt eveneens belast met de navolgende uitvoering van dit besluit.
Artikel 5.
Afschrift van deze beslissing wordt toegestuurd aan Sport Vlaanderen en bezorgd aan de sportdienst en de financiële dienst.
De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel tot erkenningskader BOA-Affligem. Eventuele toekomstige wijzigingen van het decreet of uitvoeringsbesluiten moeten door het lokaal bestuur opgevolgd en, indien nodig, vertaald worden in aangepaste reglementen, statuten en werkingsafspraken.
Artikel 1.
De gemeenteraad stelt de financiële nota BOA Affligem vast.
Artikel 2.
De financiële nota BOA Affligem maakt integraal deel uit van de raadbeslissing.
Artikel 3.
De gemeenteraad neemt kennis van de principiële goedkeuring van de wijziging van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA-decreet) door de Vlaamse Regering.
Eventuele toekomstige wijzigingen van het decreet of uitvoeringsbesluiten moeten door het lokaal bestuur opgevolgd en, indien nodig, vertaald worden in aangepaste reglementen, statuten en werkingsafspraken.
Het lokaal bestuur draagt de verantwoordelijkheid om deze opvolging te verzekeren en de gemeenteraad hierover te informeren.
- De samenwerkende gemeenten dragen elk financieel bij met een bedrag dat minstens gelijk is aan de cofinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, zoals bepaald in artikel 17/1 van het besluit van de Vlaamse regering van 30/1/2009 betreffende de Logo’s, laatst gewijzigd op 17/5/2024;
- De samenwerkende gemeenten zetten de toegekende subsidie en hun eigen bijdrage in voor de tewerkstelling van personeel binnen de lokale preventiewerking.
- De samenwerkende gemeenten ontwikkelen en implementeren een intergemeentelijk preventief gezondheidsbeleid dat voldoet aan alle voorwaarden van het genoemde besluit.
- Jaarlijks dienen de samenwerkende gemeenten uiterlijk op 31 maart een financieel en inhoudelijk rapport over de intergemeentelijke preventiewerking in bij het Departement Zorg, zoals vermeld in artikel 17/1, vierde lid van het genoemde besluit. Daarnaast registreren zij de preventieactiviteiten in het registratiesysteem van het Departement Zorg uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het werkingsjaar.
Artikel 1.
De gemeenteraad gaat akkoord met de oprichting en de uitbouw van de Intergemeentelijke Preventiewerking AMALO, delegeert het beheer van de Intergemeentelijke Preventiewerking aan Gezondheidsmakers en gaat akkoord met het indienen van de engagementsverklaring door Gezondheidsmakers. De gemeente voorziet zelf in een cofinanciering die minstens even groot is als die van de Vlaamse Gemeenschap.
Artikel 2.
Het engagement geldt voor één jaar, verlengbaar na evaluatie.
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt de vernieuwde statuten van de projectvereniging Hopvereniging 't Stakenhuis goed.
Hierdoor wordt de samenwerking rond hoperfgoed voor een periode van 6 jaar (van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031) bekrachtigd.
Dit punt werd verdaagd.
Dit punt werd verdaagd.
Dit punt werd verdaagd.
Artikel 1.
De gemeenteraad gaat akkoord met de verdere deelname als lokaal bestuur en partner inzake de toeristische werking Toerisme Vlaams-Brabant Vzw. Betrokken deelname en engagement - geformaliseerd in een Convenant (cfr. bijlage), wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2.
De gemeenteraad stemt in met de voorgestelde financiering.
Artikel 3.
De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen tot verdere afhandeling en opvolging van dit dossier.
Artikel 4.
Afschrift van deze beslissing zal ter kennisgeving aan Toerisme Vlaams-Brabant vzw, t.a.v. team support, Provincieplein 1 te 3010 Leuven, alsook aan de gemeentelijke afgevaardigde - Schepen Herman Steppe - worden toegestuurd.
De gemeenteraad van Affligem neemt kennis van de brief en email van Fluvius Halle-Vilvoorde, 24 november 2025, betreffende beslissing Raad van Bestuur tot niet behandelen statutenwijzigingen m.b.t. de activiteit warmte.
Artikel 1.
Het kader voor de organisatiebeheersing van het lokaal bestuur Affligem wordt door de gemeenteraad goedgekeurd.
Artikel 2.
De algemeen directeur wordt belast met de uitwerking, toepassing en opvolging van het organisatiebeheersingssysteem, inclusief de nodige controlemaatregelen, procedures en rapporteringslijnen.
Het antwoord op bovenstaande vraag vind je terug in het zittingsverslag van de gemeenteraad van 16 december 2025.
De notulen van de vorige zitting van 18 november 2025 worden goedgekeurd.
Het zittingsverslag van 18 november 2025 wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad neemt kennis van de bovenstaande evenementen in Affligem.
Namens Gemeenteraad,
Frédéric Pipelers
algemeen directeur
Lander De Backer
voorzitter